mydikadoverpakkingen & 't ontwaren v/d inhoud ...

Voor de broodnodige afwisseling
nog even terug dus maar naar Mat Gargon van voor 300 jaar
over Yehosjoea & Sjimon Petros aka Kefas in 't huis v/d hogepriester Kajafas van bijna 2000 jaar geleden met de beruchte verloocheningen & het felle
mystieke hanengekraai ...


Heb ik jou niet gezien in die tuin met hem?

Die vraag stelt de zaak buiten tegenspraak, en zegt zo veel als, ik heb zelf met mijn oogen u in den hof gezien, dat gy 't zwaard opvatte, om dien Galileer te verdedigen, en ons te beletten, die uit naam van Roomsch en Joodsch gezag de handen aan hem sloegen. Wat bewijs is hier meer van nooden?

Gy hebt mijnen bloedvriend Malchus gewond, en 't oor afgehouwen, en gemeint den kop te kloven!

Hier op werd Petros met grooter vrees bevangen, dan oit, en zal niet, gelijk te vooren, zeggen, ik ken hem niet, ik weet niet wat gy zegt, maar zich ook vervloeken, en alle de zwaarste straffen van G ds toorn en wraak zich zelven toewenschen; want dit zegt
anathematitsein, dat Markus gebruikt in 14:71; en nog meer katanathematitsein, dat Matteus hier zet, en de betekenis versterkt, als of men zeide,
rondom- alleszins- geheel- en -al -vloek en -doem-waardig.

Want dat sommigen dat woord al alleen op die heiligdommen toepassen, die men in de Tempelen der Af-goden, aan den wand of pijlaar plagt op te hangen, is mis: want het ook genomen word voor vloekdragers
die, als beladen met vloek en misdaad van een geheel volk, in zee of stroom geworpen wierden, om de verdichte Goden te verzoenen, en 't volk te bevrijden: en dus in 't algemeen al wie, of wat, vervloekt was, en 't schriklijkst verderf onderworpen.

En wie kan Yesjoea verlochenen, en behouden worden?

Petrus vervloekt zich dan op de zwaarste en vreeslijkste wijze, G ds toorn, en eeuwige straf over ziel en licchaam wenschende. Gelijk de Jooden driederhande kerkbannen of vervloekingen hadden, welker zwaar-ste zy
Cherem noemden, een vloek, dien zy stelden, dat alle de leden van 's menschen licchaam trof, en eenen wissen dood aanbragt.

Welke woorden en vloeken Petrus gebruikt hebbe, word niet uitgedrukt, en is onnodig nagevorscht, nadien 't vloeken en zweeren niet dan al te bekend is, in onze verdorvene dagen. Dat hy vloekte en zweerde, en zich vervloekte, blijkt uit de herhaalde en verdubbelde woorden van Markus [14:71]!

En 't is wel te denken, dat, op het telkens hernieuwen nu van deezen, dan weder van geenen, dat hy een Galileeer en een van Yehosjoea's Discipelen was, Petrus ook hernieuwde vloeken, en vervloekingen zal gebruikt hebben, om die beschuldigingen af te weren.

Want met sommigen te zeggen, dat Petrus wel met den mond, niet met zijn hart den Heiland verlochent
hebbe, en alleen ontkende, dat Yesjoe een bloot mensch was, loopt tegen de boetvaardigheid van Petrus,
en de voorzegginge van Yesjoea aan.

Het ware niet Christlijk, den Apostel te bezwaren: maar 't is ook onredelijk, zijne misdaad te vernissen, of te verkleinen. Heeft hy Yehosjoea van harten niet verlochent? Zal hy dan wel van harten berouw gehad, en geweent hebben? Zal Christos zeggen dan wel bewaarheid zijn?

Petros had nog de vloeken en verlocheningen in den mond, als de haan anderwerf kraait, hem anderwerf zijne misdaad inscherpt, en 's Heilands woorden indachtig maakt. Maar hoe doordringend ook 't geluid van den haan mag geweest zijn, het was onmagtig, om Petrus tot inkeer te brengen, indien Yesjoea hem
zijnen Geest niet verleent, en 't oog op hem geslagen had.

Daarom zegt Lukas [22:61]:
"En de Heere zich omkeerende, zag Petros aan!"
Dat gezicht dringt hem door hart en ziel, en treft den mijneedigen Apostel in 't ongevoelig gemoed, want het schiet zijne genade-straalen, en menschveranderende kracht op Petrus uit, en hy word bekeert.

En wie kan de harten bekeeren dan G d alleen?

Zo blijkt de G dheid van Yehosjoea in 't midden van zijn lijden en veroordeeling, en de Satan, die zo krachtig werkt in den bloedraad, kan echter Petros niet verderven, dien hy zo schroomlijk gezift had.
Hoe getrouw is Yesjoea, schoon wy zo trouwloos zijn. Niemant kan hem zijne schaapen uit de handen wringen. Petrus verlochent Yehosjoea, en Yesjoea rukt hem uit de klauwen des Satans.

Men twijfelt, en twist, hoe Yesjoe zijnen Apostel konde aanschouwen door 't omkeeren van zijn hoofd, daar hy boven, en in een binnen-vertrek voor den hoogen Raad, en Petros beneden in 't voorhof by de dienstknechten stond. Dit heeft eenigen zo onoploslijk geschenen, dat zy dit
aanzien geestlijk, niet licchaamlijk begrijpen. 'T is buiten kijf een geestlijk oogopslag geweest, maar het strijd niet, dat Yesjoea
te gelijk met zijn oogen, en Geest hem aanzag.

Zo ging men 300 & 2000 jaar geleden nog om met taal & teken, vertellen & verhalen: een bepaalde kernbedoeling werd op allerhande mogelijke & symbolische manieren aangewend & nader geillustreerd om
een en ander te 'verduidelijken', in te kleuren, te verheftigen en te verzwakken om toch maar helderder te kunnen maken waar het in de grond van de zaak om zou gaan volgens hun inzicht & kennis.

Tussen de hof van Eden, de eerste mensen & bewuste moorden, het geweld, 't onrecht en de zondvloed,
en alle daarop volgende mydibijbelverhaaltjes met het einde der dagen e.d., liggen aldus de tekenen des tijds vastgelegd in bepaalde woorden, begrippen, overdrijvingen & weggelaten accenten. Die verhaaltjes zijn dus allemaal prachtig en 'leuk' als bewijs van wat men voelde, dacht, overwoog en wilde verduidelijken
aan zichzelf en de anderen, maar de diepste zin & hoofdzaak zit 'm in de kern van waar het echt om gaat
in ons eigen leven, ervaren & ontdekken.

Verpakking blijft aan de buitenkant & kan nooit hoofdzaak worden als het go{e}d is.
De inhoud is iets wat we telkens weer zelf [en samen moeten kunnen] ontdekken.


23 okt 2008 - bewerkt op 23 okt 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende