Hadi
muchomacho
mydimassa van bibbel
debabbeldebobbel kutsmoesjes
kletskousen&lulhannesen,
maar go{e}d dat we niet allemaal hetzelfde
zijn geweest & geworden:
dat zou pas echt ueberberesaai zijn
& totaal onverdraaglijk,
onuithoudbaar & aller-
vreselijkst?!
Al
draait de
wereld nog zo snel:
moslimhaters & haters van moslimhaters
zijn er altijd wel te vinden om iets aan of op te blamen
& te willen ver-
branden
...
Bij
die vorige
brieftekst van Sjapo
kwam dus ook weer eens duidelijk naar voren
dat Paolos in zijn nieuwe
verkondiging van zijn evangelie
in feite geheel stond in de traditie van het OT
& van het jodendom maar dat hij deze boodschap sinds die vette hallucinatie
voor de poorten van Damesek toch op 'n geheel eigen
wijze laat klinken:
oerjoods is zijn oproep tot bekering
[afkering van de afgoden]:
tot de enige echte
"DE
levende & waarachtige
G d"!
Ook de verwachting
van 'n messiaanse gestalte door wie G d zijn mensen wil
redden, past geheel binnen 't jodendom van die tijd!
HET
nieuwe accent is hier dat deze Redder/Verlosser
nu [eindelijk] al bekend is [geworden] & steeds meer met name genoemd wordt:
Yehosjoea haNatsri aka
haMasjiach,
zoon van g d, bezieler door heilige geest, hageprediker, profeet
& 'opofferaar die wederkomt'!!
Dat erbij staat 'die hij uit de doden opgewekt heeft',
is niet toevallig: Yesjoea is de Gekruisigde & dus als
zodanig voor "Joden & Grieken"
niet de alom gewenste krachtpatserfiguur om de mensheid
in G ds naam te redden.
DAAROM
vermeldt Sjapo nadrukkelijk dat
DEZE
Yesjoe door G d is opgewekt,
dat wil zeggen gerehabiliteerd & aangewezen om in zijn naam op te treden
in een wereld die tot dan toe helemaal werd gedomineerd door afgodendienaars met hun Machtige Keizers als godenzonen/generaals van legioenen e.d.
In die laatste zinsnede van 1 TESS 1:9/10
komt dan ook het thema van de 'komende toorn' naar voren:
dat is het komende gericht oftewel, traditioneel gezegd, het [aller]laatste oordeel!
Sjapo spreekt hier over
de komende toorn,
dat wil zeggen over de toorn van G d
over alle kwaad en onrecht dat door mensen is bedreven:
Yehosjoea {de naam zegt het al!} verlost ons daarvan in g dsnaam,
zegt deze Sjaoel/Paolos?!!
Daar schuilt de gedachte achter
dat het kruis van Yesjoea redding betekent voor schuldige mensen. Sjapo
werkt het hier ['t allervroegste bericht van die hele christelijke beweging] nog niet helemaal uit,
maar in zijn denken is er een duidelijk verband tussen zonder, kruis, vergeving en redding:
in 1 TESS 5 besluit hij zijn oproep met de woorden
' ...
want G d heeft ons niet gesteld tot toorn maar tot het verkrijgen van de redding door onze Heer Yehosjoea haMasjiach, die voor ons gestorven is
...' [9-10a]
...
yaan asjer lo-yadanoe haelohim lecharon ki im linchol et-hayesjoeah al-yedei adoneinoe yesjoea ha-masjiach; asjer met baadenoe lemaan im-nisjkod weim-nisjan hayah nichyeh imo yachad
Want G ds bedoeling met ons is niet dat wij veroordeeld worden, maar dat wij gered worden door onze Heer Yesjoa
de Masjiach:
hij is voor ons gestorven opdat wij,
of we nu op aarde zijn of al gestorven zijn, samen met hem zullen leven! Hier zien we dus dezelfde verbanden:
door Yesjoe,
en met name door zijn dood aan het Romeinse kruis,
is er redding van het komende oordeel!
In de brief aan de Romeinen van zo'n jaar of vijf later
wordt dit thema van 'de komende toorn' het sterkst uitgewerkt,
in CD/ROM 2:5-8 zegt hij
het ZO:
oeviksji levavcha hammaeen lasjoev titsbor lecha evrah el-yom evrat haelohim weet higalot tsidkat misjpato; asjer yesjaeem leisj kemaaseehoe; lamatmidim baasot hatov oemvaksjim et-hakavod wehehadar wet asjer einenoe oveer yiteen et-chayei haolamim; weal-bnei hameri waasjeer lo-yisjmeoe la-emet ki im-laawlah sjameeoe charon-af wecheemah
Doordat jullie zo vreselijk hardleers zijn en niet tot inkeer willen komen,
maken jullie dat de straf waartoe G d jullie veroordeelt op de dag dat hij zijn rechtvaardig vonnis uitspreekt en uitvoert, alleen nog maar zwaarder wordt! G d beloont ieder mens naar zijn daden:
aan wie het goede doet en daarin volhardt, aan wie glorie, eer en onsterflijkheid zoekt,
schenkt hij het eeuwige leven.
Maar wie alleen nog maar handelt uit botte geldingsdrang,
die de waarheid niet eerbiedigt en zich alsmaar verder laat leiden door onrecht,
straft hij met zijn toorn
en woede! Of met ietwat andere woorden:
In je weerbarstigheid
en onboetvaardigheid van hart
hoop je alleen maar toorn op
tegen de dag des toorns & der openbaring van 't rechtvaardig oordeel g ds,
die een ieder vergelden zal naar zijn doen en laten: voor hen die in 't goeddoen volharden & heerlijkheid, eer & onvergankelijkheid zoeken is er het eeuwige leven; maar voor hen die alleen maar zichzelf zoeken, de waarheid niet achten & alleen aan ongerechtigheid gehoorzaam zijn,
rest alleen nog maar
toorn en gramschap!
Het woordje
'toorn' komt hier telkens weer voor,
twee keer in vers 5 & nog een keer in vers acht. In vers 5 komt als synoniem begrip 't rechtvaardig 'oordeel g ds' te staan: het is rechtvaardig omdat g d 'ieder vergeldt naar
zijn werken [doen & laten'. Mensen die 'ongehoorzaam zijn aan de waarheid' &
'gehoorzaam aan ongerechtigheid' [vs. 8]
zal dan duidelijker worden dat hun daden
[wandaden & niet-doen van recht]
niet meer nog langer
zonder gevolgen
zullen blijven!
HUN
wacht [eigen schuld dikke bult]
alleen nog maar 'toorn
en gramschap'!
We zagen al eerder
en vaker dat Sjapo de gelovigen van zijn tijd[en] & plaats[en]
oproept om niet vooruit te lopen op het oordeel van G d door zich [nu al] te wreken,
maar om die vergelding nog helemaal bij & aan g d te laten?
De enige instantie
die in alle voorlopigheid vooruit mag lopen op dit dus nogal spoedig verwachte laatste oordeel
is de overheid volgens hem {Romeinen 13:4-5}! Met alweer iets andere woorden: soms moet er zelfs
NU
al met geweld worden opgetreden en als dat dan ook echt
MOET [echt niet anders kan?!],
dan moet het ook helemaal klinkklaar duidelijk zijn,
WAAR
dit geweldsmonopolie berust, namelijk bij 'de
overheid'?!
Sjapo
had dus hoogstwaarschijnlijk
een groot vertrouwen in die overheid
en nog geen besef van haar totale corruptie, verwording & afgodendienst aan alle heidense & tijdelijke belangen waar ook nu
eenmaal spaanders vallen omdat er zo nu en dan flinkt op los werd gehakt,
gekruisigd & rap
uitgemoord!
Het blijft natuurlijk
de vraag wie dan wel moet en kan optreden tegen de diverse boeven en rotschurken?
Het is ook opvallend dat Sjapo niet spreekt over de hel en de daarbij passende straffen:
het woordje gehenna [e.d.] komen we bij hem nog niet tegen,
en het woord 'duisternis' dat bij Matai enkele tientallen jaren later
een synoniem ervan is, gebruikt onze Paolos ook niet
om de uiteindelijke bestemming van de zondaars
[onder die toorn] aan te geven?!
't Woordje 'vuur'
vinden we wel iets eerder in 1 Korinte
3:13vv
maaseh chal-isj yigaleh ki hayom hoe yevararehoe ki-baesj yeraeh weet-ma-maaseh chal-isj waisj haesj tivchanenoe; imyaamod maaseh isj asjer banah alaw yekabel scharo; weimyisareef maasehoe
yafsidenoe wehoe yiwasjeea ach kemomoetsal meeeesj; halo yedaetem ki heichal elohim atem weroeach elohim sjocheen bekirbechem; weisj asjer yasjchit etheichal elohim haelohim yasjchit oto ki heichal elohimkodesj weatem hinchem kedosjim; al-yerameh isj et-atsmo wehachsjev et-atsmo chacham baolam hazeh yehi lesachal lemaan yechekam; ki-chachmat haolam hazeh sichloet hi lifnei haelohim kakatoev locheed chachamim bearmam
maar daar is het meer een beeld van de beproeving in het laatste oordeel
[1 KOR 3:15vv].
We vinden 't woordje 'vuur'
wel in 2 TESS 1:8 i/d context van het goddelijk gericht,
maar volgens vele nieuwtestamentici is deze brief
NIET
door [de echte oorspronkelijke] Sjapo geschreven.
Het woord waarmee Paul de bestemming v/d goddelozen uitdrukt,
is 'de dood'.
Het einde van een zondig
leven is de dood, zegt hij in CD/ROM 6:21.
Dit woord kan hij soms
in een spirituele zin gebruiken,
omdat,
wie zonder G d leeft, ook nu al dood is.
Toch bedoelt hij het hier in 'n andere,
meer fysieke zin: dat blijkt
uit het vervolg waar de tegenstelling klinkt:
het einde van een leven in de dienst aan G d
is het eeuwige leven
[vs. 22]
acheen atah
bihyotchem mesjoechararim miydei hachet iemsjoeebadim leelohim yeesj
lachem peryechem likdoesja weacharito
chayei olam.
Wat Paul
met het woordje 'dood'
in deze context
precies bedoeld heeft is niet helemaal duidelijk!
Heeft hij aan de fysieke vernietiging gedacht?
We vinden er in zijn brieven te weinig over
om er veel over
te kunnen zeggen?
"Van ieders werk zal duidelijk
worden wat het [eigenlijk] waard is:
op de dag v/h oordeel zal dat blijken,
want dan zal het door vuur aan het licht gebracht worden.
Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is.
Wanneer iemands bouwwerk blijft staan, zal hij worden beloond.
Wanneer het verbrandt,
zal hij daarvoor de prijs betalen;
hijzelf zal echter worden gered,
maar door het vuur heen.
Weet je niet dat je een tempel van G d bent
en dat de geest van g d
in jullie midden woont?
Indien iemand g ds tempel vernietigt,
zal g d hem vernietigen,
want g ds tempel is heilig ~
en die tempel zijn jullie zelf!
Laat niemand zichzelf bedriegen.
Wanneer iemand van jullie denkt dat hij in deze wereld wijs is, dan moet hij eerst dwaas worden;
pas dan kan hij echt wijs worden.
Wat namelijk in deze wereld wijsheid is,
is dwaasheid bij g d,
want er staat geschreven:
"Hij vangt de wijzen
in hun eigen sluwheid."
En er staat ook geschreven:
"G d kent de gedachten van de wijzen:
hij weet wel dat ze niet meer dan lucht zijn!"
Niemand van jullie moet zich daarom laten voorstaan
op een ander mens, want ALLES is van jullie;
of het nu Paulus, Apollos
of Kefas is, wereld,
leven of dood, heden
of toekomst ~
ALLES
is van jullie.
Maar jullie
zijn van 'de gezalfde'
& die gezalfde
is van
g d!
Toen je nog
een slaaf van de zonde was, was je [nog] niet gebonden aan de gerechtigheid.
Wat heb je daarmee geoogst?
Dingen waarvoor jij je nu
[achteraf] schaamt,
want
ze leiden tot
de dood.
Maar nu,
bevrijd van de zonde
en in dienst van g d,
oogst je toewijding aan hem
en zelfs het eeuwige leven.
Het loon van de zonde is de dood,
maar het geschenk van g d is het eeuwige leven
in de masjiach Yehosjoea,
onze heer
...








