~@~
- DE
gelijkenis
heeft oog voor alle mydidetails
die van belang zijn.
De grondeigenaar
neemt eerst mannen in dienst voor de hele werkdag,
van zonsopgang tot zonsondergang ...
Hij sluit een arbeidscontract
door op handslag de loonsom overeen te komen.
De dagloners weten
dat het loon hun 's avonds zal worden uitbetaald,
omdat de Hebreeuwse bijbel dat van de werkgever eist
en de meesten zich ook aan deze wet houden!
Die ENE dinar,
zo veronderstelt de tekst stilzwijgend, is zoiets als het bestaansminimum;
wel is de vraag of de dagloner daarvan OOK zijn vrouw en kinderen kan onderhouden?
DAAROVER zegt deze tekst niets.
De werkgever
in de gelijkenis van Yehosjoea neemt vervolgens
in de loop van de dag nog meer dagloners in dienst, om negen en om twaalf uur,
en 's middags nog om drie uur - EN om vijf uur, het
z.g. 'elfde uur' [op het laatste nippertje!],
volgens de telling van TOEN.
Degenen die het laatst ingehuurd waren,
hadden nog maar een goed uur te werken,
voordat de zon zou ondergaan ...
De eigenaar van de wijngaard
noemt de tweede groep geen loonsom meer,
hij kondigt slechts aan dat hij zal betalen wat redelijk is;
ZO gaat hij ook te werk bij de mannen die later ingehuurd worden.
De laatste groep kan nauwelijks nog geld verwachten,
misschien alleen maar een portie druiven?
DEZE gang van zaken bij dagloners
was erop gericht dat geen overbodige arbeidskracht
zou worden ingehuurd.
De werkverschaffer
calculeert voor zijn blijkbaar uitgestrekte wijngaard
de nog overblijvende hoeveelheid arbeid in etappes.
Dat is des te merkwaardiger
als je bedenkt dat in DEZE tijd nog geen sprake was
van indeling van arbeid in werkuren en uurloon.
De gelijkenis
tekent een landeigenaar, die heel precies en scherp calculeert,
om zijn winst uit de oogst niet teveel te laten reduceren
door arbeidsloon
Uit deze gang van zaken
laat zich gemakkelijk de druk op de dagloners aflezen
om vooral snel en effectief te werken.
In het tweede deel van de gelijkenis
verschijnt dan ook een opzichter op het myditoneel,
die toeziet op het werk en het loon uitbetaalt.
ZO wordt de avondscene beschreven.
De werkgever echter
heeft evenwel zijn gedrag volkomen gewijzigd.
Hij is bijna niet meer te herkennen?
Aldus MAT 20:8-16 ~
'Toen het avond was geworden,
zei de eigenaar van de wijngaard
tegen zijn opzichter:
"Roep de arbeiders en betaal hun het loon uit, de laatsten eerst!"
En toen de eersten kwamen,
verwachtten ze dat ze MEER zouden krijgen;
maar OOK ZIJ kregen ieder EEN dinar.
Ze namen hem aan,
maar mopperden tegen de landeigenaar en zeiden:
"Die laatsten daar hebben EEN uur gewerkt,
en u stelt HEN gelijk met ONS
die de last van de dag en de brandende hitte gedragen hebben?"
Maar hij gaf EEN van hen ten antwoord:
"Vriend, ik doe je geen onrecht.
We waren het toch eens geworden voor EEN dinar?
Pak je geld maar aan, en ga!
IK wil de laatsten evenveel geven als jou.
Of mag ik niet met het MIJNE doen wat IK wil?
Of ben jij jaloers omdat ik GOED ben?
ZO zullen de laatsten de eersten zijn
en de eersten de laatsten!"




