Het
allermerkwaardigste aan
al die mydimensjes zijn onze overeenkomsten
en verschillen naar geest en lichaam, families, stammen & volkeren:
de meest uiteenlopende afmetingen, huidskleuren, hersenspinsels, gedragingen,
fantasietjes & illusies kun je overal tegenkomen, plus allerlei bijgelovigheden
en voorspellingen, voorouders, nakomelingen, angsten & vrezen,
of juist een totaal gebrek daaraan
om de ene of andere reden?
Soort
zoekt soort
& soms komen we ook weer
totaal anderen mydimensen
tegen!
Sommigen menen
dat profeten & evangelisten overeenstemmen
in hun duidingen & anderen zijn er juist op uit om de verschillen te benadrukken!
Ze bedoelen misschien wel allemaal hetzelfde te zeggen, maar
ze omschrijven het op zeer uiteenlopende manieren
gedurende al die duizenden jaren,
plaatsen & tijden?
Het opmerkelijkste verschijnsel
is de masjiach [gezalfde/christos/messias of 'messy jas']: men hangt
diverse figuren mantels om, voorziet hen van hoofddeksels,
kenmerken, eigenschappen
& wonderen
...
Het verschil
[bijvoorbeeld tussen
Zecharya & Matai] dient tot nader opheldering van den Profeet
[volgens onze Math Gargon van 300 jaar geleden
als hij het heeft over OT's Zacharias
& NT's Mattheus];
en wie kan de Profeeten beter ophelderen,
dan JC die Opperprofeet &
Vervuller der Profeeten?
Cirkelredenaties dus,
met heel veel inlegkunde
om toch maar koste wat 't kost
'iets te kunnen
bewijzen'!
Dat het zo,
en 't verschil zal verdwijnen,
of heerlijker zin maken? De kleinen,
by den Profeet, zijn de H. Apostelen en eerste grondleggers der Kerke,
die waarlijk klein, gering, veracht zijn geweest: gelijk allen,
die in deze Masjiach Yehosjoea haNatsri geloven, en
wien de verborgendheden des heils-
en hemel-rijks
geopenbaard
zijn.
Tot deezen
belooft de Heere zyne grootmagtige hand te wenden,
en de verstroiden weder by een te brengen:
want daar toe was "Christos" in den weereld gekomen,
om zalig te maken, en te behouden
dat verloren was.
Het is als 't ware
{bij wijze van [be]spreken & [her]schrijven} 't zelfde, dat Yehosjoea hier
zegt, maar nader verklaart tot opbeuringe zijner bedrukte Leerlingen.
Ik, zegt hy, zal opstaan, ik zal uit het graf verrijzen:
want het slaan zoude den Herder doden,
en hoe konde hy zijne hand wenden tot zijne
Apostelen, indien hy in 't graf
ware gebleven?
Zo dikwijls
de Heiland van zijn lijden en kruisdood sprak,
waren de Discipelen bedroefd en troostloos;
hoe konde hyze beter en krachtiger opbeuren en versterken,
dan met die volzekere toezegging, dat hy zoud opstaan,
en het leven weder aannemen?
Tot bewijs,
dat hy de Vorst des levens was;
& geven zoud, & veldvluchtig doen vlieden voor zijnen aloverwinnenden arm.
ZO
moest hy
zijnen hand wenden,
en alle hoogtens, die niet lang in 't graf,
en hunne hoop uitgestelt zoude
zijn, hadden de Discipelen meermaals
uit zijnen Mond gehoort, en doorgaans,
als hy van zijn dood sprak,
voegde hy daar by,
dat hy zoud opstaan,
en merkteken van den Messias,
en grooten Hoogenpriester, in
't graf te dalen,
maar de verrotiinge niet te zien,
en 't voorbeeld van Jonas
te vervullen.
De
enig mogelijke
conclusie: hij wil
'voortleven in
ons'.
