'n
Steeds verdergaande
vermenselijking van al wat mensen ontdekken
& beter willen
begrijpen
...
ZOUDE
G D ZIJNE
EER AAN EENEN ANDEREN GEVEN?
ZOUD MOSJIACH CHRISTOS ZICH DIE EER AANMATIGEN,
& "G DE ONTROVEN"? ZIJNEN VADER ['I/D HEMEL'] NIET VERHEERLIJKEN?
THOMAS NIET BESTRAFFEN, INDIEN HY EEN BLOOT SCHEPSEL, EN VAN HEM "VERGOOD" WAS?
WAT ZOUDE HY DAN MEER ZIJN, ALS DE AFGODEN DER HEIDENEN?
KAN 'N 'NIET-G D' ONZ VERTROUWEN, ONZE HOOP,
ONZE ZALIGHEID ZIJN?
OF HEEFT ONZE THOMAS
DOOR HET OOG DES GELOOFS OP JC DIEN G D VAN VOLKOMENE ZALIGHEID GEZIEN?
Ongetwijfelt.
Want hy zegt,
als met een vinger-wijs,
HO THEOS, HO KURIOS, DIE GOD, DIE HEERE,
die G D DER VADEREN; die G d der HEIRSCHAAREN [machten en krachten];
die G d des HEILS; die VADER DER EEUWIGHEID,
& VREDE-VORST!
Krachtig was hy
door de opstanding uit den dooden, nu bewezen de
ZOONE G DS te zijn: niet, dat hy door die verrijzenisse de Zoone G ds wierd,
maar betoond was te zijn.
Want G d kan niet worden
[dat is nou precies wat ik me dag & nacht
telkens weer opnieuw weer afvraag!], maar is,
& blijft 'onveranderlijk' dezelve? Zo hoog stijgt het geloof, en ziet den Onzienlijken.
Zo verandert
hart en taal, als het ongeloof verdreven is.
Thomas wilde niet geloven, of hy moest zien;
nu ziet hy, het geen het oog des licchaams niet kan zien,
en roept in volijverige overtuiging uit:
MIJN HEER! EN MIJN G D!
als of hy zeide: ik erken mijne misdaad: ik verfoey mijn ongeloof:
ik beklaag mijne halstarrigheid.
Menschlievende Yehosjoea!
getrouwe Hoogepriester! Vergeef my die,
en alle mijne misdaaden, om het dierbaar bloed,
dat gy nu hebt uitgestort: om den bitteren dood, dien gy nu geleden hebt; om het
voldoenend zielrantzoen,
dat gy nu betaalt hebt,
erbarm u over my!
Wees
my henadig!
Vergeef mijneschulden!
Want
gy zijt
MIJN HEERE, dien
ik voortaan dienen en
gehoorzamen wil.
GY
ZIJT MIJN
'G D', DIE MY HEILIGEN,
RECHTVAARDIGEN, ZALIGEN
MOET.
O
HEERE! VERLAAT MY NIET:
O G D! BEHOED
EN BEHOUD
MY.
