mydibinnen~ & buitenlanders dichterbij & verderaf?
Bijna 75 jaar geleden was zo ongeveer 'alles anders': ons voelen, denken, spreken & schrijven over bv. "mongooltjes", "vreemdelingen", "vluchtelingen", "binnen~ & buitenlanders die er iets anders uitzagen & zich zo anders gedroegen"!
'n Ander kind, waarmee we kennismaken, ziet er dadelijk al heel anders uit: 'n leuk kereltje van 'n jaar of acht komt u lachend tegemoet & legt zelfs vriendelijk z'n handje in de uwe. Maar dan valt direct op dat dit kind 'n heel eigenaardige lichaamsbouw heeft: z'n oogjes staan beslist scheef in z'n hoofd & z'n neusrugje is plat & 'n beetje ingezonken & als ge goed kijkt dan ziet ge dat de binnenste ooghoek ook nog door 'n plooitje bedekt is. Dat 't neusje 'n beetje vies is, gaan we maar stilzwijgend voorbij: liever kijken we naar de groote, eenigszins gegroefde tong, die vrijwel voortdurend buiten 't mondje hangt. Ook zien we dat 't hoofdje van achteren wat plat is, terwijl de huid er niet onberispelijk uitziet; hier & daar 'n puist, de ene ietwat grooter dan de andere & verder is 't heelemaal wat ruwig.
Ook 't handje dat hij zoo vriendelijk gaf is 'n beetje eigenaardig gevormd. Vooral vallen ons de korte stompe vingertjes op: verder is 't joch verbazend slap in al z'n gewrichten & met veel plezier demonstreert hij hoe hij z'n groote teen bij z'n mond kan brengen! Door 't nette pakje dat hij draagt, zien we z'n opvallend dikke buik; 't lijkt wel 'n slap opgepompte voetbal! 'n Oogenblik kijken we 't kereltje nog eens aan & bedenken dan dat hij ons toch herinnert aan 'n bekende uitdrukking: ja, 't is net 'n Pindachinees! Inderdaad heeft de uitdrukking van 't gezichtje zooveel overeenkomst met die van 't Mongoolsche ras, dat men dit type er naar ging noemen: 'n "mongooltje" of officieeler, 'n lijder aan mongoloide idiotie. Ook 't verstand van dit knaapje is niet groot: wel lacht hij vriendelijk, maar als ge wat aan hem vraagt, dan krijgt ge eigenlijk slechts 'n rauwe klank als antwoord. Hij kent de menschen, die dagelijks om hem heen zijn wel & kan zelfs hun namen noemen, maar 't wordt "slordig" uitgesproken.
Ge hoort wel klanken, maar de medeklinkers blijven voor 't grootste deel weg: zoo weet hij wel te vertellen hoe 'n pot-loodje heet & blijkt hij 'n mes & 'n schaartje te kennen, maar zodra we naar de kleur van onze das gaan vragen, komt er geen bevredigend antwoord meer. Ook blijkt hij in 't geheel niet te kunnen tellen & intusschen vernemen we dat 't knaapje naar 'n School voor Buitengewoon Onderwijs gaat: dit zijn scholen, waar men zich wel in 't bijzonder kan aan-passen aan den aanleg der leerlingen & waar in langzaam tempo getracht wordt om een ontwikkeling aan 't kind bij te brengen, die zoover gaat als maar door 't zwakzinnige verstand kan worden bevat. Natuurlijk is deze grens eigenlijk in elk geval verschillend! In tegenstelling met de gewone scholen, waar van ieder kind 't zelfde wordt geeischt, is dus de opleiding op deze, met recht buitengewoon genoemde, onderwijsinrichtingen heelemaal individueel!
Maar, zult ge vragen, wat kan zo'n mongoolsch jongetje nu uitvoeren in die school? Is hij voor alles niet veel & veel te dom? Bijna zou ik u gelijk geven, maar de onderwijzeres komt tusschenbeide & merkt op dat 't op deze school niet zo-zeer gaat om kennis, als wel om kundigheid & vaardigheid. Is er niet voldoende intellect om te leeren rekenen & schrij-ven, daarom kunnen de handen toch nog wel gebruikt worden. Zoo is 't al 'n belangrijke winst als we dit heen & weer loopende kereltje, dat overal opklautert & zich eigenlijk met niets bezighoudt, met eenvoudig werk wel aan den gang kunnen houden: in 't begin doet 't er niet toe, wat hij doet, als hij maar wat doet & als z'n aandacht er maar bij is ...
Zoo wordt hij nu op school aan 't mattentoestel gezet & de juffrouw tracht hem de kunst bij te brengen: ver heeft hij 't nog niet gebracht, maar volhouden is hier de boodschap. Men hoopt dan door voortdurende oefening & training zoo ver te kunnen komen, dat deze jongen als 't ware automatisch gaat werken. Hij wordt dan aan vaste regels gewend & raakt
't doellooze heen & weer gevlieg kwijt. Natuurlijk blijft steeds 'n zekere bescherming noodig: tot zelfstandigheid in maat-schappelijk opzicht zal hij 't nooit brengen. Misschien mogen we dan nog niet van opvoeding spreken & is ook hier beter 't woord "dressuur" op z'n plaatsch. Dus, ook dit kind zal wel nooit zoover komen, dat hij z'n eigen brood verdient?
En dat terwijl z'n ouders zulke flinke menschen zijn! Over de oorzaak van 't "mongolisme" is al heel wat gestudeerd & nog zijn we nieyt heelmaal zeker. Toch is er wel een heeleboel duidelijker geworden: zoo is 't zeker, dat 't in ieder geval 'n aangeboren aandoening is, terwijl men hoe langer hoe meer tot de conclusie komt, dat ook de erfelijkheid 'n rol speelt
waaronder we verstaan, dat ook in de gezinnen der voorouders dergelijke kindertjes zijn voorgekomen. Voorts is ook de toestand van de moeder gedurende de zwangerschap van groote betekenis. Zoo ziet men dat mongooltjes dikwijls voor-komen als jongste in 'n groot gezin. De moeder is in vele gevallen al boven de 40 jaar & er zou dan sprake zijn van een zekere uitputtingstoestand der moeder, waardoor de voeding i/d eerste maanden der zwangerschap niet tot haar recht kon komen & er bepaalde afwijkingen i/d vruchtvliezen ontstaan, waardoor er gedeelten v/d kinderhersentjes niet vol-doende ontwikkelen. Nu gaat dit lang niet altijd op: 't jongetjes dat we net bekeken, is zelfs 't eenige kind zijner ouders, maat dit heft de waarde der theorie nog niet geheel op, want de moeder was inderdaad de 4 kruisjes gepasseerd toen
dit kindje geboren werd ...
Gedurig verschijnen er nog weer nieuwe publicaties over de oorzaken van 't mongolisme, wat ons dus bewijst dat het probleem nog steeds niet geheel helder is. Over de paedagogische behandeling hadden we 't al even & wezen erop dat geduldige onderwijzers dikwijls practische resultaten bereiken op 't gebied v/d handenarbeid. Natuurlijk heeft men ook van medische zijde niet stil gezeten & zijn er verschillende geneesmiddelen aangewend, die eigenlijk practisch niets hebben opgeleverd: 'n tijdlang heeft 't geschenen of behandeling met Roentgenstralen van dat gedeelte der hersenen, dat gestoord zou zijn, verbetering zou kunnen brengen. Ook hiermee is men opgehouden zoodat weer de volle nadruk valt op de opvoeding ...
En nu zie ik u weer schouderophalen als ge denkt aan wat er wordt van de illusies der ouders, hoe ver het resultaat verwijderd blijft van wat men had gehoopt. Maar toch, er is EEN eigenschap, waarin de mongooltjes zeker niet onder-doen voor hun met meer verstand begaafde broertjes en zusjes, en dat is de aanhankelijkheid & toegenegenheid ...
Bijna altijd zijn het "lieve" kinderen, die al van een afstand komen toeloopen, als ge ze eenige vriendelijkheid hebt betoond. Op mijn dagelijksche rondgang door het kinderpaviljoen van onze inrichting, word ik regelmatig begeleid door een klein mongooltje, die vroolijke snuiten trekt zoodra hij de zuster en mij ziet verschijnen, in onduidelijke klanken een "goeden morgen" uitlalt en daarna zonder onderbreken meestapt. Moet een kleuter worden onderzocht, dan tracht hij op het voeteneind van diens bed te komen en kalm af te wachten tot we klaar zijn. Deze aanhankelijkheid maakt dat de mongooltjes dikwijls de lievelingetjes zijn van al de huisgenooten en dat ook anderen veelal zoozeer aan hen gehecht zijn, dat voor hun gevoel de intellectuele tekortkomingen verre worden gecompenseerd door hun liefdevol gedrag.
Klinkt het woord "onvolwaardigen" voor deze kindertjes dan niet wat erg zakelijk?
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende