Heftige alomvattende nietsontziende gewetensvolle dromen vol verleden, heden & misschien toekomst!
Waar liggen de verbanden tussen tussen al die mogelijke associaties & fantasievolle visioenen?
In wiens
NAAM,
uit wiens bevel, in wiens verdiensten, door wiens kracht & kroon-recht zouden zijne Discipelen dan het Euangelium prediken? De bazuine aan den mond zetten?
JOOD en HEIDEN
uitlokken:
HY
was beider
MIDDELAAR,
en moest beiden tot zijn eigendom verkrijgen. Hy was buiten
YEROESJALAYIEM
gestorven, om een algemeine Kerk, en wijduitgebreid Koninkrijk op te regten. Welvoeglijk lag Yeroesja-layiem, om van daar geheel de weereld door, de Zoen-maar te verbreiden! Gelijk
DAWIED,
of liever de vreugde-rey, dien hy 't heilrijk doet beschouwen, zegt:
"SCHOON VAN GELEGENDHEID, EENS VREUGD
DER GANTSCHER AARDE
IS DE BERG TSION AAN DE ZIJDE VAN 'T NOORDEN, DE STAD DES GROOTEN KONINGS!"
Niet, gelijk de Jooden willen, dat Yeroesjalayiem regt in 't midden der gantscher aarde zoude gelegen, & daarom 't
HARTE DER AARDE
genaamt zijn. Maar dat uit die stad, 't Euangelium moest
beginnen gepredikt te worden, & daar de grondslag van 't geestlijk & nieuw
YEROESJALAYIEM
gelegd zijn!
ZO
wil
JC
dat zijne Kruisgezanten
BEGINNEN
zullen van
YEROESJALAYIEM,
de hoofdstad van 't Joodenland,
werwaards de Feestvierders jaarlijks moesten optrekken, om den Tempeldienst by te wooen, & de scha-duwen in 't heiligdom, te zien van 't geen in JC bewaarheid was. Den Jood wil JC niet beroven van zijne voorrechten: maar gelijk dat volk gerekent wierd,
"G ds volk",
& de
KINDEREN DES KONINKRIJKS TE ZIJN,
zo moet ook hen eerst de bly-maare der verzoening gepredikt, en daar door het klein overblijfsel der genade-verkiezing behouden worden. Hier van daan is de straftaal des Apostels:
HET WAS NOODIG, DAT TOT U EERST HET WOORD G DS GESPROOKEN WIERD,
DOCH NADEMAAL GY HET ZELVE VERSTOOT, EN U ZELVEN DES EEUWIGEN LEVENS ONWAARDIG OORDEELT, ZIET, ZO KEREN WY ONS TOT DE HEIDENEN!Dus wijst hen JC hier ook aan, hoe 't snoer zijner erve zoud uitgaan van Yeroesjalayiem tot alle volkeren;
en dat zy getuigen moesten zijn van 't geen zy gehoort en gezien hadden. Weshalven eenige 't grond-woord
ARXAMENON,
beginnende,
liefst veranderd zagen in
arxamenoon om dat het eerste meer schijnt op
CHRISTOS,
en 't laatste volkomen op de Kruisgezanten te zien; en
dat JC eigentlijk niet zelf van Yeroesjalayiem begonnen, maar voornaamlijk in
GALILEEN
gepredikt heeft?!
Doch ook zonder woord-verandering kan, en moet het gebragt worden op de Heilboden: want het geen uit
iemands last, en naam geschied, word den bevelgever zelven toegeschreven. Hoe zouden anders de H. Apostelen en Discipelen,
GETUIGEN
van JC en van zijn lijden en sterven, en opstanding, en verschijningen zijn, en hunne gantsche zending en boetleer, onder alle volkeren in dat getuigenisse bestaan? Hoe welgevoeglijk, hoe regt
"G dlijk",
zal 't getuigenisse der Kruisgezanten overeenstemmen met de Wet en Profeeten. Want
HET GETUIGENISSE VAN YEHOSJOEA IS DE GEEST DER PROFEETEN!
Daarom wijst ook de Profeet den weerbarstigen Jood tot de Wet & 't
GETUIGENISSE,
& bedreigt hem, dat, zo hy daar niet naar spreekt, en
"G d"
zoekt, dat hy geen dageraad zal hebben, dat hy geen heillicht zal zien, zelfs niet in 't aan- en door-breken van den dag der genade.
