Monarchie & erotiek: waar woont G*D?
Moshe
was in Deut
voorzichtig neutraal
ten aanzien van
monarchie:
"Wanneer u,
nadat u gekomen bent in het land
dat de Heer, uw G*D,
u heeft toegekend en dit in bezit neemt en daarin woont,
zou beslissen:"Ik wil een koning over mij aanstellen,
zoals alle volken rondom mij doen?!",
dan mag u over u een koning aanstellen,
die de Heer, uw G*D,
verkiezen zal!?",
{aldus Deuteronomium 17:14-15.}
Er
volgen dan
diverse beperkingen,
maar die komen alle op EEN ding neer:
de koning is niet minder dan iedere andere Israeliet
onderworpen aan
het verbond:
- "Wanneer hij nu
op de koninklijke troon gezeten is,
dan zal hij voor zichzelf op een rol een afschrift laten maken
van deze Onderwijzing, door de levitische priesters.
Laat die bij hem blijven en laat hij daarin lezen gedurende
heel zijn leven,
zodat hij leert om de Heer, zijn G*D, te vereren en alle woorden
van deze Onderwijzing en al deze wetten
trouw te onderhouden.
Zo zal hij zich niet
hoogmoedig gedragen tegenover zijn verwanten
of afwijken van het Gebod,
ter rechter- of ter linkerzijde,
opdat hij en zijn nakomelingen
lang mogen regeren,
temidden van
Israel!"
{Deut 17:18-20}
Het is zo
dus wel duidelijk
dat de eventuele overgang naar monarchie,
mocht die zich ook werkelijk voordoen,
de verhouding tussen Israel en de Heer
niet zal veranderen.
Voor hem
zijn regeerder en geregeerden
Israelieten die in gelijke mate verplicht zijn om zich
aan de wet te
houden?!
Bovendien is G*D
op het moment dat het
Deuteronomistisch geschiedwerk begint
noch door zichzelf, noch door iemand anders
als koning gekarakteriseerd!
Zelfs als dit woord bijna vanzelf
bij de lieve lezer opkomt, is dit niet
het geval, want in Deut 4:39 kunnen we lezen:
'de Heer ALLEEN is G*D in de hemel daarboven en
op de aarde hier beneden (...)!'
"Koning in de Hemel en op Aarde" LIJKT een kleine, retorische stap
zonder al teveel gevolgen,
maar deze is
nooit gezet!
Als Israel bezig is met
de eerste benoeming van een koning
roept de profeet SJMoe'eL de tijd in herinnering
dat 'de Heer, uw G*D, uw koning [was]' {1 SAM 12:12}.
Maar hij bedoelt niet te zeggen dat de Heer in zoverre een koning was dat,
met zo'n Heer, Israel geen koning nodig had,
alsof bij wijze van spreken de Heer al was
wat je aan koning
nodig had ...
Andere
volken hadden koningen,
te beginnen met "Farao, koning van Egypte"
en verder de Transjordaanse Sichon, koning van Chesbon,
en Og, koning van Basan,
tot aan de lange rij van Kana'anitische koningen die in Jozua 12
opgesomd wordt;
maar zij allen werden door het koningloze Israel
en zijn niet-koninklijke G*D
verslagen!
Voor de Israelieten was monarchie,
in het begin van hun nationale leven,
een vreemd instituut en een vreemde categorie
in hun denk- en voorstellingswereld ...
Na en door de instelling van de
Israelitische monarchie moest dit veranderen;
maar tot aan het einde van 2 Koningen wordt de Heer G*D
nooit een koning genoemd!
Wanneer de Heer {ELoHieM JaHWeH!?}
niet als koning maar als vader over zichzelf spreekt,
begint zich een beslissende verandering in zijn zelfbegrip te voltrekken.
Hij doet dit voor de eerste en, in dit verhaal, enige keer
vlak na een moment van vergaande emotie
vermengd met erotiek.
De ark van het verbond, waarop de Heer troont,
is naar het pas veroverde Yeroesjalajiem gebracht,
de stad van Davied, als bekroning van
een Israelitische zegereeks.
Jubelend danst de jonge heerser voor de ark uit,
slechts gekleed in een linnen efod ,
niet meer dan een lendendoek en
misschien niet groter dan een schortje,
een soort vijgeblad.
Na deze dans berispt Michal, Sja'oel's dochter
en een van zijn vrouwen,
hem met de woorden:
"Heeft de koning van Israel zich vandaag geen eer bewezen -
door zichzelf te ontbloten ten aanschouwe van de slavinnen van zijn dienaren, zoals het uitschot zich zou ontbloten?!"
Davied antwoordde tot Michal:
"Voor de Heer, die mij verkozen heeft boven uw vader en mij heeft aangesteld tot heerser over het volk van de Heer, over Israel!
Ik zal voor het aangezicht van de Heer dansen en ik zal mij nog meer onteren en nog meer dalen in uw achting, maar onder de slavinnen van wie u spreekt, zal ik geeerd worden!"
{2 SAM 6:20-22}
Waarmee Davied precies
eer denkt te verwerven,
laat hij schertsend of schaamteloos in het midden voor Michal;
maar zonder twijfel danst hij echt voor de Heer,
en er is niemand voor of na hem in de Bijbel
van wie een dergelijke geestdrift en lef
verwacht zou kunnen worden!
Wat is nu de invloed
op G*D?
Misschien kunnen we daar
in het vervolg van Gods eigen myDi
iets verder op ingaan als Davied al woont in zijn paleis van cederhout
en de ark waar G*D op troont
nog verblijft in
een tent ...
















































Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende