Het mooie aan mensen is ook dat we overal heel anders & zeer verschillend tegenaan kunnen kijken.
We
hebben deze
afgelopen jaren al
eerder & vaker gezien
wat de synoptische evangelies allemaal schrijven
over Yehosjoa's onderricht aan groter & beperkter groepen
van zijn volgelingen
& zelfs grote
menigten
...
In
het euangelie
van Matai werd de verhouding
tussen de kleine kring van ingewijden
en 'de anderen' wel iets anders voorgesteld
dan in Mark, maar met betrekking tot het 'geheime' onderricht
is er geen wezenlijk verschil tussen
deze twee 'eerste'
evangelies.
In Matai 13:10
zijn het 'de leerlingen' die Yehosjoea de
vraag stellen
WAAROM
hij [verrassend/figuurlijk/fantasierijk]
in gelijkenissen spreekt & valt Marks onderscheid tussen
'de twaalf' & 'de andere groep'
rondom Yesjoea
weg?!
Anders dan
in 't evangelie van Marcus worden met
'de leerlingen' in 't euangelie van Matai vaak,
hoewel niet altijd, 'de twaalf' bedoeld. Kort voor de passage
over 'de gelijkenissen', in Mat 12:49-50, wijst Yesjoe naar z'n leerlingen & zegt van hen:
"ZIJ
zijn mijn moeder
& m'n broers! Want ieder
die de wil van mijn Vader in de hemel doet,
die is mijn broer & zus
& moeder!"
Daaruit blijkt
dat ook in 't evangelie van Mat
die kring van Yehosjoea's leerlingen groter was dan [alleen maar] 'de twaalf' & eveneens
VROUWEN
telde!
Voor zover
Yesjoea dus volgens Mat
'n apart onderricht over 'de geheimenissen'
van het 'hemels g dsrijk' {Mat 13:11} voor 'n kleinere kring had,
was dit bestemd voor deze leerlingen; maar
OOK
van
DIT
evangelie geldt
dat 't onderricht aan deze
groep in 't evangelie zelf is opgenomen!
Het staat bijvoorbeeld in Matai 10:5-42,
waar Yesjoe zijn twaalf leerlingen instrueert
voor hij hen eropuit stuurt om de komst
van het hemels g dsrijk
te verkondigen
...
OOK
Yehosjoea's redevoeringen
in Matai 18 & 24-25 zijn volgens deze tweede evangelist
alleen tot zijn leerlingen gericht, & dus niet tot 'n
GROTERE
menigte?
TOCH
zijn deze 'veld-
& bergredes' van Yesjoea
niet geheimgehouden, maar opgeschreven
en/of via oog- & oorgetuigen doorverteld in de tientallen daaropvolgende
jaren. Matai 13:36-43 bevat een verklaring van de gelijkenis
van het onkruid in de akker {Mat 13:24-30},
hetgeen erop wijst
dat deze uitleg niet geheim hoefde te blijven.
Het is echter niet zeker of deze uitleg nu
van Yehosjoea zelf stamt
of dat hij teruggaat
op de ene
of andere latere traditie,
zoals dit ook het geval kan zijn geweest bij de uitleg
van de gelijkenis
van de zaaier?!
Waar
het wat
mij betreft op
neerkomt is 't volgende:
het is belangrijk dat mensen elkaar zoveel mogelijk
open en eerlijk tegemoet treden zonder haat & angst
of vooroordelen, onverschilligheid, fantasieloosheid, overdreven eigenbelang,
dwang, kortzichtigheid, dreiging,
geweld &
waanzin!
Misschien
is dat wel
TE
'idealistisch' wensdenken,
onrealistisch kinderlijk & veel te goed van vertrouwen?
Maar ik kan alleen maar teruggrijpen op m'n
eigen ervaringen sinds de
jaren vijftig van
de vorige
eeuw
...
Daar
speelt in
mee wat ik
heb beleefd, ervaren, gelezen,
gezien, gehoord, geleerd & in teleurgesteld ben:
ik kon niet anders dan de Nederlandse militaire dienst weigeren
met alle consequenties vandien na 't werk
met geestelijk gestoorden
en lichamelijk
invaliden.
Daarna
ging ik terug
naar Noord-Italia & later ook nog
verder doorliften & -lopen via Griekenland,
Israel, Jordania, Syria, Levanon, Sinai, Iran, Afghanistan
en 't Pakistan van de jaren zestig naar India, Japan
& Birobeidjan@Siberia, Moscow, Kiev & Odessa:
je komt er zoveel verschillende mensen
tegen onderweg dat 't onmogelijk
blijkt om me monomaan
vast te klampen
aan maar
EEN
bepaalde ideologie, geloofsovertuiging
of politieke
richting.
Filosofie
betekent 'vriend zijn
van de wijsheid': de eerste voorwaarde
{INTERNATIONAAL!}
daarvoor is openheid, bereidheid
tot luisteren &
je mening
uiten
...