En wie twijfelt, of hy de getrouwe Herder zy, die zijn leven gaat stellen voor zijne schaapen, kan voor de zijnen sterven, en zijne ziel tot een schuld-offer stellen, en zal geen Priester zijn? Kan hy G ds Metgezel, en een- en eeuwig-weezig met den Vader zijn, en de waare. en eeuwige Priester niet zijn? Waarom zoud hy sterven, waarom weder opstaan, zo dit geen kenteken van den Masjiach ware? Maar gelijk ht dit voorziet en voorzegt, zo weet en voorspelt hy ook de ergernissen der zijnen, op dat zich niemant daar aan ergere, en besluite, dat JC alwetende zy. Ook zal de uitkomst binnen weinige uuren, zijne voorzegging bewaarheden; en tonen, dat hy geen valsch, maar waarachtig Profeet zy. Als allen hem verlaten hebben, zal blijken, dat hy alleen zal lijden. En dit was het eigen kenteken van den Masjiach: Ik heb de wijnpers ALLEEN getreden, zegt hy, en daar was NIEMANT van de volkeren met my. En wie zoud in 't werk der verlossinge den Heiland helpen?
Maar zo de ergenisse en voorzegginge van tijd, wijze, en hoe dikwijls Petrus inzonderheid jem verlochenen zoud, blijken zijn van alwetendheid en Messiasschap, krachtiger nog bewijst dat de herzameling der Apostelen. Wie zoud geloven, dat de menschen, die zo veel zwakheid zouden hebben van JC te verlochenen, hem oit weder aankleven, en na zijn kruisdood voor den Masjiach erkennen, en alomme verkondigen zouden?
Moet eene bovenmenschlijke wonderkracht hen niet aangedaan hebben? Zie Petrus, om van allen niet te spreken, die Petrus, die een- twee- en drie-maal, zijnen Heer verlochent, en voor eene dienstmaagd tsiddert, die Petrus zal den Heiland prediken, en in tegenwoordigheid der Pinkstervierders niet alleen belijden, maar ook van meer dan 3000 Jooden voor den langbeloofden Masjiach doen aannemen; en voorts manmoedig onder Jooden en Heidenen, den Gekruisten voorstellen, en eindlijk voor die waarheid sterven, dat Yehosjoea de Masjiach zy.
Waar van daan die onverschrokke kloekmoedigheid? Dat hy, en zijn Amptgenooten, de menschheid niet uitgeschud, of alle vrees afgelegt hebben, blykt uit de verlochening: wat maakt die vreesachtigen hier na zo stoutmoedig? Is 't niet, om dat G d zijne hand weder had tot hen gewend, en die verstroiden tot den Opperherder verzamelt had?
Of kan G ds almagtige hand geen kracht geven? Zoud G d hen uit de hoogte, wel zo wonderlijk versterkt hebben, zo Yehosjoea de Masjiach, en zijn kruisdood onz leven niet ware? Zoud Christos de zijnen wel zo trouwhartig vermaant, en weder gebragt hebben, zo hy de getrouwe herder niet ware, die zijne schaapen hoeden, en behoeden moet? Zoude wel iemant der Apostelen wedergekeerd zijn, en berouw zijner verlochening gehad hebben, zo hy namaals JC niet erkent had, en alles in hem gevonden, wat van den Masjiach, en waaren Hoogenpriester voorspeld, en te wachten was?
Zo hy 't lijden des Heilands niet had aangemerkt, als 't zoen- en los-geld, en met de beter-onderrichten niet uitgeroepen: waarlijk hy heeft onze krankheden op zich genomen? En hoe kwam 't, dat zy in dien zwaaren val niet gezift waren, en hun geloof ophield? Was 't niet, om dat Christos voor hen gebeden had? Was dit niet een Priesterwerk, voor 't volk te bidden? Was dat niet een bewijs, dat hy voldaan had voor die geenen, daar hy voor bad? Zoud anders zijne Priesterbede wel verhoord zijn geweest? Zoud die anders wel kracht hebben gehad, om de listen des Satans te verijdelen, en d' Apostelen te doen staande blijven? Waar en wanneer bad oit Hoogepriester op den zoendag zo krachtig? Hoe je het ook wilt wenden en keren: het blijft een merkwaardig mydiverhaal dat al bijna 2000 jaar de ronde doet ... Sleep well, dream sweet & tell us all about it tomorrow if you really want to & still can.