Liefdeslyriek: aapmensjes on the move
't Hoogste lied over
menselijk gevoelens van aanhankelijkheid
& liefde ...
Er zijn dan ook al mensen
in de oudheid geweest die beweerden
dat het Hooglied niet
in de Bijbel
hoorde!
Zij
verloren de discussie van anderen
die opmerkten dat de grote Salomo genoemd werd
en die volhielden dat de gedichten
een allegorie waren van de liefde tussen
de Heer en
Israel!
Het huidige
historisch-kritisch onderzoek
is bijna unaniem in zijn oordeel dat het Hooglied wereldlijke
myDiliefdespoezie is -
lyriek over menselijke liefde
en geen allegorie van goddelijke
liefde .............
Maar als deze gedichten
gelezen worden als onderdeel van TeNaCH,
moeten ze ons wel herinneren aan de enige eerdere liefdeslyriek
in de verzameling myDibijbelverhalen - namelijk
de hartstochtelijke, zij het gekwetste, verzoeningsscenes
die in Jesaja en Hosea worden voorgesteld zoals bijvoorbeeld in
YESH 54:6-8 & HOS 2:14-15:
- "Want de Heer heeft u geroepen
als een verlaten en diep bedroefde vrouw,
als een jeugdige vrouw,
nadat zij verstoten werd,
zegt uw G*D!
Voor een kort ogenblik heb ik u verlaten,
maar met groot erbarmen zal ik u bijeenbrengen;
in een overvloed van toorn
heb ik mijn aangezicht een ogenblik voor u verborgen,
maar met eeuwige liefde zal ik mij over u erbarmen,
zegt de Heer, uw Verlosser!" -
{*}
- "Daarom zie,
ik zal haar lokken, en haar brengen in de woestijn, en
vriendelijk met haar spreken ...
En daar zal ik haar wijngaarden geven,
en het dal Achor [pijn] maken tot een deur van de hoop!
En daar zal zij antwoorden als in de dagen van haar jeugd,
als in de tijd toen zij uit
het land Egypte kwam!" -
Jesaja EN Hosea vergelijken
Israel en de Heer niet met jonge geliefden
maar met een ernstig vervreemd ouder koppel dat op zoek is
naar de liefde uit zijn jeugd.
DIT lijkt
totaal niet op de liefde
die opgeroepen wordt in het Hooglied,
maar toch benadert niets van alle poezie in TeNaCH
het Hooglied zo sterk als deze
verzoeningslyriek?
Een myDilezer die de tederheid
in het personage van de Heer heeft zien
verschijnen en vervolgens zag hoe die eigenschap vergeten of verlaten werd in de profeten van na de ballingschap EN in Psalmen, Spreuken en in Job, MOET er wel aan worden herinnerd door het Hooglied?
Wordt een oud paar niet vanzelf aan de liefde
herinnerd door een jong stel?
Hosea moest van de Heer een prostituee trouwen,
zodat de kinderen die zij zou krijgen niet onmiskenbaar van hem
zouden zijn .............
Zij baarde hem drie kinderen,
die allen symbolische namen kregen,
de derde 'Lo-Amie [niet-mijn-volk], want u bent mijn volk niet en IK
zal uw G*D niet zijn' {HOS 1:9} ........
Maar in de verzoeningsscene die Hosea voorstelt,
aanvaardt G*D LO-AMIE als zijn kind {zoals Hosea waarschijnlijk het kind van de prostituee in werkelijkheid
erkende} in HOS 2:22:
- "En IK zal tot Lo-Amie zeggen: 'U bent mijn volk!' En hij zal antwoorden:
'[U bent] mijn G*D!'" -
Als deze scene op muziek zou worden gezet,
zou dat vragen om een componist als de Arnold Schonberg van 'Verklarte Nacht', een compositie waarin een gedicht van de Duitse dichter Richard Dehmel op muziek is gezet; daarin biecht een bevreesde vrouw
aan haar man op dat zij zwanger is van een andere man,
waarop hij dan antwoordt als volgt:
- Das Kind,
das du empfangen hast,
sei deiner Seele keile Last,
o sieh,
wie klar da Weltall schimmert!
