leven.
...
WONDERWIJS
BESTIER VAN DEN ALWIJZEN G D,
DIE ZELF DE VYANDEN DER WAARHEID VERWEKT,
OM GETUIGENISSE DER WAARHEID TE GEVEN!
HADDEN DE VROUWEN DEEZE TIJDING
AAN DEN RAAD GEBRAGT, ZOUDEN ZY
GELOOF HEBBEN GEVONDEN?
ZOUDEN ZY NIET IN EENEN WISSEN DOOD ZIJN GELOPEN?
ZOUDEN ZY GEEN KWAAD VERMOEDEN GEGEVEN HEBBEN, ALS WAARE JC DOOR HAAR TOEDOEN VERMIST?
MAAR NU DE KRIJGSKNECHTEN DIT VERKONDIGEN, WIE KAN HUN BERICHT VERDENKEN?
WIE DIT ONTIJDIG EN VERBAASD VERLATEN VAN 'T GRAF ONGEGROND ACHTEN?
DE SCHRIK STAAT IN ALLER AANGEZICHT TE LEZEN, DE BENAUWDHEID DOET HEN TSIDDEREN EN BEVEN,
EN IN ZULKE ONTSTELTENISSE STUIVEN ZY TER STADS-POORTE IN, EN NAAR DEN RAAD TOE!
ZAL NIET IEDER INWOONDER VAN YEROESJALAYIEM,
IEDER FEESTVIERDER, EN WIE HEN ZIET,
OF VRAAGT, DIE VERBAASDHEID
MERKEN?
Het
stamelen der
tonge, het beven
der leden, het bleken van 't aangezicht,
zal de waarheid bevestigen, en weereldkundig maken.
De zeldzaame merkwaardigheid van dit geval doet, met reden,
onzen H.Euangelist, als in verwondering uitroepen:
ZIET! ZIET!"G ds
wonderwijs bestier",
in 't verdedigen van 's heilands opstanding:
ZIET!de dwaaze boosheid, en loosheid van de vyanden der waarheid:
ZIET!de logen zich zelve beschamen,
en verijdelen!
ZIET!die Yehosjoea
het opstaan meinden te beletten,
zijn de eerste boodschappers, dat hy is opgestaan:
ZIET! EENIGEN VAN DE WACHT KWAMEN IN DE STAD!
De voorzichtigheid schijnt hen geraden te hebben, niet ALLEN te gelijk, maar eenigen,
en in klein getal zich tot den Raad te begeven, het zy de vrees voor straf en wraak der JOODEN,
de schroomachtigsten elders heen dreef, om niet in handen dier woedende menschen te vallen:
het zy, dat zommigen door alle de noitgehoorde wonderen,
en inzonderheid door het zien van den H.Engel,
en opstaan van JC den bloedraad veroordeelt,
en JC voor den "Zoone G ds" erkent hebben,
gelijk de hoofdman der kruisbende,
als de Heiland den geest gaf,
zeide:
WAARLIJK DEEZE WAS DEN ZOONE G DS:en datze van de waarheid overtuigd, de PRIESTERS als G dloozen,
de SCHRIFTGELEERDEN als vyanden der onnozelheid aanmerkten,
en geen doen met zo snoode menschen, die alle menscheid hadden uitgeschud, meer hebben wilden.
En wie kan gemeinschap hebben met G dloozen, en niet besmet, en hunner straf onderworpen worden?
De HEIDENEN zelfs,
uit het kennelijke G ds,
dat onuitwichlijk is in aller zielen ingedrukt,
WISTEN,
wegens het getuigenis van Paulus
[aka Sja'oel/SjapoChapeau],
HET RECHT G DS,
DAT WIE DEEZE DINGEN DOET,
DES DOODS WAARDIG ZY.
welo-achacheed miekem achai kie-feamiem rabot samietie al-liebie lavo
aleichem ach niemna miemenie ad-heenah lema'an emtsa frie gam-bachem kemo beyeter hagoyiem
Jullie moesten eens weten, broeders en zusters, hoe vaak ik me al niet heb voorgenomen om naar je
toe te komen, om net als bij de andere volken ook bij jullie vruchtbaar werk te kunnen doen. Maar ik was tot nu toe steeds weer verhinderd. Ik sta ten dienste van alle volken: van beschaafde en niet beschaafde,
geletterde en ongeletterde, en daarom is 't mijn wens om 't euangelium ook aan jullie in Rome te komen
verkondigen.
[
Zo schrijft Sjapo zo'n 25 jaar na die kruisiging bij Yeroesjalayiem vanuit Korinte.]
Voor dit evangelie schaam ik me niet, want het is G ds reddende kracht voor allen die geloven, voor Joden
in de allereerste plaats, maar ook voor andere volken. In 't evangelie openbaart zich dat G d enkel en al-leen wie gelooft als rechtvaardige aanneemt, zoals ook geschreven staat: "De rechtvaardige zal leven door het geloof!"
En vanuit de hemel openbaart G ds toorn zich over al het kwaad en onrecht van hen die met hun onrechtvaardigheid de waarheid geweld aandoen. Want wat een mens over G d kan weten is hun bekend omdat G d het aan hen kenbaar heeft gemaakt. Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld al zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht & 'goddelijkheid' zijn voor 't verstand waarneembaar.
Er is helemaal niets waardoor zij te verontschuldigen zijn, want hoewel ze G d kennen,
hebben ze hem niet de eer en dank gebracht die hem toekomen. Hun overpeinzingen zijn zo
dan ook volkomen zinloos & hun onverstandig hart is verduisterd. Terwijl ze beweren wijs te zijn,
zijn ze in werkelijheid dwaas & hebben ze de majesteit van de onvergankelijke G d ingewisseld voor beelden van de vergankelijke mensen, vogels, lopende en kruipende dieren.
Daaom heeft G d hen in hun lage begeerten uitgeleverd aan zedeloosheid,
waarmee ze hun lichaam onteren. Ze hebben de waarheid over G d ingewisseld voor de leugen;
ze vereren & aanbidden 't geschapene in plaats van de schepper, die moet worden geprezen tot
in eeuwigheid.
Amen.
Daarom heeft g d hen uitgeleverd
aan allerlei onterende verlangens & hebben de vrouwen
de natuurlijke omgang verruild voor de tegennatuurlijke, en ook de mannen hebben de natuurlijke omgang met vrouwen losgelaten en zijn in hartstocht ontbrand voor elkaar [bij bosjes]: die mannen plegen ontucht met mannen, zo worden ze gestraft
dat ze van g d zijn afgedwaald.
Omdat ze het
beneden hun waardigheid achten g d te erkennen,
heeft g d hen overgeleverd aan hun eigen uebergeile onbetrouwbaarheid & doen ze vooral wat verwerpelijk is: ze zijn door & door onrechtvaardig & boosaardig, hebzuchtig en slecht. Ze zijn door en door afgunstig, moordzuchtig en twistziek,
doortrapt en kwaadaardig.
Ze doen daarom
haast niets anders meer dan roddelen en spreken kwaad van elkaar en ieder ander, ze haten g d,
zijn hoogmoedig, trots en verwaand. Ze zijn alleen nog maar vindingrijk in het kwaad, tonen zo
geen ontzag voor hun ouders, zijn kortzichtig en trouweloos, zonder liefde,
vreselijk onbarmhartig & ijdel!
Hoewel ze het vonnis van G d kennen
en weten dat mensen die dergelijke dingen doen eigenlijk de dood
verdienen, doen ze dit alles toch.
Sterker
nog: ze
juichen 't nu
zelfs toe dat
anderen het ook [aars]
zo gaan
doen.
