HEEL
dat hersenraderwerk
loopt op associaties:
er zijn daarom dan ook in de loop der jaren,
als de hersens werken & ons brein functioneert,
steeds meer aanknopingspunten,
hints, duidingen, definities & interpretaties
ter lering & tot
vermaak!
Hoe
dan ook
'de barmhartige Samaritaan'
{EEN
van die 'wachters op de morgen'}
verbindt de wonden van 't slachtoffer
en gebruikt daarbij olie & wijn.
En wat kunnen we lezen in de psalmen?
Gelukkig de mens die niet langer meegaat met wie kwaad doen,
die de weg van zondaars niet betreedt, bij spotters niet aan tafel zit,
maar vreugde vindt in de eeuwige wet en
zich daarin verdiept,
dag en
nacht!
Hij
zal zijn
als een boom,
geplant aan stromend water:
op tijd draagt hij vrucht, zijn bladeren verdorren niet en alles wat hij doet komt tot bloei!
Zo niet de wettelozen! Zij zijn als kaf dat verwaait in de wind!
Wettelozen houden niet stand waar recht heerst, zondaars niet in de kring van rechtvaardigen.
De eeuwige beschermt de weg van de rechtvaardigen,
maar de wegen van ongelovige goddeloze afgodendienaars lopen allemaal dood in het niets.
Waartoe leidt al dat woeden van de volken
en het rumoer van al die naties?
Tot niets!
De koningen
van de aarde komen in verzet,
wereldmachten spannen samen tegen de eeuwige en zijn gezalfde:
" Wij moeten hun juk afwerpen, ons van hun boeien bevrijden!"
Hij die in de hemel troont lacht: de heer van hemel & aarde spot met hen!
Dan spreekt hij tot hen in woede, en zijn toorn verbijstert hen:
"Ikzelf heb mijn koning gezalfd, op de Tsion, mijn heilige berg!"
Het besluit van de eeuwige wil ik bekendmaken. Hij sprak tot mij:
"Jij bent mijn zoon, ik heb jou vandaag verwekt. Vraag het mij en ik geef jou de volken in bezit,
de einden der aarde in eigendom. Jij kunt ze breken met een ijzeren staf,
ze stukslaan als
een aarden
pot!"
Daarom,
koningen, wees
verstandig, wees gewaarschuwd,
leiders van de aarde.
Onderwerp je, toon de eeuwige jouw ontzag, breng hen bevend hulde.
Bewijs eer aan zijn zoon met een kus, anders ontvlamt zijn woede, en jouw weg loopt dood,
want bij het geringste ontsteekt hij in toorn.
Gelukkig wie schuilen
bij hem.
Eeuwige,
hoe talrijk
zijn mijn belagers,
velen vallen mij aan, velen zeggen tegen mij:
"G d zal hem niet redden!"
JIJ, eeuwige, bent een schild om mij heen, jij bent mijn eer, jij houdt mij staande.
Roep ik tot de eeuwige om hulp, hij antwoordt mij vanaf zijn helige berg!
Ik ga liggen, val in slaap en word wakker ~ de eeuwige beschermt mij!
Ik vrees de tienduizenden niet die mij aan alle kanten omringen.
Sta op, eeuwige, en red mij, G d, sla mijn vijanden in het gezicht, breek de tanden van de wettelozen.
Bij JOU, eeuwige, is redding, jouw zegen rust op jouw volk.
Antwoord mij als ik roep, G d die mij recht doet.
Geef mij ruimte als ik belaagd word, wees genadig, hoor mijn gebed.
Machtigen, hoe lang nog maken jullie mij te schande, is de schijn je lief, de leugen jouw leidraad?
De eeuwige schenkt zijn gunst aan wie hem trouw is, de eeuwige luistert als ik tot hem roep.
Beef voor hem en zondig niet, bezin je in de nacht en zwijg.
Breng de juiste offers,
heb vertrouwen in
de eeuwige.Velen zeggen:
"Wie maakt ons gelukkig?"Eeuwige, laat het licht van jouw gelaat over ons schijnen.
In jou vindt mijn hart meer vreugde dan zij in hun koren en wijn.
In vrede leg ik mij neer en meteen slaap ik in, want jij, eeuwige,
laat mij wonen in een vertrouwd en veilig huis.
HOOR mijn woorden. eeuwige, sla acht op mijn klagen. Luister naar mijn hulpgeroep,
mijn koning en mijn g d, tot jou richt ik mijn bede.
In de morgen, eeuwige, hoor jij mijn stem, in de morgen wend ik mij tot jou en wacht.
Jij bent een g d die zich niet verheugt in het kwaad, bij jou is de misdaad niet welkom.
Gewetenlozen houden geen stand onder de blik van jouw ogen.
Jij haat allen die onrecht doen, leugenaars richt jij te gronde.
Jij verafschuwt, eeuwige, wie bedriegt en bloed vergiet.
Maar ik mag door jouw grote liefde jouw huis binnengaan,
van ontzag vervuld mij buigen naar jouw heilige tempel!
Leid mij langs mijn belagers, eeuwige, door jouw gerechtigheid,
maak effen de weg die jij mij wijst.
Onwaarheid komt uit hun mond,
onheil huist in hun hart,
een open graf is hun keel,
gespleten is
hun tong.
Laat
hen boeten,
g d, laat hen
in hun eigen valkuil lopen.
Verstoor hen om hun grote wandaden, want ze zijn opstandig tegen jou.
Er is vreugde bij allen die sachuilen bij jou,
eeuwige jubel omdat jij hen beschermt,
zij die jouw naam beminnen juichen jou toe!
Jij zegent de rechtvaardigen, eeuwige, als een schild beschut hen jouw genade.
Eeuwige, straf mij niet in jouw woede, tuchtig mij niet in jouw toorn.
Heb erbarmen, eeuwige, want ik kwijn weg.
Genees mij, eeuwige, ik ben doodsbang, ik vres voor mijn leven.
Hoe lang nog, eeuwige, moet ik nu nog wachten?
Keer terug, eeuwige, spaar toch mijn leven, toon mij jouw trouw en red mij.
Want doden noemen jouw naam niet meer!
Wie in het dodenrijk
kan jouw nog
loven?
Moe
ben ik
van mijn zuchten,
elke nacht is mijn kussen nat,
mijn bed doorweekt van tranen.
Mijn ogen zijn gezwollen van verdriet,
roodomrand van alles
wat mij benauwt.
Weg van mij, allen
die kwaad
doen!
De eeuwige
hoort hoe luid ik ween,
de eeuwige hoort mijn roep om erbarmen,
de eeuwige neemt
mijn smeekbede
aan.
Beschaamd
en doodsbang
keren mijn vijanden om,
in een oogwenk
met schande
bedekt.
