Want
hy {PP} stond
VERWONDERD,
als Yoseef hem dit licchaam kwam afeischen,
dat Yehosjoea reeds gestorven was, & vraagt daarom den Hoofdman,
of JC lang gestorven ware?
De Landvoogd begreep
die verborgendheid van 's Heilands kruisdood niet,
hy wist niet, dat Yesjoea magt hadde 't leven af te leggen,
en weder aan te nemen naar zijn welgevallen:
en beducht voor onheil of bedrog, wil
hy alles omstandig navorschen, op dat
men wel ligt dit voorwendsel van gestorven te zijn,
niet gebruikt, om den gekruisten levendig af te nemen,
en de wonden namaals
te helen.
Maar van den Hoofdman,
die ooggtuige was van alles,
de volkomene zekerheid verstaan hebbende,
schenkt en gunt hy Yoseef
zijn verzoek.
Wat konde 't
Pontius Pilatus verschelen waar,
of van wien dit licchaam begraven wierd,
als 't doch van 't kruis moest afgenomen,
& begraven worden.
Zo verre
had hy reeds 't verzoek der Jooden toegestaan,
dat men door 't beenenbreken, den dood der gekruisten verhaasten zoud,
& de licchaamen om de groote plegtigheid des aannaderenden Sjabbats,
afnemen: maar eer hy bericht heeft van die straf-uitvoerders,
datze Yesjoe waren voorby gegaan, om datze geen leven in hem vonden,
en dat zelfs een krijgsknecht zijne zijde doorsteken, en 't hart doorwond hadde,
schijnt Yoseef zich tot den Landvoogd begeven, en zijn
verzoek gedaan te hebbe.
En dit bezef
zal alle verwerringe,
die men anders zoud meinen te vinden in 't kruisverhaal,
voorkomen of wegnemen.
Dat licchaam,
dat hy onlangs den Jooden vergunde om te kruissen,
vergunt hy Yoseef om te begraven.
Tot
het eerste
wierd hy door vreeze van oproer,
en doldriftigheid der Jooden gedwongen:
tot 't laatste word hy door edelmoedigheid,
en achtbaarheid des verzoekers,
en erkende onschuld
van Yesjoea,
het zien en horen der wonderen,
en wel ligt ook door voorbede zijner huisvrouwe,
die Yesjoe voorheen
RECHTVAARDIG
noemde, vrijwillig
bewogen.
Dus
dient de onwetende den raad G ds,
en zal ons, door zijne twijfelingen, gerust stellen, dat JC
WAARLIJK GESTORVEN ZY!
