Misbruik, Macht & Recht?
SACRE IIWEINIG
bekende toespraken
in de wereldliteratuur
kunnen met meer recht
overweldigend worden genoemd
dan de antwoorden
die de Heer,
vanuit een storm,
aan
JOB
gaf in YoV 38-41!
ALS
ze op muziek gezet zouden worden,
zou Igor Stravinski's
Sacre du printemps hun aanzwellende, verpletterende kracht benaderen!
Maar
DAAR
zit ook meteen hun hele moeilijkheid?
Het enige aspect van zichzelf waar de Heer naar verwijst
is zijn
MACHT
...
In
een verbijsterende passage,
die direct volgt op het laatste geciteerde vers
in 't myDiSacreVerhaaltje van gisteren {maandag de 10e mei},
brengt hij zelfs zijn rechtvaardigheid onder
bij zijn macht!
MACHT
MAAKT RECHT,
dondert hij tegen Job:
ALLEEN
wanneer en indien de arme stakker,
die zijn jeukende huidzweren krabt met een potscherf op de vuilnisstort,
ook een demonstratie kan geven
die vergelijkbaar is met die van de Heer,
zal die Heer misschien ook de tegenwerpingen van deze stakker
serieus nemen
in YoV
40:10-14:
- "TOOI
uzelf dan
met pracht en grootheid,
bekleed uzelf met glorie en majesteit;
spreid uw ziedende toorn uit;
aanschouw iedere trotse man en verneder hem,
aanschouw iedere trotse man, deemoedig hem!
En breng hen allen ten val op de plaats waar ze staan!
Begraaf hen te zamen in de aarde;
verberg hun gezichten in de duisternis!
DAN zal ook ik u loven
om de zege die uw rechterhand u
gebracht heeft!" -
De Heer
komt naar voren,
met vernietigend sarcasme en enorme lef,
als een amorele,
onweerstaanbare kracht!
Maar Job heeft de macht van de Heer nooit in twijfel getrokken?
Het is zijn rechtvaardigheid waar hij rekenschap over eist ...
Voor Job en voor de traditie die hij verdedigt,
is het de gelijktijdigheid van rechtvaardigheid
en macht
die G*D tot
G*D maakt?
Als
EEN
van de twee ontbreekt dan is
G*D niet
G*D!
Nergens
in de Bijbel,
VOOR of NA
deze toespraken uit de storm,
spreekt de Heer G*D over zichzelf als een zuiver
amorele macht
.......
WAAROM
doet hij dat
HIER
dan
WEL?
Waarom
berispt hij Job niet met woorden
in de strekking van
bijvoorbeeld Psalm 36:6-7:
- "MIJN TROUW
reikt tot aan de hemel,
mijn betrouwbaarheid tot aan de wolkenlucht;
mijn goedheid is als de hoge bergen;
mijn gerechtigheid als de grote
oervloed!" -
WAAROM
zegt hij niet
dat zijn rechtvaardigheid
Jobs begrip te boven gaat in plaats van dat
er geen rechtvaardigheid
bestaat?
JOB
zou dan per slot van rekening
evenzeer berispt zijn?!
In Psalmen
is de grootheid
van de Heer als schepper en meester van het fysische universum altijd
impliciet en vaak expliciet slechts een prelude tot zijn ware grootheid
als rechter en borg voor rechtvaardigheid!?
Zo kunnen we in Psalm 98:7-9
lezen:
- "LAAT DE ZEE
en al wat daarin is razen,
de wereld en haar bewoners;
laat de rivieren in hun handen klappen,
de bergen het tezamen
uitzingen
bij de komst van de Heer,
want
HIJ KOMT
om de aarde te regeren;
HIJ
zal de wereld rechtvaardig regeren
en haar volken in
gerechtigheid!" -
WAAROM
houdt de Heer
DEZE
keer op bij
de prelude?
DAT
doet hij omdat hij dit keer in de knoei zit!?
Bij deze gelegenheid zijn de ondoorgrondelijke wegen van de Heer,
dank zij de vindingrijkheid van de fabeldichter
van JOB,
maar al te doorgrondelijk geworden?
De godheid heeft iets te verbergen {!}, bot gezegd, en hij verbergt het
door zich in zijn volle majesteit op te richten,
omhuld door de gewaden der schepping,
en vorstelijk over
iets anders te
beginnen!
Het
is eigenlijk
helemaal niet in overeenstemming
met het karakter van de Heer G*D
om zijn rechtvaardigheid weg te laten
als hij zichzelf onderscheidt van de mensheid,
maar hij moet wel?
Hij heeft in een opwelling
een rechtschapen man onderworpen aan een
marteling!
De vraag luidt dan,
als het naakte schepsel kronkelt van de pijn,
luisterend naar zijn schepper die opschept over zijn macht om
walvissen te temmen:
ZAL
JOB
ZWICHTEN?




























Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende