Alles
wat we doen
en laten heeft te maken
met ons geheugen.
Er is sprake
van 'omgekeerde telecopie':
een scherpe herinnering lijkt soms dichterbij in de tijd
dan een vage, en een vage lijkt vroeger te hebben plaatsgevonden
dan een scherpe.
Omdat
het inprentingsvermogen
met de ouderdom meestal afneemt,
lijkt een bezoek voor bejaarde ouders wat langer geleden
dan voor hun jongere kinderen die gebeurtenissen intenser opslaan,
en daarom recenter in de tijd plaatsen.
Ouders en kinderen
turen naar elkaar door tegengesteld gerichte kijkers.
Het is een illusie dat we ons geheugen kunnen verbeteren door het te trainen.
Jongeren kunnen net als ouderen soms helemaal niet meer op bepaalde namen komen,
maar ze wijten het dan niet
aan de leeftijd.
Ouderdomsvergeetachtigheid
is geen voorteken van dementie.
De oppervlakkige waarnemers concludeert dat het geheugen van ouderen achteruit gaat.
Maar dan kijkt hij niet
precies genoeg.
"Opgaan, blinken en verzinken"
gaat voor de meeste cognitieve vermogens niet op, blijkt uit onderzoek.
Die blijven een leven lang redelijk intact, ook al moeten ze tenslotte wel steeds meer inleveren.
Het concentratievermogen vermindert, de capaciteit van het werkgeheugen neemt af
en nieuwe informatie wordt trager verwerkt.
Lange tijd
bespeur je niks van het verval dat zich inzet.
Je kunt het cognitieve ouder worden vergelijken met een trans~Atlantische vlucht:
de daling wordt al ver voor het bereiken van de bestemming met een lange glijvlucht ingezet,
maar de reiziger merkt op z'n hoogst een lichte vertraging.
Nu al?
Ik ben er nog lang niet!
kan hij denken, hoog boven de oceaan.
Maar ook al is die eerste voorbereiding getroffen, het zal nog heel lang duren voor de ~
uiteindelijk snelle ~ landing zal plaatsvinden.
We moeten de oudere tijd van leven gunnen net als de jongere:
ieder mens z'n eigen tijd en ervaring!
We hoeven elkaar niet te dwingen
tot een krampachtige ontkenning van de levensfase waarin we blijken te verkeren
op een bepaald moment.
Niet alleen geloof ik niet
dat ons geheugen door middel van cognitieve fitness training kan worden opgerekt
{het geheugen is geen spier}, ik vind het ook zinloos.
Niet zozeer
dat het geheugen wat vermindert als mensen ouder worden,
maar het blijft wel fascinerend
dat het zo verandert!
De schakeringen
in het geheugenlandschap van ouderen zijn nog grotendeeld onbekend terrein.
De ouderdom wordt nog veel teveel gezien als een statische periode, een fase van 'naargeestige eenvormigheid'?
In feite zijn wij ook
als de eskimo met tientallen verschillende woorden en benamingen voor 'sneeuw':
we kunnen nu eenmaal, wanneer we dat willen, beschikken over een rijke woordenschat
die ons wat beter in staat kan stellen om allerlei nuttige nuances aan te brengen
waar anderen alleen nog maar van 'vergeten'
en 'onthouden' spreken.
Een vakgenoot
turfde eens 256 soorten geheugen!
Ouderen mogen dan misschien wel op den duur in het ene gebied verliezen lijden
{bijvoorbeeld in het 'proleptisch geheugen' dat onthoudt welke plannen we gemaakt hebben},
op een ander winnen we terrein: hoe ouder mensen worden, des te meer spelen
de herinneringen aan
onze jeugd op.
Al vanaf
onze vroegste jeugd af aan
verschillen we in de perceptie van tijd en ruimte, voelen, denken en doen
samen met de onderlinge connecties tussen hersencellen & de te onderscheiden delen van ons brein
en aan dit reminiscentieeffect danken we
'de rest van ons leven'.
Het geheugen blijkt niet zomaar
een trouwe huisknecht als Joost van de heer Bommel
of de schertsfiguur die de oude dame bedient 'just as last year' en 'op weg naar het einde'
in de oudejaarsconference.
Het kan mensen bespringen
op hun oude dag als een brute belager!
De herinneringscurve van ouderen bereikt als we terugkijken zo rond ons twintigste levensjaar een piek.
Daarna loopt hij snel weer terug en vlakt af, om net voor het heden nog even omhoog te zwiepen.
Onze jeugd herinneren we ons als de dag van gisteren {'in mijn tijd ...'},
terwijl de jaren daarna er nog nauwelijks
toe lijken te doen.
Vanwaar die wonderlijke 'reminiscentiehobbel'?
Biologische
verklaringen zoeken het
in de richting van een grotere ontvankelijkheid van het prille brein.
Maar wie als emigrant rond z'n midden dertigste de grote stap overzee maakte,
herinnert zich van die periode meer dan van zijn Friese {of Gelderse} jeugd.
