
Met
de komst
van de latere
profeten die 'de dag des Heren'
gaan aankondigen,
trekt die dag ook 'de toorn des Heren'
steeds sterker naar zich toe
bijvoorbeeld in Yesjayahoe 13:9, 11;
Tsefanya 1:15, 3:8
& in 't nieuwe testament
is dat dan ook al
de dominante voorstelling
volgens Matai 3:7, Lucky Luke 3:18;
21:23; Romeinen 2:5, 8
e.d.
Er
zijn ook
teksten waarin de
'reservering' van G ds toorn
voor 'de dag des oordeels'
gemotiveerd wordt door te wijzen op G ds lankmoedigheid
en geduld zoals in II Petrus 3:9 en Ya'akov 5:7-9 & Matai 13:24-30?!
Al die verschillende uiteenlopende theologen & leken zijn er maar druk
mee dwars door al die eeuwen, plaatsen en mensengemeenschappen heen!
Woest stormende breinen met al die woedende woorden,
mydibijbelverhalen & fantasierijke beschrijvingen
van alle goede &
slechte zaken!
Steek
op een
kale berg de
strijdvaan op, roep op
tot strijd en geef het teken
dat zij optrekken naar de poorten van de edelen.
Ik heb mijn heilige legers bevel gegeven,
mijn krijgslieden opgeroepen mijn wraak te voltrekken,
juichend over mijn majesteit.
Hoor
het rumoer
in de bergen,
de opmars van 'n groot leger,
hoor het tumult van de koninkrijken,
de volken die zich aaneensluiten:
de Eeuwige G d der legerscharen
monstert zijn troepen.
Daar
komen ze,
uit een ver land,
van de verste plaats onder de hemel:
de Eeuwige
komt heel het land verwoesten
met de werktuigen
van zijn toorn.
WEEKLAAG!
Want de dag van de Eeuwige
is nabij, de dag van ondergang die komt van de Almachtige!
Daarom trillen alle handen & verweekt ieders
hart van angst.
De mensen zijn door schrik bevangen.
Door kramp en pijn krimpen ze ineen als een vrouw
in barensnood.
Radeloos staren ze elkaar aan,
de vlammen slaan hun uit.
De dag van de Eeuwige is aangebroken,
meedogenloos, grimmig, in brandende toorn.
Het land zal
in een woestenij veranderen
& zondaars die er wonen verdelgt hij.
Sterren aan de hemel geven geen licht meer, sterrenbeelden doven
uit, de zon is verduisterd als ze opkomt,
het licht van de maan
is verdwenen.
Dan
laat ik
de wereld boeten
voor haar slechtheid, de goddelozen
voor hun verdorvenheid.
Ik breek de trots van hoogmoedigen,
hooghartige tirannen
verneder ik.
Ik
maak mensen
schaarser dan goud,
stervelingen zeldzamer dan zuiver goud uit Ofier.
Ik zal de hemel doen wankelen, de aarde raakt bevend van haar plaats op de dag van de Eeuwige
der legerscharen, de grimmige dag van zijn brandende toorn.
Dan zal iedereen wegvluchten naar
zijn land van herkomst,
terugkeren naar
zijn eigen volk,
als opgejaagde gazellen,
als schapen die nu dan ook voortaan
helemaal niemand meer bijeen kan houden.
Wie gegrepen wordt zal doorstoken worden
en wie weggevoerd wordt zal omkomen door het zwaard.
Hun kinderen worden voor hun ogen doodgeslagen,
hun huizen geplunderd, hun vrouwen verkracht.
Ik zet hen tegen de Meden op,
die niet om zilver geven,
noch zich door goud
laten verleiden.
Hun
pijlen treffen
jongemannen; met kinderen
hebben ze geen medelijden,
zelfs zuigelingen
ontzien ze niet.
Bavel,
de parel onder de koninkrijken,
de grote trots van alle Kasdiemers,
Bavel wordt als Sedom & Amorra,
steden door G d verwoest!
Nooit
meer zullen
er nu nog
mensen wonen,
het blijft ontvolkt tot in het
verste nageslacht.
Geen
Araviet zal
daar nog zijn tent opslaan & geen
herder laat er zijn kudde rusten.
Dieren uit de woestijn legeren zich daar,
uilen nemen de huizen in bezit &
struisvogels gaan er wonen
en bokken dansen
er rond.
In
de lege
huizen klinkt het
gehuil van hyena's en
jakhalzen janken in de weelderige paleizen
van weleer.
Voor
Bavel is
de tijd nabij,
zijn dagen
zijn geteld!













