Klein vogelijn op groene tak, wat zingt ge'n lustig lied, 't lijkt wel of jij gaar niet kent 'n onsje van 't verdriet, dat mensenkind'ren zo beheerst?
Veurwaerts dus maar weer met de trouwe verdieping van religie & filosofie tussen al die telegrafische koopzondagen & hijgende nekpopulisten ...
De vrijheid van meningsuiting is 'n groot goed ... Zelden staat echter deze zin een punt: meestal komt er dan 'n komma of iets dergelijks moois!
De sprekertjes of schrijvertjes happen even naar adem, waarna de ene of andere nuancering volgt: ... Maar je moet wel op 'n verantwoorde wijze
met dit recht kunnen omgaan?! Je komt dat soort van redeneringen in allerlei verschillende varianten tegen, maar 'n oervorm ervan lijkt te luiden
"Natuurlijk MAG je heel veel zeggen, maar je MOET of hoeft niet meteen overal alles maar tegen iedereen te zeggen! DAT is levensgevaarlijk, dan krijg je vrijheidsextremisme & wederzijds verbaal terrorisme?" Verdraagzaamheid, inzicht, begrip & verstandige beslissingen zijn nog dungezaaid!
Vrijheden zijn niets waard als je er geen verantwoordelijkheid voor neemt. Al vele duizenden jaren zijn sommige mensen heel goed in het aldus schermen met mooie woorden, gezegdes, spreuken, wijsheden & schone gelijkenissen, vermeende woorden & veronderstelde daden daaromtrent.
In hoeverre zijn al dat soort mooie woorden (voor wie, waar, wanneer, waarom?) ook WAAR? Iedereen is wel ergens voor 'n minimum aan menselijke etiquette. Zo is een ad-hominem-argument niet sterk en is het wel zo respectivol om je gesprekspartner op z'n minst te laten uitpraten
en dat is heel fatsoenlijk allemaal, al deze basale regels - of, beter in deze context: heel verantwoord. Maar met de vrijheid van meningsuiting heeft deze benadering niet echt zo bar veel te maken, in elk geval minder dan doorgaans wordt gesuggereerd.
Stel je de hypothetische situatie voor dat iedereen zijn verantwoordelijkheid zou nemen, waartoe telkens weer wordt opgeroepen. Dat iedereen, met andere woorden, niet alles zegt wat hij mag zeggen. De vrijheid van meningsuiting zou verschrompelen in dit oord van pais en vree. Alle noodzaak voor dit recht is verdwenen. Fatsoenlijke opvattingen hoeven immers niet te worden beschermd?
De vraag is hoe je omgaat met onwelkome of onbetamelijke meningen. Kijk, dan begint het interessant te worden. Je kunt het vergelijken met de huwelijksbelofte: 'in voor- en tegenspoed', zo laat de ambtenaar van de burgerlijke stand de aanstaande echtelieden aan elkaar beloven ...
Geen kunst om bij elkaar te blijven als alles van een leien dakje gaat. Maar wat doe je als het tegenzit? In zekere zin treedt de trouwbelofte dan pas echt in werking: 'Weet je nog, in voor- EN tegenspoed?!' Of deze correctie onzerzijds veel uithaalt, betwijfel ik. De hardnekkigheid waarmee vrijheid en verantwoordelijkheid in EEN adem worden genoemd, is groot. Des te opmerkelijker is het dat de verdedigers van dit standpunt zwijgen nu er plannen zijn om een islamitisch centrum te bouwen nabij Ground Zero. Dat is vreemd. Of beter nog: inconsequent. Waarom geen beroep op imam Feisal Abdul Rauf, de initiatiefnemer van dit centrum, om zijn verantwoordelijkheid tenemen?
Moet wie oproept tot een beschaafde toepassing van de vrijheid van meningsuiting niet eenzelfde terughoudende omgang bepleiten van de vrijheid van godsdienst? Ofwel: natuurlijk mogen moslims hun gebedshuizen e.d. overal bouwen, maar ze HOEVEN dat niet te doen. Dus dat centrum moet er niet komen? Dat is niet de pointe van dit betoog. Ik ben het eens met schrijver Salman Rushdie, wiens reactie in essentie een spoed-cursus Verlichting is. Het zal niet verbazen dat de auteur van 'De Duivelsverzen', en 's werelds beroemdste mikpunt van een islamitische fatwa,
'persoonlijk' geen liefhebber is van moskeeën. Ook begrijpt Rusgdie de gevoeligheden "van een dergelijk gebouw, nabij een plek waar duizenden mensen werden gedood op 11 september 2001". Desondanks vindt hij dat men 'daar een moskee moet kunnen bouwen', net zoals hij tegen de verbranding van de Koran is. Zo werkt immers de Amerikaanse grondwet.
Maar wie consequent wil zijn, die moet voor de vrijheid van meningsuiting eenzelfde genereuze behandeling bepleiten. Anders dreigt het meten met twee maten. Schiet dus niet meteen in een kramp als zich meningen voordoen die onaangenaam zijn, of als kwetsend worden ervaren.
Laat de al te vrome oproep tot verantwoordelijkheid, die de statuur heeft gekregen van een bezweringsformule, dan ook liever achterwege ...
O zeg, o zeg ons, aardig beest: wie is uw meester toch geweest?
Wie goed doet, goed ontmoet!
