Of we 't nu leuk vinden of niet:
de wereld is in chaos, dus zijn wij 't ook.
Omdat we daar niet meer mee konden leven
hebben we allerlei ontdekkingen & uitvindingen gedaan sinds de oertijd van ons bestaan.
Oermensen zullen wel ongeveer hetzelfde zijn geweest, totdat we ons overal begonnen te verspreiden ...
De afgelopen tijd zijn we nu pas echt goed aan de gang gegaan met 't napluizen van onze oorsprongen?
Niets blijft 't zelfde zoals 't was, alles waarmee we te maken krijgen is in staat van constante verandering.
Veranderingen vinden zowel plaats van buitenaf als van binnenuit. De kunst is het daar grip op te krijgen!
Ons centrale medium bestaat uit taal & teken, symboliek & praktijk:
we proberen alles in taal & beeld om te zetten via
onze verhalen & de schriftelijke neerslag daarvan
in literatuur & de aanpassing
daarvan in 't leven
van 'elckerlyc in
alledagsland'.
Hoe
kunnen we
ooit tot overeenstemming
komen met elkaar, als we in dezelfde woorden
verschillende betekenissen
bedoelen?
De grote vraag
van ons bestaan is,
om ondanks alle verschillen,
toch overeenstemming te bereiken in ons doen en laten!
Zoiets vergt tijd, ruimte,
inzet & fantasie
...
We hebben het i
n myDi al eerder en vaker gehad
over allerlei religieuze & politieke stromingen.
Er zijn zoveel vormen van filosofie in omloop,
dat het moeilijk blijkt om 'n vriend
van wijsheid
te blijven?
Wat
is wijsheid,
waarheid, werkelijkheid?
Wat verstaan we onder inzicht,
doorzicht &
begrip?
Ook daar
lopen de meningen erg over uiteen:
we praten maar al te vaak
langs elkaar
heen!
Sommigen
zeggen dat
er twee soorten
mensen zijn: socialisten & individualisten,
groepsmensen & een-lingen, maar 'de ene'
kan nu eenmaal niet
zonder 'de ander', 't
zijn twee kanten
van dezelfde
munt.
Anderen
hebben het
over de betovering
en onttovering van de werelden
waarin we ons bevinden.
Aanvankelijk was ons brein
nogal magisch ingesteld: we geloofden
in geesten, spoken,
duivels & goden.
De vraag is dus
waar we de grenzen leggen
tussen magisch kinderlijk voelen
& volwassen{er}
denken?
Al met al
kun je die woorden pas goed gebruiken
als je weet wat je eronder verstaat:
wat je bedoelt!
Laten we dus
nog maar weer eens
even teruggaan naar Mat Gargon
& zijn visie op
1700 jaar
daarvoor.
Hij verdedigt
op de grens van de Verlichting
nog steeds de betoverende taal
"van tijd & land
van ooit".
De Godvruchtige vrouwen,
die dus verre haare heilige toegenegendheid tot Yehosjoea betoont hebben,
en daarom by de vreeslijke kruisstraf tegenwoordig waren, en bleven. om te zien,
wat van 't lichaam des Heeren worden zoud, bevinden zich hier weder by het graf,
en zijn ooggetuigen van alles, hoe 't licchaam omwonden,
en waar het ter aarde bestelt word.
De naamen
der vrouwen, zijn Miryam de Magdaliet,
die ons ook in 't voorgaande voorkwam,
en Yesjoea zeer lief moet hebben gehad,
en de ander Miryam, de moeder van Ya'akov & Joze, als voorheen.
Doch of Miryam, de moeder-maagd, hier by geweest zy, trekken sommigen in twijfel,
om dat zy hier niet vermeld staat:
hoewel anderen dat vast stellen,
en zeggen, dat zy de spijkers en kruis-nagelen in haaren schoot verzamelde,
en met heete traanen
de wonden haars gekruisten Zoons afwiesch,
en reinigde.
Maar dit heeft weinig zekerheids.
Omstandiger is hier weder Lukas,
en zegt:
de vrouwen, die met Yesjoe gekomen waren uit Galilea,
en aan 't kruis gestaan, en hem nog niet verlaten hadden by 't graf,
volgden na,
als ter uitvaard,
en aanschouwden 't graf,
en hoe zijn licchaam gelegt wierd!
Want schoon d'Egyptenaaren,
de dooden op de voeten, en overeinde zetteden,
en andere volkeren die, of in een gestoelte of op den rug met de voeten naar 't Eesten,
en aangezicht naar 't Oosten plaatsten,
hadden de Jooden de gewoonte, die achter over met 't aangezicht en oogen hemelwaards te leggen, zonder nauwkeurig Oost of West in acht te nemen,
dewijl de gedaante hunner grafsteden
daar tegen was.
De Christenen echter
plaatsten namaals hoofd & aangezicht Oostwaards,
& opgeheven naar den hemel; het zy dat JC dus gelegt wierd, gelijk eenigen willen het zy,
dat hen die gestalte leerde, daarboven in den hemel, een' andere en betere woonstede te wachten,
en JC uit het Oosten, zo sommigen stellen, weder ter gemoet te zien,
of datze dus meinden vaardiger te zijn tot de toekomende opstandinge,
immers de vrouwen blijven by 't graf,
en zien,
HOE
zy JC daar in zetten,
om het licchaam te
BALSEMEN,
en nader te
ZALVEN.
'T is waar,
JC was in fijn lijnwaat
met welriekende specerijen omwonden,
maar nochtans niet gebalsemd, gelijk voortreflijke mannen plagten,
en vrouwen hier toe haaren arbeid besteedden.
En dit zal de bedoelinge deezer vrouwen geweest zijn, die zo nauwkeurig acht geven,
hoe, en waar Yehosjoea
begraven word.
Want of wel
de Sjabbat aanstaande,
en de grafplaats buiten de stad, en omtrent 180 voeten,
volgens sommigen, van den kruisberg afgelegen was,
hadden de vrouwen nog tijds genoeg,
om dien zelven avond de geur-zalven
en - kruiden te kopen,
en te bereiden, eer de Sjabbat,
die met zonnen-ondergang,
en verschijnen der sterren begon,
haar overviel.
Daarom had ook Yoseef zich verhaast,
en 't licchaam in zijnen hof,
en niet verre van Golgotha, gelegt,
om dat de
SJABBAT-BEREIDINGE
zo naby was
...
Blijkbaar
vond men
in die 20 eeuwen
die 'verpakking' net zo 'belangrijk'
[of zelfs belangrijker?]
dan 't zelf 'navolgen'
& 'imiteren'
van hun
Heer
...