't Mooiste van alles is natuurlijk dat we allen deel zijn van de som van alle delen & 't vervelendste is dat
we daar niet echt greep op hebben? Daartussenin beweegt zich de werkelijkheid van ons dagelijks leven!
Tussen 't allergrootste & 't allerkleinste zitten we allemaal 'gevangen' als Elckerlyc in Alledagsland & een
pelgrim op weg naar 't beloofde land van (n)ooit: we zijn geboren & zullen sterven, daartussen zit 'hope'.
Ook hebben we allen 'n 'dope' ondergaan dwars door vuur & water, land & lucht, lichaam & geest: op weg
naar aanvulling, invulling, vervulling, 'n medemens, 'n partner, 'n 'g d'. Zo kan ik alleen nog maar dat 3-
letterwoordje 'begrijpen': de 'komende' aanwezigheid, eeuwig 'nu', altijd hier, geest uit natuur die levend
maakt, naar woorden zoekt, gevoelens voortbrengt, daden omvormt in verlichtend, verhelderend worden.
In die zin kijk voor mij Mat Gargon [bijvoorbeeld] ook terug op de 1700 [& meer] jaar daarvoor, hij weer-
spiegeld de tijdgeest van z'n plaats & omstandigheden: verschaft mij 'n micro/macroscoop. 'n verrekijker.
Volgens het algemeen heidens wanbesef dus, meinenze, begreep het den "HONDERDMAN" ook: en zo groote wonderen by den dood van JC ziende, besloot hy, dat zich deeze of geene Godheid verbolgen toonde, over het lijden van deezen Zoon. Dat het gantsch Heidendom dusdanige begrippen maakte, is ontegenspreeklijk: maar geen gevolg, dat ook deeze HOOFDMAN dit zo begreep. Weshalven anderen
het op de JOODSCHE wijze vatten, en van den Masjiach verstaan; nadien "MESSIAS" & "ZOONE G DS",
by de JOODEN voor gelijkluidende, en van dezelve kracht, gehouden wierd. 'T is waar, de Hoofdman was
een HEIDEN: 't is ook waar, de HEIDENEN, als HEIDENEN, wisten van den Masjiach niet. Maar kan deeze HEIDEN, door omgang met de JOODEN, niet van den Messias gehoort hebben? Kan hy voor, of by 't Richt-huis van PILATUS, niet gehoort hebben, dat deeze Yehosjoea beschuldigt wierd, zich den ZOONE G DS genaamt te hebben? Kan hy aan 't kruishout staande, niet gehoort en verstaan hebben, dat Yesjoea daar
over beschimpt en gelastert wierd? Zegt men, hy verstond geen HEBREEUWSCH; ik vraag, wie ons dat verzekeren kan? Hoe weinig taalkunde was 'er van nooden, om twee of drie woorden te verstaan?
Hoe waarschijnlijker, en meer dan waarschijnlijk is 't, dat de JOODEN voor den Rechterstoel van PILATUS,
zullen Latijn gesproken hebben? En hoe wist de vrouwe van den Landvoogd van Yesjoe? Hoe wist zy, dat hy RECHTVAARDIG was? Het is dan, onzes bedunkens, zo vremd niet gevat, 't is zo buitenspoorig niet, als sommigen voorgeven, dat men dit van den MESSIAS vatte; en de HOOFDMAN zeggen wil;
WAARLIJK
deeze Gekruiste, moest de langverwachte MASJIACH der JOODEN zijn; hy moest DE ZOONE G DS zijn!
Dit komt ons des te waarschijnlijker voor, als men op de uitdrukkingen van LUKAS acht geeft: want die zegt: ALS NU DE HOOFDMAN OVER HONDERD ZAG, DAT DAAR GESCHIED WAS, VERHEERLIJKTE HY G D, EN
ZEIDE:
waarlijk deeze mensch was rechtvaardig!
Is dat niet de zelve taal van Pilatus huisvrouw:
HEBT NIET TE DOEN MET DEEZEN RECHTVAARDIGEN?
Kan hy Yehosjoea RECHTVAARDIGEN, en niet kennen?
Of zal hy dit uit de zaak-gewrichten: uit de onschuld van JC uit de boodschap van Pilatus huisvrouw, en alle deeze ongehoorde wonderen zeggen? Of zal men 't woord RECHTVAARDIGEN ontzenuwen, en geloven,
dat het maar een los, en onbezonnen zeggen ware?
Hoe zegt LUKAS dan,
DAT HY G D VERHEERLIJKTE?
Of zal dat VERHEERLIJKEN, ook HEIDENSCHER wijze geweest zijn?
En dezen of geenen Afgod geprezen zijn geworden?
Kan iemant G d verheerlijken, uit bezef van zijne deugden en volmaaktheden?
Zo moet de Hoofdman, of G d gekent, of niet verheerlijkt hebben.
Maar hoe konde hy G d verheerlijken, en JC voor eenen Zoon van eenen Afgod houden?
Kan men G d, en Afgod, t' zamen paren?
Wat zegt ook het woord
WAARLIJK?
Is dat niet een besluit na voorgaande overwikking, en eene volzekere verbetering van afgelegde misvattingen en vooroordelen? Zo spreken de eerst-dwalende, maar hooger-verlichte boetelingen, van JC:
WAARLIJK,
HY HEEFT ONZE KRANKHEDEN OP ZICH GENOMEN!
Zo doet hier de Hoofdman eene volmondige belijdenisse van zijne verworpene wanbeseffen, en betere gedachten omtrent den Heiland, wiens onschuld hy nu hartgrondig gelooft. WAARLIJK, zegt hy, DEEZE MENSCH IS RECHTVAARDIG:
WAARLIJK
DEEZE IS DE ZOONE G DS! In zulken zin, voldoen wy aan den nadruk der woorden, en vinden deezen HOOFDMAN eenen voortreflijken EERSTLING der HEIDENEN,
welker roepinge nu voor ahnden was, nu CHRISTOS den middelmuur des afscheidsels verbroken, en 't
voorhangsel des tempels gescheurt had, om JOOD en HEIDEN zonder onderscheid, tot het waare en geestlijk Heiligdom vrijen toegang te geven.
Had de Hoofdman op 't bevel des Landvoogds, de hand geleent aan 't uitleiden, en kruisigen van JC
nu beeft hy voor dien Gekruisten, en zegt:
"WAARLIJK
HY IS DE ZOONE G DS!"
Zo werkt G ds genade in den dag der genade, en maakt van eenen MOORDENAAR eenen BELIJDER,
van een HOOFDMAN eenen VERDEDIGER van 's Heilands onnozelheid en gerechtigheid.
Minstens
drie verschillende
werelden komen op zo'n
punt samen: 't geheel, 't detail & de 'mensenwereld' waar wij elkaar aantreffen & bevragen?
Het is in die treffende overeenkomst
waar we onze hope & dope opdoen
en verder willen verkennen
de rest van
ons korte
bestaan
...
