myDiNatuur {elke dag opnieuw} ...


Iedereen is als mydiElckerlyc in Alledagsland, d'Emmaus~gangeren, -jongeren, -leerlingen, -discipelen ...

Als d'Emmausgangers hem zo ernstig zoeken, en verzoeken te blijven, dan ontdekt hy zich,
dan laat hy zien, wie hy zy; dan geeft hy volzekere blijken, dat hy leven, en leven zal in eeuwigheid.

Maar om alle licchaamlijke gedachten van zijn rijk af te weren, ontrekt hy zich, en laat niet toe,
dat zy hem omhelzen. Een bewijs, dat zijn licchaam tot geene ding nut of noodig zy,
maar dat zijne woorden zijn geest en leven.

Wat zoekt ROMEN dan zijn licchaam in het brood?

Alles is, en moet hier geestlijk zijn, en die hem licchaamlijk zoeken, vinden hem niet.

HARTEN dan na BOVEN, daar is Christos, en niet meer op aarde.

HARTEN NAAR BOVEN, daar is CHRISTUS, daar is onze schat, daar moet onz harte zijn.

Die Christus zo begrijpt, kan hem anderen verkondigen, als den waaren Heiland,
die gestorven is om onze zonden, en opgewekt tot onze rechtvaardigmakinge:
gelijk wy daar van een levendig voorbeeld zien in de Emmaus-gangeren, die ons leren, als wijze,
en voorzichtige huis-vaderen, uit onzen goeden schat des harten, voort te brengen
oude en nieuwe dingen.

En hoe kan met Christos heerlijker, en krachtiger bewijzen den Messias & Koning Israels te zijn,
dan uit vergelijk, en eenstemmigheid van 't Profeetisch woord met de vervulling,
en Euangelische waarheid?

Maar wat sterke troost word ons gegeven in 't LIJDEN en VERHEERLIJKEN van onzen Heiland?

Moest hy, die geene zonden gekent heeft, LIJDEN, STERVEN, GEKRUIST WORDEN, en zouden wy,
die roemen hem GELIJKWORMIG te willen zijn, met, en om hem niet lijden, en strijden?

Zouden wy hier voorspoedig, verheven, ontzachlijk zijn?

Het is het lot der CHRISTENEN, DOOR VEELE VERDRUKKINGEN IN TE GAAN IN 'T KONINKRIJK DER HEMELEN.

Zo gaat ons CHRISTOS voor, wien konnen wy anders, en beter volgen?

Vreest dan niet klein KUDDEKE, schaamt u dan niet WORMKEN YA'AKOVS,
HET WELBEHAGEN DES VADERS IS U 'T KONINKRIJK TE GEVEN, niet zonder lijden, niet zonder strijden.
Hoe zoud gy ook anders Christus gelijkvormig wezen? Hoe zoud gy anders konnen gekroont worden?

Schouwt het lijden deezes tegenwoordigen tijds aan; wat is dat,
in vergelijkinge van de eeuwige heerlijkheid? Het lijden is niet vermaaklijk, als het tegenwoordig is,
't is waar, maar hoe dat bezwaarlijker is, hoe de vrucht te wenschlijker, en zielzaligender is.

De wreedste verdrukking is maar een kleine wolk, die haast verdwijnt,
gelijk een oud Kerkleeraar plagt te zeggen. Of om de woorden van den Heiligen Apostel
de mijne te maken.
ONZE LIGTE VERDRUKKINGE, DIE ZEER HAAST VOORBY GAAT,
WERKT IN ONS EEN ZEER UITNEMEND GEWICHT DER HEERLIJKHEID

AL-KEEN BIHIYOT LANOE HASJEEROET HAZEH KA'ASJER CHOENANOE LO NEECHAT: KIE IEM-MA'ASENOE BESITREI HABSJER SJELO LEHIETHALEECH BEARMAH WELO LEZAYEEF ET-DEVAR HAELOHIEM ELA BEHAROT HA'EMET NAZKIER OTANOE LETOV NEGED DA'AT KAL-BNEI ADAM LIFNEI HAELOHIEM

Omdat G d ons in zijn barmhartigheid deze taak heeft gegeven, verzaken wij onze plicht niet.
Integendeel, we hebben ons afgekeerd van heimelijke lafheid: we gaan niet meer sluw te werk,
vervalsen het woord van g d niet, maar maken de waarheid voortaan openlijk bekend.
Zo bevelen we ons ten overstaan van g d aan bij ieders geweten.
Wanneer er dan toch nog een sluier ligt over het euangelie dat wij verkondigen,
dan geldt dit alleen voor hen die verloren gaan: de ongelovigen,
van wie de gedachten door de god van deze wereld zijn verblind,
waardoor ze het licht van het euangelie niet kunnen zien, de luister van christus, die het beeld van g d is. Wij verkondigen niet onszelf, wij verkondigen dat Yehosjoea de heer en verlosser is
en dat wij omwille van hem uw dienaren zijn. De g d die gezegd heeft:
UIT DE DUISTERNIS ZAL LICHT SCHIJNEN,

heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister,
die afstraalt van het gezicht van Yehosjoea haMasjiach a.k.a. haNatsri.

Maar wij zijn slechts als een aarden pot voor deze schat;
het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van g d.
We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw.
We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken nu
niet meer vertwijfeld zoals voorheen.

We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten.

We worden geveld, maar gaan niet te gronde.

We dragen in ons bestaan ALTIJD het sterven van Yesjoea met ons mee,
opdat ook het leven van Yesjoe in ons bestaan zichtbaar wordt.
Wij levenden worden altijd omwille van JC aan de dood prijsgegeven,
opdat in ons sterfelijke bestaan ook het leven van JC zichtbaar wordt.

Zo is in ons de dood werkzaam, en in u het leven. Er staat geschreven:
IK BLEEF VERTROUWEN, DAARDOOR KON IK SPREKEN!


In datzelfde vertrouwen, spreken ook wij, omdat we geloven en weten dat hij
die he heer Yesjoe heeft opgewekt ook ons, net als Yesjoe, zal opwekken en ons samen met u
naar zich toe zal voeren: dit alles gebeurt omwille van u, zodat g ds goedheid,
die zich door steeds meer mensen verbreidt,
ook tot steeds meer dankzegging leidt,
tot eer van g d.

Daarom
verzaken wij
onze plicht
niet.

Ook
al gaat
ons uiterlijke bestaan
verloren, ons innerlijke bestaan
wordt van dag
tot dag
vernieuwd.

De
geringe last
die we tijdelijk
te dragen hebben, brengt
ons een eeuwige luister,
die alles omvat
en alles
overtreft
...

Wij
richten ons
niet op zichtbare
dingen maar op de
onzichtbare, want de zichtbare
dingen zijn tijdelijk,
de onzichtbare
eeuwig
...
engel
17 aug 2009 - bewerkt op 17 aug 2009 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende