*
"Wat
ben ik
zelf?"
~*~
Zelfkennis
kunnen we nu al iets beter omschrijven:
er wordt mee bedoeld dat ik [de 'ik' waarmee een mydimens zich onderscheidt van anderen] mij keer naar mijzelf,
en me afvraag wie ik ben.
Ik op zoek naar
zichzelf ...
WAAROM
dat zo'n brandende vraag is geworden,
hangt met cultuurverandering samen:
ik stip het even [voor het slapen gaan]
kort aan.
~!@!~
VROEGER
stond het 'zelf' vast,
religie & geloof, filosofie & mensbeschouwing,
ze leverden allemaal spiegels waarin je jezelf kon zien,
en mensen geloofden meestal
wat ze zagen?
Ze
MOESTEN ook wel,
want je oog kan niet je eigen oog zien,
je ziet jouw oog alleen als je
een spiegel voor je
hebt!
Religies &
filosofieen boden zulke spiegels:
mensen keken erin en dachten ~
DAT ben IK
dus ...
SOMS
vergaten ze onmiddellijk weer WAT ze gezien hadden;
DAN heb je dus niets aan een spiegel, lazen we al eerder in het boekje van Ya'akov/Yacobus?!
Het
klinkt misschien
wat onnozeler dan ik het bedoel?
Ik doe die vorige mydimensbeelden niet in het minst af als ONZIN,
maar ze brachten [of brengen nog steeds?] het toch niet echt verder dan
de kenmerken van
de soort!
Maar
op twee punten schijnt het
willen wij vandaag de mydidag daar
bovenuit?
Ten eerste
geloven wij niet zomaar meer in DIE kenmerken die ons worden opgediend:
IS de mens bijvoorbeeld een zondaar,
EN WAT bedoel je daar dan mee?
En ten tweede willen we
niet alleen maar weten HOE het met onze soort gesteld is,
maar ook wie "IK ZELF" ben,
als uniek exemplaar
van de soort?
~!@!~
DAAR nu
loopt het mydischip telkens weer op het mydistrand!
WIE BEN IK?
Daarop
kan ik een antwoord geven,
maar dan ben IK het weer die
antwoordt!
En zo maar voort ...
Dat wordt
de vanouds bekende mydiverpleegster op het cacaobusje van Droste:
er komt in principe geen eind aan de serie verpleegsters
[sprak pleegzuster Nawijn-Bloedwijn] ...
"Ik zag
mijzelf zien",
een gevleugeld woord uit de jaren vijftig van de vorige eeuw,
superreflectie:
'het ik' STUURT telkens de vraag,
'het ik' is DAAROM niet
te pakken!
"IK" ben
de mydiministuurman/vrouw en 'het zelf' [van de zelfkennis]
is het mydiminibootje?
"IK" sta
aan het mydicyberstuur, als ik naar zelfkennis zoek, of andersom:
'het zelf' dat "IK" zoek, waartoe ik mij keer, waartot ik inkeer,
is altijd weer waar
IK naar
op zoek ben ...
WAT
BETEKENT
DAT?
~!@!~
Er komt nooit
een einde aan de
zoektocht naar mijn zelf.
Zelfkennis is en blijft een gebed zonder end,
wat NIET hetzelfde is als zonder ZIN,
maar toch, er is geen einde aan
deze myditocht!
ELK einde
wat een mydimens bereikt denkt te hebben
nodigt steeds weer uit tot een
nieuw begin?
BLIJFT
iemand vastzitten
op een bepaald punt dan zit hij ook 'goed'
vast ...
VOORGOED!
=
VERLOREN?
DAT
kan dus al evenmin
de oplossing
zijn ...
~!@!~
WAAROM dan
een zoektocht ondernemen als ze
geen einde heeft?
Ik kom terug [alweer?] bij het begin
van mijn mydiverhaaltjes: bij dat verlangen
naar zelfkennis!
Dat is niet zomaar iets
van alleen maar pure nieuwsgierigheid:
er zit OOK iets in van een behoefte
aan zelfrechtvaardiging?
NIET
alleen maar
voor het forum
van ons eigen ik,
maar OOK ten overstaan
van
'de anderen' ...
Iets van een rechtzetting
zouden we [wel] willen: iets van het opruimen van misverstanden,
van spinraggen en van stoflagen waaronder je bedolven bent
geraakt, zodat je eigenlijk 'zelf' onzichtbaar
en onkenbaar geworden is voor jezelf
EN voor anderen!
HERE,
gij doorgrondt en kent mij;
GIJ kent mijn zitten en mijn opstaan,
GIJ verstaat van verre mijn
gedachten ...
Een
even simpele
als prachtige belijdenis van onkunde:
'g d kent en doorgrondt mij' houdt in dat zelfkennis
je eigen maat
te boven
gaat!
~!@!~
Helemaal
ZONDER UITZICHT
is de mydiminitocht
toch niet!
AF & TOE
krijgt een mydimens inzicht in zichzelf:
DAAROM gaan we ook
VERDER?
Antwoorden
op 'wie ben ik'
komen OOK uit mydiverhalen van anderen, van romans, gedichten, songs
en van religieuze/filosofische boeken EN
het 'simpele bestaan
zelf' ...
DUS
TOCH
kleine spiegel[tje]s:
ze ZIJN
er!
"DAT
ben ik",
denk je,
"DAT lijkt op mij,
DAT [h]erken
ik!"
Als stond er
een profeet of een engel voor je,
die je een mydischandverhaal vertelt
over een koning die zich misgaat aan de vrouw van zijn vriend,
en juist als je in woede zult uitbarsten zegt hij:
'gij zijt die man!'.
Laten we
mensen maken naar ons beeld en onze gelijkenis:
om namen te geven aan alles wat zij {WIJ}
tegenkomen ...
EN:
"Adam waar
ben je?"
ZO
werkt dat,
wordt een mydimens wijzer,
bescheidener, maar helaas, net als wij
het 'allemaal' geleerd hebben,
gaan we
dood.
~#~
