't Blijft
hoe dan ook
'n hoogst boeiende zaak
hoe je 't verder ook bekijkt:
als stromend water
...
't Euangelium van Thomas
verwijst amper naar Yesjoe's dood:
op zijn kruisdood wordt wellicht gezinspeeld
in de spreuk: "
Wie {...} niet, zoals ik, zijn kruis opneemt,
die zal mij niet waard zijn!"
[THOM 55;
MAT 16:24; MARK 8:34; LUKE 9:23; YOH 19:17].
Wat dit opnemen van 't kruis betekent, wordt hier echter niet nader verklaard?! Of is 't eenvoudigweg: neem je ballekens & eierstokskens op & wandel!?
wayomer yeesjoea el-talmidaw isj ki-yachpots lalechet acharai yechacheesj benafsjo wenasa et-tslavo wehalach acharai; wayikra el-ha'am we'el-talmidaw wayomer aleihem hechafeets lalechet acharai yechacheesj benafsjo weyisa et-tslavo weyeeleech acharai; we'el-koelam amar isj ki-yachpots lalechet acharai yechacheesj benafsjo weyom yom yisa et-tslavo wehalach acharai; wayisa et-tslavo wayeetsee el-hamakom hanikra mekom hagoelgolet oevilsjonam galgata
'n Andere zinspeling
is te vinden i/d gelijkenis v/d pachters v/d wijngaard, waar de pachters de zoon v/d eigenaar doden {65}. 't Ligt voor de hand dat met die zoon Yesjoea zelf is bedoeld. Dat Yehosjoea is gestorven,
wordt in dit 'vijfde' evangelie echter niet zo expliciet beschreven als in de bekendste eerste vier.
Sommigen hebben nog 'n aanvulling op de gehavend overgeleverde TH 101: "
Want mijn moeder, die mij [gebaard heeft, heeft mij aan de dood uitgeleverd], maar m'n ware moeder gaf mij 't leven!"
Evenmin dat hij uit de dood is opgewekt & i/d hemel is opgenomen.
Wel wordt JC meermaals 'de Levende' genoemd {3/37/50/111, 52/59/111?}!
Deze term verwijst enerzijds naar Yehosjoea tijdens zijn aardse leven, maar suggereert ook tevens
dat hij voor latere lezers nog steeds 'de Levende' is, al is hij dan niet meer lijfelijk in hun midden.
Zo wordt de opgestane Yesjoea in Lucas 24:5 'de Levende' genoemd
& maakt hij zichzelf met die aanduiding bekend in Openbaring 1:18 [al wordt Yesjoe's naam
daar niet vermeld]. Aangezien Thomas 50 kan worden verklaard als 'n gesprek tussen de 'vijandige hemelse machten' & 'de menselijke zielen die naar 't hemels koninkrijk v/h licht willen opstijgen',
mogen we aannemen dat volgens dit vijfde euangelium de ziel van JC ook 'zo is opgestegen'?
In 't opschrift wordt aangekondigd dat 't evangelie van Thomas de geheime woorden van Yesjoea
de Levende bevat, & niet dat het zal gaan over zijn dood, 'opstanding & verhoging'! Dat Yesjoe's dood
& opstanding in dit evangelie goeddeels onvermeld blijven, kan dus alleen maar gezegd worden
vanuit 't perspectief v/d nieuwtestamentische evangelies.
Toch kunnen we concluderen dat voor de samensteller [of samenstellers] van dit evangelie
't verslag van Yehosjoea's lijden, dood, opstanding & verhoging, & dus ook van hetgeen hij
in dat verband heeft gezegd, niet [zo] essentieel was voor het verwerven v/d 'geheime ware kennis'
die tot geestelijke verlossing
zou [gaan] leiden
... Al met al
waren er dus al van 't allereerste begin af aan
verschillende stromingen, versnellingen & watervallen!
't Was een zaak van heel veel lopen [vluchten], bloedhete dagen
& ijskoude nachten
i/d natuur
...
Angst,
gevaar, onzekerheid,
achtervolgingen, vernedering, haat
& nijd, jalouzie, afgunst, verraad & alles wat maar menselijk is
ook in positieve zin: blijdschap, vrede, vaste overtuiging, zalige rust, genezingen,
liefde & mededogen, mededeelzaamheid, barmhartigheid,
opofferingsgezindheid
enzovoorts
...
't Oude liedje
dat nooit echt kan [of zal] verouderen,
uitblijven, verdwijnen of doodgeslagen worden:
die mens leeft. Overal
en altijd weer.
Ook nu
& hier.