Es ist ein Glanz um Alles her,
doch eine eigne Warme flimmert
von dir in mich,
von mir in dich;
dir wird das fremde Kind verklaren,
du wirst er mir,
von mir gebaren,
du hast den Glanz in mich gebracht,
du hast mich selbst
zum Kind gemacht ...
Er fasst die um die straken Huften,
ihr Atem mischt sich in den luften,
zwei menschen gehn
durch hohe, helle Nacht ... -
Het moment
in Schonbergs compositie waarop deze woorden worden 'uitgesproken',
wanneer kracht buigt voor tederheid
en onrust voor kalmte
in een paar muziekmaten,
is een van de artistieke hoogtepunten van de twintigste eeuw,
en een dergelijk verheerlijkend moment
lijkt bereikt te zijn
in Deutero-Jesaja en Hosea?
Maar bij de profeten van na de ballingschap
schijnt dat moment vergeten te zijn ...
OF is er iets in Psalmen, Spreuken of Job wat ervoor
in de plaats komt?
Door een vreemde
via negativa wordt het boek JOB
een boek over liefde tussen Job en G*D!
Het woord liefde komt niet voor in dit boek.
Maar de duvel,
die de Heer verlokt om gratuite diensten te vragen van Job,
door Job te dwingen te bewijzen dat hij wel degelijk 'G*D on niet vreest',
ontmantelt de verhouding van G*D en een mens
tot haar puurste vorm ...
Als Job
G*D niet in een bepaald opzicht waardeert om en op zichzelf,
HOE kan hij dan zeggen,
nadat hij alles heeft verloren
en nadat zijn eigen vrouw hem heeft gezegd G*D te vervloeken
en te sterven
in YoV 2:10:
- "U spreekt zoals een schaamteloze vrouw zou spreken!
Moeten we alleen het goede van G*D aannemen en niet het kwade?" -
En als G*D Job niet om en op zichzelf waardeert
en hem niet slechts beschouwt als een trofee
om aan de duvel te laten zien,
waarom zou hij zich dan niet eenvoudig van Job ontdoen
zodra de ongemakkelijke tirades
beginnen?
We vergeleken de Heer
in Deutero-Jesaja met de treurende man
van een misbruikte en verlaten vrouw .......
In het boek Job lijkt de Heer meer op een echtgenoot
van een vrouw die een lijst van feiten opsomt
die elke rechter zou beschouwen
als een grond voor echtscheiding,
terwijl ze anderzijds haar toewijding
en zijn deugdzaamheid
betuigt ...
En door zijn antwoord aan de Stem uit de Storm
laat Job zich scheiden van de Heer:
gedwongen om te kiezen tussen rechtvaardigheid en G*D,
kiest hij voor rechtvaardigheid,
een keuze waarvan de Heer uiteindelijk toegeeft
dat ze de juiste was?!!
De verzoening
aan het eind van het boek Job
keert de via negativa van het begin,
het proces van afscheuren, om:
Job krijgt, opnieuw, diverse externe redenen
om G*D te vrezen/lief te hebben ...
Maar als het boek Job op deze vreemde manier gelezen kan worden als 'n
komedie, een liefdesverhaal met zijn eigen soort happy end,
dan is het zeker niet een liefdesverhaal met
veel tederheid en plezier?!
Het treedt niet in de voetsporen
van Hosea & Jesaja, noch roept het hun taal of hun grote belofte
in herinnering .............
Het Hooglied doet al die dingen wel!
Al moeten we moderne exegeten toegeven
dat dit seculiere liefdespoezie is,
dan nog kunnen we ons gemakkelijk voorstellen
dat een oude bewerker wilde
dat het meer was dan dat
en dat hij het invoegde bij gebrek aan andere,
meer echt religieuze
liefdespoezie?
Maar als we dat hopen,
kan het Hooglied ons slechts
teleurstellen!
Een cyclus van een bepaald soort liefdesgedichten
kan in de liturgie worden geperst
om allegorisch uiting te geven aan de liefdesrelatie van G*D en Israel,
maar deze cyclus is niet van het goede soort?
De verhouding tussen G*D en Israel brengt,
hoe je die ook opvat,
aan beide kanten een behoorlijke hoeveelheid pijn
met zich mee?!
Liefdespoezie kan pijn bevatten,
maar het Hooglied heeft daar geen behoefte aan!
De jonge geliefden die deze gedichten uitspreken,
zullen in de toekomst misschien ooit pijn ervaren .......
En het enige vers dat een symbolische lezing lijkt te vragen,
omdat het een beetje cryptisch is
en diverse keren herhaald wordt,
is op een bijna komische manier ongeschikt
voor de allegorie in
HOOG 2:7:
- "Ik bezweer u, o jonge meisjes van Jerusalem,
bij de gazellen of bij de hinden van het veld:
wek de liefde niet op en prikkel haar niet
VOORDAT het haar behaagt!" -
Het gebruikelijke bijbelse beeld
voor Israels angst verlaten te worden door de Heer
of om een of andere reden niet door hem gesteund te worden,
is het beeld van
de slaap in bijvoorbeeld
Psalm 44:24:
- "WAAK OP; waarom slaapt u, o Heer?" -
En omgekeerd is de gebruikelijke taal voor troost en een nieuw begin,
vooral in Deutero-Jesaja:
- "ONTWAAK, ontwaak!" -
Het Hooglied stemt niet
overeen met die conventies,
maar kan er ook niet helemaal aan
ontsnappen?
De bekoring van het boek
komt zeker ook deels voort uit het feit
dat het niet alleen is ondergedompeld in liefde
maar ook in luxe
en in de veiligheid van een grote geheime tuin;
en wat is er nu veiliger
dan de beschermde,
liefdevol bewaakte slaap?
Maar de glimpen die we hebben gezien
van de nieuw gevestigde joodse gemeenschap in Yeroesjalajiem
hebben ons voldoende bewijs gegeven
van precies het tegendeel:
gebrek,
beginnende verbittering
en broeiende onrust ........
Als het meisje Tsion is
en de jongen G*D,
kan zij onmogelijk willen dat hij doorslaapt.
En dus is en kan het Hooglied geen
allegorie zijn?
Hoe dan ook,
het is tegelijkertijd zo dat G*D,
als hij nu is verdwenen uit TeNaCH,
geen duidelijke aftocht heeft gemaakt?
Er zijn geen persioenvoorwaarden of gouden handdrukken
aangekondigd!
Hij is niet
op weg gegaan naar de hemel
met een laatste zegen voor
Israel!
OF zijn toespraak uit de storm
feitelijk zijn laatste wilsbeschikking is,
kunnen we alleen zeker weten als er meer
literaire tijd verstreken is ........
Hij gaf niet aan
dat het zijn laatste toespraak was
toen hij die hield?
WIJ gaan,
zelfs nu al soms,
gebukt onder zijn/haar
myDizwijgen?
De charme van de verzen
kan ons afleiden van de bezorgdheid
die we op de achtergrond steeds voelen,
maar die zorg leidt ons ook af
van de charme:
WAAR IS HIJ/ZIJ?
Wat is er gebeurd?























Weer
tijd voor
de AH-capsule,
koffie & brood, water & wijn?
Het blijft een wonderbaarlijke
myDiverzameling van zich vermenigvuldigende
wonderverhalen
vol verrassende aanduidingen, wendingen en hoop op 'n
beter toekomst voor talloze hulploze
aapmensjes?













Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende