mydiorgiastisch

Alle
componisten &
zangers staan in
de schaduw van Orpheus,
de beroemde mythische zanger die
wilde dieren verlokte, woeste golven tot
bedaren bracht, monsters in slaap suste &
het verharde gemoed van mensen mild wist te
stemmen: en als zijn geliefde Eurydice sterft aan 'n
slangebeet, dan weet hij met zijn gezang zelfs de goden
van de onderwereld
te verleiden.

Zij
staan hem toe
om Eurydice
terug te brengen
en mee terug te nemen,
op de voorwaarde dat
hij niet omkijkt voordat ze weer
in het rijk der levenden
zijn gearriveerd.

Dat laatste
lukt hem niet
{net al de vrouw
van Lot in
't OT &
aan de andere kant
Yehosjeoa
in 't NOT:
Elckerlyc
in myDialledagslanden}:
nieuwsgierig,
bang, hoopvol,
we weten niet precies waarom,
maar ook Orpheus draait zich om,
waardoor hij Eurydice opnieuw
en nu voorgoed
verliest?
!
EEN
van de oude jaargoden aldus:
wiens geile liedjes de de zomerse jubel van de natuur verzinnebeelden
& blijven bezingen door alle eeuwen & op alle plaatsen
op de mydimensenaarde
!


Hoofdzaak blijft ook de vrije schepping van ieder van ons vanuit 't voorbije?


Daarbij kunnen van alles en nog wat blijven gebruiken wat zich aandient
als ruw materiaal vanuit het verleden & 't heden in de toekomst!

Het gaat in dit geval om het tijdelijk weer een restaureren van
een oeroude mythe waarin de eeuwig scheppende natuur nu
weer eens centraal staat, en hier opnieuw
zo ook leven en dood zo dicht
mogelijk bij elkaar brengt
als de twee kanten
van het Ene
Bestaan!

Voor velen
van ons blijkt 't moeilijk
te blijven om ons vergaan
te kunnen accepteren, aanvaarden
en omarmen: die veranderende houding
tegenover de dood hangt schijnbaar voor ons samen
met de geschiedenis van Europa?

De Tsjechische filosoof Jan Patocka ~ een v/d eerste woordvoerders van Charta '77 ~ wijst in de Europese
geschiedenis drie te onderscheiden fasen aan: de orgiastische, de platoonse en de christelijke.

De bronnen v/h orgiastische stadium gaan terug tot de zevende eeuw voor Christos.

"Orgiastisch" heeft trouwens niets met orgasme te maken: het duidt op een levensleer waarin mysterien centraal staan: men viert het leven en de dood met allerlei rituelen.

De platoonse filosofie, die volgt op dit orgiastische stadium,
zet het denken in het middelpunt en diet de dood als bevrijding van de onsterflijke ziel!

En 't christelijk stadium hoopt door Woord en Geest de dood te kunnen overwinnen?

Volgens Theo de Boer verwoordt Rilke in "De sonnetten aan Orpheus" het eerste, orgiastische stadium:

Orpheus hoort thuis in het rijk van het leven EN van de dood, en maakt die eenheid van beiden hoorbaar in zijn lied!

Je ziet het al in die eerste regel van 't gedicht:
richt geen gedenksteen op, denk niet teveel aan de dood.

Stel hier tegenover Plato
die in zijn dialoog "Phaedo" het hele leven beschreef als een 'zich trainen tot de dood'.
Pas daarna zou de individuele ziel 'ontwaken'.
Rilke verzet zich tegen dit levens-
vijandige gepieker.

Paradoxaal genoeg heeft hij trouwens zelf wel een gedenksteen.
In '76 ben ik bij zijn graf geweest. 't Heeft 'n mysterieus,
maar heel rilkiaans grafschrift
dat hij bij testament heeft laten vastleggen:
"Rose, oh reiner Widerspruch, Lust, / Niemandes Schlaf zu sein unter soviel / Lidern!"

Oftewel:
"Roos, o zuivere tegenspraak, lust, / niemands slaap te zijn onder zoveel / leden!"


De tegenspraak
is de eenheid van dood en leven.
De roos beleeft de samenhang daarvan op de zuiverste
wijze. Het is haar lust en leven de slaap van niemand in het bijzonder te zijn:
zij slaapt de anonieme slaap der gerusten onder haar vele bladeren als oogleden. Rilke is hier als het ware nog postuum in de contramine.
De vergankelijke roos is een symbool van levens~ EN stervenskunst.
En bij die "Lidern" mag je ook aan "Liedern" denken:
de dichter slaapt de naamloze slaap
onder de nalatenschap
van veel gedichten.

Al bijna 50 jaar blijft ook mijn oude lijflied nu dan ook toepaslijker dan ooit tevoren:

Thomas Moore {1779~1852}
[15/16 jaar blijft 'n
uebergevoelige leeftijd!]


'T is the last rose of summer,
Left blooming alone;
All her lovely companions
Are faded and gone;
No flower of her kindred,
No rose~bud is nigh,
To reflect back her blushes,
Or give sigh for sigh.

I'll not leave thee, thou lone one!
To pine on the stem;
Since the lovely are sleeping,
Go sleep thou with them.
Thus kindly I scatter
Thy leaves o'er the bed,
Where thy mates of the garden
Lie scentless and dead.

So soon may I follow,
When friendships decay,
And from Love's shining circle
The gems drop away.
When true hearts lie wither'd,
And fond ones are flown,
Oh! who would inhabit
This bleak world alone?

blozen
13 mrt 2008 - bewerkt op 13 mrt 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende