Martelingen, suggesties en antwoorden


De pathos
van Jobs toestand,
en daarmee de spanning van de slotpagina's
van het boek
YOV,
wordt geintensiveerd door het feit dat de schrijver van
JOB
de stem uit de storm weliswaar voor
ONS
als myDiBijbellezertjes
als de Heer, maar niet
voor Job zelf?


De stem
uit de brandende braamstruik
maakte zichzelf bij Moshe bekend met de woorden:
"IK BEN
de
G*D
van uw vader
(...)!"



Maar
Job verneemt
geen vergelijkbare bekendmaking
uit de storm,
alleen maar sarcastische retorische vragen die
SUGGEREREN,
dat zeker,
dat de stem die van G*D is maar
{om de woorden van een veel latere verbastering te gebruiken}
met behoud van de
loochenbaarheid
...


Zonder dat hij zich richt
op de rechtvaardigheid of onrechtvaardigheid
van Jobs benarde toestand,
zonder dat hij zich verwaardigt te zeggen dat hij een rechtvaardige G*D is,
zonder dat hij zich ertoe verlaagt om bekend te maken dat hij
een rechtvaardige G*D is,
tart de stem uit de storm Job letterlijk om hem uit te dagen
met de woorden van de schrijver

in YOV 40:2:

- "Zou iemand die terechtgewezen moet worden klagen tegen
SJADAI?
Wie G*D berispt moet daarop antwoorden?!" -


Job heeft
herhaaldelijk van G*D ge-eist
dat hij zijn vragen over rechtvaardigheid beantwoordt?!
NU probeert de eigenaar van de stem,
in plaats van zich bekend te maken {zelfs de verwijzing naar sjadai, gewoonlijk vertaald als 'de Almachtige', is
dubbelzinnig!} en die vragen te beantwoorden,
de rollen om te draaien en eist hij dat Job vragen beantwoordt:
niet over rechtvaardigheid
maar over
MACHT!

ALS
de Heer
in deze toespraken zichzelf op een juiste manier omschrijft,
dan heeft hij zijn recentere geschiedenis geheel weggevaagd, ALLES van
Exodus tot en met de Psalmen,
en is hij terug bij wat hij was ten tijde van de zondvloed,
toen ethische overwegingen voor hem
nauwelijks bestonden?

Het is in feite nog erger!
Hij is nog een kwalijke stap verdergegaan,
want zelfs als de wereldvernietiger
verlaagde hij zich niet tot willekeurige persoonlijke martelingen?
Maar de Heer kan,
als hij deze toespraken houdt,
zijn weddenschap met de duivel al hebben laten varen?
Hij kan zichzelf met opzet verkeerd afschilderen in de vergeefse hoop,
dat Job zijn dwaling erkent en de Heer ZO
uit deze zeer onverwachte problemen
helpt?

WAT is geschikter
voor die wanhoopszet
dan de niet te beantwoorden retorische vraag?
De toespraken van de Heer tegen Job
kunnen om kort te gaan
Jobs laatste beproeving zijn,
een test door opzettelijke misleiding
in een boek dat in zijn geheel genomen
EEN grote test
door opzettelijke misleiding
is?

Uiteindelijk
hangt alles aan het zijden draadje van Jobs antwoord
op deze toespraken van de Heer, en het is ook niet meer dan
een zijden draadje:
zeven korte verzen,
in twee bondige uiteenzettingen,
in antwoord op 123 verzen van de Heer ...
Maar bondig en hartveroverend als ze zijn,
staan deze verzen bol van ironische woordspelingen en
preudo-eerbiedige citaten van precies
die goddelijke woorden
die Job hadden moeten
intimideren
in YOV 40:4-5:

- "ZIE,
ik ben van weinig waarde;
wat kan ik u antwoorden?
Ik sla de hand voor mijn mond!
Eenmaal heb ik gesproken, en zal geen antwoord geven;
tweemaal, en zal het niet
nog eens doen!" -

Zoveel en niet meer ...
Job geeft niets toe?!
"WAT kan ik u antwoorden?" is een ontwijking.
"Ik ben van weinig waarde," is misschien waar, maar heeft hij ooit
iets anders beweerd?
"Eenmaal heb ik gesproken, en zal geen antwoord geven;
tweemaal, en zal het niet nog eens doen!"
zijn woorden die de eis van de donderaar dat Job moet reageren
op zijn donder
trotseren ...

Een weigering
om te praten kan op een prachtige manier
ondoorgrondelijk zijn?

Sa'adja Gaon,
schreef in de tiende eeuw:
'Wanneer de ene gesprekspartner tegen de andere zegt:
"Ik kan u geen antwoord geven,"
kan dat betekenen
dat hij zich neerlegt bij het standpunt van de ander,
gelijk aan:
"Ik kan de waarheid niet loochenen";
of het kan betekenen dat hij zich overbluft voelt door zijn partner,
gelijk aan:
"HOE kan ik u antwoorden als u
de overhand hebt?"'

Job zit
hier en nu in de tweede positie;
hij erkent de macht van de Heer en houdt daar op?!
STILTE kan zowel uitdagend als
respectvol zijn ...

Een andere vertaler
vertaalt Jobs antwoord als volgt:

-
"MIJN
woorden
waren lichtzinnig:
WAT
kan ik antwoorden?
Ik kan maar beter mijn hand op mijn mond leggen!
Ik heb een keer gesproken, ik zal niet nog eens spreken,
ik heb tweemaal gesproken, ik heb er niets
aan toe te voegen!" -

Maar als we de tekst
letterlijk volgen, dan kunnen we
met een vleugje recalcitrantie
vertalen:

- "KIJK EENS,
IK ben onbelangrijk! WAT kan ik zeggen?
Mijn hand ligt op mijn mond ...
Ik
HEB
al een keer gesproken: ik zal verder niet zeuren ...
WAAROM
zou ik doorgaan?
Ik heb er helemaal
niets aan toe te voegen
...?!" -

De schrijver van
JOB
heeft in de structuur een symmetrie aangebracht in de vorm van twee eisen
en twee weigeringen
..............

Job spreekt uitvoerig over rechtvaardigheid en eist dat
"G D"
reageert.

G*D
weigert.

G*D
spreekt uitvoerig over zijn macht en eist dat Job reageert.

Job weigert.

Absoluut zwijgen van Job zou,
voor dramatische doeleinden, iets
TE
vaag zijn?
Het is van belang dat Job
net genoeg reageert zodat we weten dat hij weigert te reageren,
genoeg om onze vraag
"ZAL HIJ ZWICHTEN?"
negatief te beantwoorden
.......

Beide antwoorden van Job aan de Heer zijn weigeringen om te reageren!

ZO bewijst hij dat hij niet is gezwicht ...

ZO maakt hij de weg vrij voor de boetedoening van de Heer en voor
vreugde en verzoening van het einde
.............

Jobs eerste weigering
om te antwoorden
hebben we al besproken?
Hierover, Job 40:4-5, bestaat weinig discussie
voorzover ik weet onder exegeten: maar bij de tweede weigering ligt dat echter heel anders!?

De Septuagint
uit de derde en tweede eeuw voor Christus leest
Job 42:2-6 niet
als een weigering om te antwoorden, maar
als een complete herroeping,
waarmee deze een exegetische traditie inzette die in essentie tot op
de huidige dag bestaat?!

Wat wel opvalt is,
dat recentere commentatoren die wel breken met de visie dat Job berouw heeft, niet in staat lijken te zijn om afstand te doen van het genoegen
om toch een
BEPAALDE
beslissende,
definitieve transformatie te zien
in het titelpersonage
van dit Bijbelboek?

Maar naar onze
bescheiden myDimening is Jobs triomf juist gelegen
in het feit dat hij niet echt verandert in de slotfase van zijn
strijd met G*D
.............

Hij,
die zo welbespraakt was,
spreekt aan het slot het fraaist door zijn pleidooi
te be-
eindigen
.......

De Heer martelde Job met zijn zwijgen.
JOB
bezorgt de Heer een ander soort pijn door zijn
bijna-
zwijgen
...


Jobs eerste antwoord,

waarin hij onmiskenbaar zijn zwijgen aankondigt,

is het beste commentaar op zijn minder heldere tweede antwoord,
waar we het nu eindelijk over
kunnen hebben?
liefdesverdriet
gemeenverwardgaap!bah!nahnahverdrietigcool!erg vrolijkknipoogvrolijk
verliefd
vrolijkknipoogerg vrolijkcool!
verliefd

Maar
eerst even de AH-capsule,
eten, drinken, wc, roken en aanverwante
bedoeningen
...
Job is nog wel even
geduldig
...?!
engel
12 mei 2004 - bewerkt op 15 dec 2007 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende