Terug
naar Mat Gargon
van 300 jaar geleden en zijn mening
over [o.a.] Mat de Evangelist {XXVI-69} &
zijn relaas van 'n mensenleeftijd na de kruisiging
& tientallen jaren na de Opstand en de Vernietiging van
de Tempel via oog- & oorgetuigen, doorvertelde verhalen
& de 'agitprop'-versies daarvan
in die 2000 jaar.
En Sjimon Petros
aka Kefas zat buiten in de zale,
& 'n dienstmaagd kwam tot hem, zeggende, gy
waart ook met Yehosjoea den Galilejer!
Maar hy lochende 't voor allen,
zeggende, ik weet niet wat gy zegt.
En als hy na de voorpoorte uitging,
zag hem een andere [dienstmaagd]
,
en zeide tot de gene, die aldaar [waren]
,
deze was ook met Yesjoea den Nazarener!
En hy lochende het wederom met eenen eed, [zeggende]
, ik kenne den mensche niet!
En een weinig daar na,
die 'er stonden by komende, zeiden tot Petros,
waarlijk gy zijt ook van die, want ook uwe sprake maakt u openbaar!
Toen begon hy [zich]
te vervloeken,
en te zweten, ik kenne den mensche niet!
En terstont kraaide de haan:
en Petrus wierd indachtig des woords van Yesjoe, die tot hem gezegt hadde;
eer de haan gekraait zal hebben, zult gy my driemaal verlochenen.
En na buiten gaande, weende hy
bitterlijk.
'T is
eene heilige voorzichtigheidsles,
die ons zelven altoos moet doen wantrouwen, & in alle omzichtigheid,
als de apostel Sjapo {in 1 Korinte 10:12} zegt: Die meine te staan, zie toe, dat hy niet valle!
Die groote Leeraar der Heidenen kende een mensch, en des zelfs zwakheid, hy wist,
hoe ligtlijk men verlokt, en verleid word, hoe men waggele, en wankele in de minste tegenheid,
en hoe veelvuldig, hoe doldriftig onze vyanden zijn: zo dat men dikwijls, & daaglijks in veelen struikele,
& valle; & door eenen onoverwinlijken stroom van gewoontens, van driften, van wellusten,
van aardsgezindheden, van eigenbelangen, van weereldweelden, van angsten voor den dood,
van liefde tot dit leven, van dwalingen, van vooroordeelen, van verdrukkingen, van elenden,
kortom van alle tegenheden, en bewegingen des vleesches
weggesleept worde, en uit zijne vastigheid,
waar in men scheen pal te staan tegen alle voorvallen, weggerukt word,
en in 't uiterste gevaar
geraakt.
Dit
vertoonde de Mosjiach
Yehosjoea haNatsri in 't volgeestig zinbeeld van dien wijzen, en onvoorzichtigen bouwman,
die ieder een huis stichtte, doch op verscheiden, en gantsch verschillenden grondslag. De wijze verkoos eenen onwrikbaaren rotssteen, & bouwde daar op, & zijn vast gebouw verduurde de slagregens, stormwinden, stortstroomen, en al het dreigend geweld;
om dat het zo vasten grondslag
had.
Maar
die onvoorzichtige bouwer,
die eenen zandgrond verkoren, en daar op zijn huis gebouwt had, konde de opkomende regenbuien, beukende watergolven, bulderende stormwinden niet uit-staan, en stortte ter neder met eenen zwaaren
val!
Zo
gaat het
niet alleen sommigen, maar allen:
want wie is t' aller uuren, en in allen delen wijs, voornaamlijk in 't geestlijke?
Waar in onophoudlijk blijkt, dat het vleesch zwak zy, hoe volvaardig ook
de geest wezen
mag.
Aan
de ene kant
heb je dus Yesjoea [en ons allen]
als een normaal mens, en aan de andere kant
de neiging gedurende bijna 2000 jaar om hem
[of zo iemand] eindeloos op te hemelen
of te vervloeken!
Hij laat net als
al die andere voorgaande figuren
en profeten zien wat de potenties zijn die we hebben.
De kost hen de kop of blijkt te leiden tot verafgoding,
terwijl de [derde] middenweg
toch veel 'echter' is?
Zo
heeft elke tijd
en iedere plaats bij alle mensen een eigen nadruk & inkleuring:
we neigen tot van alles en nog wat, afhankelijk
van innerlijk & omstandigheden
...
Het enige
wat die wijzen
[van overal en altijd] doen is de gulden snede benadrukken?
Dat kan je nog steeds het leven kosten her en der, of leiden tot drogbeelden!
Vervloeken & bejubelen lijkt nog steeds
overal te heersen
onder dezen
en genen.
Nu
nog even bepalen
wat daar tussenin ligt
aan mogelijk-
heden!!!
