lf 127b/128a: de situatie verandert
met de eerste vertalingen die worden toegeschreven aan Koemaradjiva: als de originele boodschap van de Boeddha in de landstaal onthuld wordt, wekt dat enthousiasme op voor deze traditie, die vele bovennatuurlijke beloften rijk is.
Chinese wijzen herkennen zich in één van de kenmerken van de Mahayana, namelijk de eis, aan wie tot ontwaken gekomen is, om in deze wereld van illusies te blijven om anderen te redden.
Één van hen (gaat het om de Chinees Zhoe Taosjeng of om Bodhidharma, de meester van Indiase afkomst?) stelt dan dat het mogelijk is door plotselinge 'verlichting' 'n "Boeddha" te worden, 'n 'ontwaakte': dìt is de oorsprong van de CHAN die in Japan later zal worden overgenomen onder de naam ZEN!
In de legende wordt dit inzicht gewoonlijk aan Bodhidharma toegeschreven, die meerdere Chinese kloosters zou hebben bezocht, in het bijzonder het klooster van Shaolin: na 9 jaar voor de deur te hebben gemediteerd, zou hij daar aan de monniken de technieken hebben geleerd die ten grondslag liggen aan KOENGFOE, een vechtkunst die later door deze monniken wereldberoemd is geworden.
In deze vorm van het boeddhisme zien de edelen en de geleerden een onontbeerlijke aanvulling op de confucianistische filosofie die zich namelijk níet met het lot van het individu ná de dood bezighoudt. Het volk kan zich vinden in de herkenbare godheden van het boeddhisme, die volgens hetzelfde schema als de traditionele godsdiensten functioneren, maar als voordeel hebben dat ze menselijk zijn, wat de omgang met hen al met al gemakkelijker maakt.
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende