'Het christendom is afgeschaft door zijn verbreiding, door de miljoenen zogenaamde christenen,
wier aantal de afwezigheid van de ware christenen en de onwerkelijkheid van het christendom verhult!'
(SøKi)
Deze stelling schokte de kerken natuurlijk zo'n 150 jaar geleden,
maar ze kreeg ook 'n dieper weerklank bij enkele christelijke denkers uit de afgelopen anderhalve eeuw.
De Franse denker Jacques Ellul (1912-'94), eveneens 'n vrij elektron v/h christendom, heeft deze kritiek recentelijk overgenomen
door langer stil te staan bij de manier waarop deze omkering zich voltrokken heeft: deze atypische in-tellectueel, die tegelijk jurist, historicus, theoloog & socioloog was, kwam eveneens voort uit 't protestantisme;
hij was één v/d eerste denkers die al vanaf de jaren vijftig de nieuwe ideologie v/d techniek & de rampzalige gevolgen ervan - voornamelijk voor 't milieu - aan de kaak stelden. Ellul, 'n scherpzinnig & geëngageerd christen,
publiceerde in '84 'n essay met 'n titel die dus niet explicieter had kunnen zijn:
La subversion du christianisme ('De ondermijning van het christendom'

.
De vraag die door het hele werk heenloopt, laat aan duidelijkheid niets te wensen over:
'HOE KOMT HET DAT DE ONTWIKKELING VAN DE CHRISTELIJKE SAMENLEVING EN VAN DE KERK HET LICHT HEEFT DOEN ZIEN AAN EEN SAMENLEVING, EEN BESCHAVING, EEN CULTUUR, DIE NU IN HAAST ALLES HET OMGEKEERDE IS VAN WAT WE IN DE BIJBEL LEZEN EN VAN WAT DE ONBETWISTBARE TEKST IS VAN TEGELIJK DE THORA, DE PROFETEN, YE(HO)SJOEA EN SJA'OEL PAULOS? IK BEDOEL: ECHT IS ALLES?
DE TEGENSTELLING BESTOND NIET OP ÉÉN PUNT SLECHTS,
MAAR OP PRAKTISCH
ÀLLE PUNTEN!'