Kent
myDiary ook
wel eigen grenzen?
Zijn er ethische grenzen
aan onze virtuele cyberspeciale technieken?
Meestal gaat 't over de gebreken van de mydimens:
onze plus~ & minpuntjes in eigen ogen! En die van 'de ander[en]'.
Onze gebreken geven richting aan ons handelen: de zondaar daalt af & stijgt weer omhoog.
In tegenstelling tot 't 'handelen' van machines [evenals planten & dieren], is 't geheugen van de mens
subjectief & indirect: dit helpt ons meestal om de wereld die we kennen te interpreteren en te begrijpen.
Iets wat machines [en andere planten & dieren dan de mens] nooit zullen kunnen?
Ooit [zei men & zeggen sommigen ook nu nog wel!] was G d de bron van onze [zelfverzonnen] moraal
en vervolgens werden we dat [meer en meer] alleen maar 'zelf'?! Nu is het tijd om die moraal nog verder
een plekje op te laten schuiven en in 'de dingen' te leggen?
Dan hoeven we misschien ook niet meer voortdurend
[min of meer krampachtig] alsmaar
na te denken over
ons handelen!
ODE
dus aan
't menselijk gebrek?
Ook wij [mydimensen]
zijn in veel opzichten inferieur
aan de techniek!
Gelukkig maar,
want we hebben onze gebreken nu eenmaal nodig om richting te kunnen geven
aan ons handelen [doen & laten]: de moraal is onvolmaakt,
dus gaan we er praktisch & symbolisch
'verder' mee?!
Dat werd al
enkele duizenden jaren geleden
wat duidelijker toen ons aller Eva in G ds Hof van Eden
van de verboden vrucht {'psychedelicatessen'} snoepte.
Het verhaal gaat dat G d de mens schiep [nadat de mydimens g d had bedacht]
naar hun [zijn/haar/man/vrouw/kind] evenbeeld & [andere] psychedelicatessen
nog niet had gedoogd om de gelijkenis
toch nog wat te onderscheiden
van 't ENE & 't
Andere?
Eva & Adam
[je weet wel:
rode rivierklei, witte ziel, blauw bloed
& 'n oranje hoedje] konden het niet laten
& volgens de 'leer v/d erfzonde' zadelden zij zo hun nakomelingen op
met 'n nogal gebrekkige moraal!
Ook Plato
[reeds] beschrijft in een
van zijn beroemde/beruchte dialogen met collega-filosoof Protagoras
een mythische overlevering waardoor hij 't ontstaan v/d imperfecte menselijke moraal in een ietwat ander
daglicht plaatst. De goden [m/v/k] verzoeken Prometheus & Epimetheus om dier en mens van kwaliteiten
te voorzien op het moment dat de goden
aardse bestaansvormen schiepen
[aka 'evolutie']?!
Epimetheus
denkt dat hij dat karweitje
[wat is nou een heitje?] wel alleen afkan en vraagt Prometheus
om zijn werk te controleren zodra hij ermee klaar is. Zo gezegd, zo gedaan.
Epi distribueert de kwaliteiten onder de dieren in juiste proporties, om elke soort zo ongeveer gelijke kansen te geven & totale uitsterving te kunnen vermijden, maar hij vergeet daarbij
de menselijke [homomuchomachobilesbonobo-]soort.
Als Pro begint met controleren,
dan constateert hij alras de fout van Epi
& daarop steelt hij dus maar 't vuur & de kunsten van de Olympus
om die aan de mydimens te schenken
als huishoudhulpje & doekje
voor 't bloeden.
De mydimens
laat zich aan de mydihand
van deze mydimythe kenmerken
door een gebrek aan voldoende oorspronkelijke kwaliteiten; Epi was 'de mens' immers 'vergeten'?
De menselijke soort is zo dus als het ware oorspronkelijk al reeds lang 'gehandicapt'
[vergeleken bij de andere planten & dieren] & we moeten dan ook
verder maar zien te overleven met de 'prothese'
van 't gestolen goddelijke vuur en
onze verdere kunsten & streken:
'de techniek'.
Deze prothese
identificeert de mens
zoals de ijzeren bal de identiteit van een geketende definieert
[en 't gebruik van mydi 't mydiertje]: een geketende kan zich niet ontdoen van z'n ijzeren last,
die hem verhindert [normaal] te lopen, maar die ons tegelijkertijd tot geketende maakt
[net als mydi 't mydiertje]!
Zonder ketens
is een geketende geen geketende meer
net zoals de mens zonder techniek
geen mens meer is en 't mydiertje
zonder mydi geen
mydiertje meer
is?
Uitvindingen,
vondsten, ontdekkingen & verbeeldingen
zijn dus volgens die interpretatie van deze mythe de vruchten van een oorspronkelijk gebrek
aan voldoende/afdoende
eigen kwaliteiten.
De mydimens
moet z'n kwaliteiten [met alle daaruitvoortvloeiende plussen & minnen]
daardoor zelf blijven uitvinden, nader realiseren, produceren & aanpassen met behulp van de techniek.
Niets duidt echter aan dat deze kwaliteiten [reeds] overgaan van de techniek op de mens?
Die kwaliteiten behoren tot de techniek & blijven technisch, artificieel & niet echt 'menselijk'!
Sinds de menselijke soort zich verder & nader van de andere mensapen is gaan onderscheiden als aap-mens, zijn wij daarom dan ook nooit meer echt gestopt met 't ontwikkelen van technische artefacten.
Hoe meer de mens menselijk aan 't worden is, humaner, eenvoudiger/ingewikkelder,
des te meer we ook weer verder vertechniseren,
op een wijze dat we niet meer
kunnen verderleven zonder
die technische
assistentie.
't Menselijk
leven is uniek,
omdat het zich laat karakteriseren door onze relatie met technische objecten,
en deze techniek overstijgt, ondanks alles,
'de mens' [zeker de
'mydimens']!
Een analyse
van ons geheugen
verduidelijkt 't overstijgende karakter van de techniek.
Het menselijk geheugen kenmerkt zich ten opzichte van 'n technisch geheugen door haar lacunes,
talloze gebreken zoals subjectiviteit, indirectheid en mogelijkheden om
kwalitatieve uitspraken te doen.
Bij 't lezen van een tekst
bijvoorbeeld herinnert de lezer zich
niet elke woord, maar
halen we 'betekenis'
uit 'het
verhaal'?
De computer
als technisch geheugen
brengt andere eigenschappen
van een gedigitaliseerde tekst in herinnering.
Het geheugen van de computer is zonder lacunes, objectief, kwalificeerbaar en direct.
De zichtbaarheid van een tekst in een gedigitaliseerd systeem is totaal
en vindt plaats met de snelheid van het licht: in een gedigitaliseerde wereld
is de mens afhankelijk van deze mnemotechniek!
Deze techniek is overstijgend, omdat
de computer een veel groter en
preciezer geheugen heeft
dan de mens.
Echter,
een computer
kan een tekst niet interpreteren,
hij kan geen synthese maken van het verhaal,
wat de mens met zijn geheugen juist wel kan?
De mechanische objectiviteit lijdt onder de afwezigheid van lacunes, subjectiviteit & indirectheid,
waardoor een technisch geheugen geen kwalitatieve eigenschappen aan een tekst kan toedichten.
De menselijke lezer kan geen betekenis uit een tekst halen zonder selectieve tekstuele elementen
weg te laten: door te reduceren, te resumeren & te elimineren brengt de mens gebreken aan i/d tekst,
waardoor wij onze synthese kunnen realiseren.
De techniek mist deze gebreken.
Het oorspronkelijk gebrek
of het originele defect waarin de mens zijn specificiteit vindt,
maakt de mens afhankelijk van een boven de mens uitstijgende techniek.
Door zijn specifieke kenmerken kan de techniek de mens helpen met verificatie,
maar de mens, met onze unieke kwaliteiten, is nodig
voor interpretatie & synthese.
De oorspronkelijk
gehandicapte mens die zijn technische prothese almaar doorontwikkelt en verder verbetert,
zal net als de geketende met ijzeren bal [net als 't mydiertje zonder mydi?] nooit onafhankelijk
van onze definierende kenmerken kunnen bestaan zonder dat we afstand nemen van wat we zijn,
omdat de symbiose van mens en techniek authentiek is.
En op soortgelijke wijze kenmerken religie & filosofie
de religieuze & filosoferende mens:
we hanteren 'n symbolisch
systeem om houvast
te krijgen op onze
'werkelijkheid'.
Evenzo
kan de mens
zijn moraal niet
in handen leggen van de techniek,
omdat het de techniek ontbreekt aan het menselijk gebrek.
En dit gebrek is juist de conditio sine qua non om richting te geven aan ons handelen.
Net zoals bij het lezen van een tekst, is het nij het bepalen van handelen noodzakelijk
om ietwat afstand te nemen, samen te vatten & te subjectiveren,
om te komen tot interpretatie & richting.
Als we de moraal in de dingen leggen,
weten we niet wat we missen.
In die zin is g d dus ook
degene die was &
die wij aan
't worden
zijn.