(fl) Gelijkenissen? Zelfs z'n trouwste discipelen verbazen zich er soms over: 'Waarom spreek je in gelijkenissen tot hen?', vroegen ze hem & Yesjoe antwoordde: 'Jullie mogen de geheimen van 't hemels 'g dsrijk' op aarde kennen, maar hun is dat (nog niet) gegeven!' En dan voegt hij eraan toe: 'Dit is de reden waarom ik in gelijkenissen tot hen spreek: omdat zij ziende blind & horende doof zijn & er nog niets van begrijpen ...' vlg. Matai 13:10-13.
Al deze verhalen, zegt hij, waarbij hij nogmaals gebruik maakt van 'n gelijkenis, zijn als 'r ware bij wijze van spreken & schrijven als de zaadjes die worden uitgestrooid op de aarde, die ontkiemen & dan dag & nacht blijven doorgroeien, zonder dat de zaaier weet HÓE, tot de dag waarop de aarde 'n halm voortbrengt, dan 'n aar, dan 't graan i/d aar! In Marcos 4:26-29 ...
Om over dat 'hemels g dsrijk op aarde' te spreken tot wie de taal v/d theologie niet verstaat, gebruikt Yesjoe daarom eenvoudige beelden zoals de bloemen in de velden mooier dan koningskleding, 't leven van de maaiers & v/d wijnbouwers die broodgraan & wijn produceren!!
Één v/d bekendste gelijkenissen uit de euangelies is bijvoorbeeld die v/d zg. "Verloren Zoon" in Luca 15:11-31! [Misschien was hij 't zelf wel!] 'n Jongste zoon vraagt op 'n dag zijn erfdeel aan z'n vader. Deze kent ze hem toe & die zoon verlaat 't vaderlijk huis om z'n erf-deel te verbrassen in 't buitenland & erop los te leven! Hij raakt uiteindelijk in (grote) armoe, werkt 'n tijdje als varkenshoeder bij 'n boer op 't land, maar blijft zo natuurlijk doodarm & lijdt vreselijke honger! Hij besluit dan uiteindelijk om naar z'n vader terug te keren & naar huis te gaan met de vraag aan papa om hem niet meer als zijn zoon op te nemen, aangezien hij gezondigd heeft, maar als één van z'n knechten?! Die vader ziet hem al van verre aankomen & vol medelijden met zijn kind snelt hij op hem toe & neemt hem in z'n armen ...
Hij geeft z'n bedienden opdracht om de mooiste kleren te brengen, 'n zegelring voor aan zijn ringvinger, nieuwe sandalen, & laat 't vetge-meste kalf slachten & een waar feest voorbereiden. Als de oudste zoon uit 't veld terugkomt, muziek & dans hoort, ontsteekt hij in grote woede: dat hele feest voor z'n vrijbuiterige broer die de erfenis v/d familie heeftverbrast aan hoeren, terwijl er voor hèm als oudste, nog nooit een feest is gehouden? Z'n vader legt hem uit: 'Mijn jongen, jij bent altijd al bij mij, & alles wat van mij is dat is van jou! Maar we konden toch nu niet anders dan feestvieren & hier blij mee zijn: want jouw broer was dood & verloren maar is weer tot leven gekomen: hij was verloren & is teruggevonden!' Door zo'n verhaal wil Yesjoea de keuzevrijheid laten zien die gegeven wordt door G d aan elk mens & die ook z'n kinderen laat vertrekken wanneer ze dat wensen, maar ook de barmhartigheid wanneer hij ze daarna met vreugde zo weer terugontvangt, zonder over hen te oordelen of hen te veroordelen, als ze tenminste hun fouten inzien, berouw tonen & naar hem terugkeren.