Blijkbaar zijn beslissende gebeurtenissen in de levensloop doorslaggevender
voor ons autobiografische geheugen dan neurologische openheid.
Of wordt die openheid er op z'n minst
door versterkt.
Maar wat is beslissend?
Hier lijken we [alweer]
met ons cognitieve perspectief op het geheugen een grens te naderen.
We zouden dan ook misschien wat makkelijker de oversteek naar filosofie moeten en kunnen maken?
In hoeverre is iemand verantwoordelijk voor z'n eigen leven en de heriinering daaraan?
Blijft iemand 'zichzelf' gedurende
een mydileven?
Wat is zelf,
identiteit nu eigenlijk
{en hoeveel variaties zijn er wel niet mogelijk}?
Guenther Grass spreekt als laat zeventiger in zijn autobiografie "De rokken van de ui"
in de derde persoon over 'de jongen die ik me als vroeg beschadigde editie van mezelf
probeer voor te stellen'.
Die
vitale herinneringen
van veel ouderen die we allemaal zouden kunnen beschrijven en uitpluizen,
cirkelen rondom ervaringen van schuld of schaamte, krenking of vernedering.
In al die morele sentimenten lijkt er al terugblikkend vaak de essentie van een heel leven te zijn gezogen: pregnant komt dat ook naar voren in een geregistreerd interview van de breinwetenschapper Oliver Sachs; jij stuit bij het schrijven van zijn autobiografie op zijn eigen reminiscentiehobbel:
"Ik had steeds minder te vertellen ...
Waarom is dat?
Komt er steeds meer herhaling in je leven?
Sla je minder van je ervaringen op als je ouder wordt?
Is het vooral de intensiteit waarmee je leeft als je nog jong bent?
Ik kan niet goed meer kiezen tussen [al die] hypothesen!"
De wetenschapper Sachs wordt gebiologeerd door het mechanisme van zijn eigen geheugen.
Maar is dat de reden waarom hij eigenlijk zijn herinneringen ophaalt?
Die blijkt ergens anders te liggen.
"Ik schrijf voor een deel ook om te biechten, om vergiffenis voor mezelf te vragen!"
erkent hij:
"Ben ik wel een goede zoon geweest?"
blijkt de vraag die Oliver Sachs uiteindelijk
het meest bezighoudt.
Achteruitkijkend
ben ik m'n hele leven al bezig
met het herinneren van gebeurtenissen,
dromen en daden die plaatsvonden vanaf VOOR het moment van geboorte,
m'n vroegste kindertijd, kleuterschool en lagere school, m'n puberteit & adolescentietijd: de jaren van weigering en aanvaarding, het afzetten en omarmen
tegen en van normen en waarden,
en zo nu en dan komen er opflikkeringen
van bepaalde
momenten.
Ik
ben geworden
die ik ben op grond
van wat ik was of meende te zijn:
zowel droom als daad zijn volkomen in elkaar verweven en verstrengeld ~
het is soms ook wel wat als een kolossale rijstenbrijberg
vol met krenten, rozijnen en allerhande andere vruchten en ingredienten
van onderscheiden kleur, vorm, smaak en samenstellingen ~
dat alles tesamen vormde degenen die ik daardoor ben geworden of meen te zijn ~
al die geuren en kleuren, ochtenden en avonden, middaguren in tientallen landen in de loop der jaren ~ in gedachten en gevoelens zwerf ik daar nog steeds rond
aan de oevers van de de Dode Zee en de citadel van Parma,
de tuinen in Voghera, de Achterhoek en het eiland Texel,
Veluwse zandverstuivingen
en de woestijnen en vruchtbare vlakten van Israel
en dwars door de bergen en vlakten van Oost Klein Asia van de Ararat via Qazvin & Tehran, Herat, Kandahar & Kabul, Lahore & Amritsar,
Kashmir & Delhi!
Al die tochten
naar Madras, Kerala, Calcutta & Varanasi,
Nippon & Birobeidjan, Moscow, Kiev & Odessa zijn
zo levendig als wat en lijken slechts een moment verwijderd van het nu en hier.
Net als de mydiverhalen uit sommige boeken. Ouders en grootouders, vrienden en kennissen.
Alle onderdelen van de allerkleinste tot de 'grootste' hebben hun eigen plaats in dat geheel dat ik ben.
En dat alles zweeft langs de grenzen van volkomen zinloosheid
en de diepste betekenissen van
'er {bij} zijn'.
ELK
moment
heeft z'n eigen waarde,
maar wordt naderhand heel verschillend herinnerd en verwerkt.
Toevallig en bij vlagen heel oppervlakkig en diepzinnig.
Maar al met al de moeite alleszins waard.
Ik heb er nu vrede mee als het straks [iets vroeger of later] is afgelopen en 'voorbij'.
En als ik [je weet maar nooit] nog eens zestig
jaar zou [kunnen] doorleven, dan
lijkt met dat ook
vreselijk interessant, maar
wel erg
vermoeiend.