Lf303b stoïcijnen sluiten zich bij deze visie aan
EN
PROBEREN BOVENAL
DE VRIJHEID VAN DE MENS TEN OPZICHTE VAN DE FYSIEKE WERELD AAN DE DAG TE LEGGEN?
In zo'n optiek ontvouwt de relatie tussen mens en natuur zich volgens twee krachtlijnen: de mens neemt een bevoorrechte plaats in - alle natuur is zo gezien 'op hèm gericht' - & behoort haar 'te imiteren', omdat zij hèt voorbeeld is van schoonheid, orde & harmonie.
Dat betekent evenwel niet dat de mens 'ìn de natuur moet leven': voor de Grieken is de stadstaat ideaal! Volgens de beroemde uit-spraak van Aristoteles leven 'alleen de beesten en de goden van nature' buiten de stad! Maar voor de leraar van Alexander de Grote, die al meer dan zo'n 500 diersoorten heeft geobserveerd, is de natuur zowel doelmatig als hiërarchisch.
'Niet het toeval, maar de doelmatigheid heerst in de werken van de natuur,' zo schrijft hij, en deze doelmatigheid 'is een bron van schoonheid'. Hij verduidelijkt ook dat alle natuur sterk geordend is & de mens 'als hoogtepunt heeft': 'Aangezien de natuur dus niets onvolmaakt, en niet vergeefs doet, is het noodzakelijk dat ze dat voor de mens heeft gedaan.'
De mens is dus zo gezien de meest geslaagde uiting van de natuur, waarvan hij deel uitmaakt, maar zich ook onderscheidt dankzij ons vermogen om over onszelf en de wereld ná te denken: Aristoteles verzekert bovendien dat de mens 'goed gebruik' moet maken van z'n natuurlijke omgeving, 'n opvatting die tegenwoordig heel relevant lijkt om het hoofd te leren bieden aan de uitdagingen waar we mee geconfronteerd blijven worden.
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende