Maar
laat ons dit niet alleen uit dit geval besluiten;
laat ons daar uit ook leren de listen,
en duizend-konstenaarijen
des SATANS
in 't bestrijden
van G ds koninkrijk.
Liegen,
bedriegen, verleiden
zijn werken,
die den
SATAN
eigen zijn.
Hier door rechtte hy 't
HEILRIJK op, en zoekt het nog staande te houden,
en uit te breiden tot nadeel en vernieting
van 't HEILRIJK.
Hier toe gebruikt hy
't lokaas van STAAT, GELD, EER, PRACHT, WEELDE, WELLUST,
en wat meer het aards
en vleesgezind hart verstrikken kan.
Ongelukkig mensch!
Wat ziel vergift schuilt 'er onder dat verderflijk schijn zoet?
Zo verlokte hy onzer aller moeder, en moordster.
Zo meinde hy JC te verleiden.
Zo heerscht hy nog in 't rijk van den
ANTICHRIST,
dien hy zijne verleiding-kracht heeft toebedeelt.
Zo betovert hy nog de menschen, en weet ieder
naar zijne by zondere genegentheid,
en zielbegeerte te behagen.
Den STAATZUCHTIGEN
vertoont hy de hoogachtbaarheid, en ontzachlijkheid,
die hooge staat en bediening mede brengt;
maar verbergt listiglijk de zorgen, moeilijkheden, omgemakken, en onophoud-
lijken arbeid, dien zy door te worstelen hebben.
Zo haast is 't harte niet vervuld met die verhevene gedachten,
of men zet alles by en op, om in staat te geraken, en hoe men daar hooger in opklimt,
hoe men grooter slaaf van zich zelven,
en van de gantsche
weerend word.
Men acht zich boven de menscheid,
en ieder beneden zich.
Men spreekt uit de hoogte;
men wil, dat men drijft;
men lijd geen tegen reden.
De waarheid is haatlijk,
om datze tegen zijne staatkunde strijd;
't bedrog word omhelst, om dat het alleen
zijne vastigheid maakt.
Dus krijgt de logen ingang, de G dvrucht word veracht, de vroome verdrukt.
Ziet dit in den Joodschen Raad.
Die alles ondernemen, om staande te blijven,
CHRISTOS veroordelen, zijn onschuld bekladden, zijn opstanding verduisteren,
en daar toe gezach en list paren, en geld en magt besteden,
dat JC niet erkent, maar
verworpen worde.
Zoud men niet zeggen,
dat Roomschgezinden by deezen school geweest,
en van hem geleert hebben de waarheid
op allerhande wijzen
te bestrijden?
Zo verblind de Satan de harten.
Den GELDGIERIGEN
stelt hy de bekoorlijkheid der rijkdommen voor oogen,
en wat voordeel, wat rust, wat vreugd, wat magt, wat achting de schatten baren:
hoe ongelukkig in tegendeel die zijn, die van geld en goed versteken zijn,
hoe weinig hun verstand, hunne deugd, hunne schranderheid vorderen kan:
zo haast is de ziel met die heblust niet bekropen, of men heeft alles veil,
men verkoopt de waarheid, men kent geene trouw; men verkracht zijn geweten,
en raapt, menschraapt, men liegt, men bedriegt,
en alles is goed en zoet,
daar winst van komt.
Ziet dit in de krijgsknechten,
die zo snoode logen verbreiden,
om het geld van den grooten Raad te trekken.
Wat doen zy anders,
of beter, die geestlijken koophandel drijven,
om de logenleer te doen land winnen,
en de waarheid van G ds woord
uit te doven?
Die spreken,
gelijk een zo-
genaamden onfeilbaare Kerkvoogd hen leert spreken,
en zeggen:
WY ZULLEN DE OVERHAND HEBBEN MET ONZE TONGE,
ONZE LIPPEN ZIJN ONZE,
WIE IS DE HEER
OVER ONS?Kan
dit van
elders komen, als
van de poorten
der helle?
Den
WELLUSTIGEN schildert
de Satan de vermaaklijkheid van den wellust;
den PRACHTIGEN de schoonheid der praalgewaden;
den EERZUCHTIGEN de grootsheden des levens:
den WEELDERIGEN de zoetheid der weelde
daar mede, hoe gevaarlijk het zy,
in zijne looze strikken te
vallen, daar me zich
zelden, of noit
uit redden
kan.



















