leaving home silently closing the bedroomdoor bye
~*~
OP
een mooie dag,
na het eten van een exclusief gerecht
van rijst en room dat hem aangeboden is door een meisje,
zet G. zich tegen de avond met gekruiste benen, in de zogenaamde paryanka-zit,
neer onder een vijgenboom.
HIJ
heeft de dag
rustig doorgebracht
in het bos en hij is in topvorm.
Hij is vastbesloten om niet eerder op te staan voordat hij de verlossing heeft bereikt.
De aarde trilt en beeft door de krachten die zijn geesteshouding losmaakt.
Stralen van liefde dringen door tot de verste uithoeken van alle werelden.
Wetende dat zijn tijd van heerschappij spoedig ten einde zal zijn,
haast Mara, de boze heer van de hartstochten,
zinnelijkheid en de daarmee onlosmakelijk verbonden dood,
zich om in een ultieme poging G. van zijn streven
te weerhouden.
AL
die tijd
had Mara zich
rond G. opgehouden
om te proberen hem van zijn edele voornemens af te houden.
Op de nacht van 'het grote vertrek' had hij hem immers al de wereldheerschappij,
te realiseren binnen zeven dagen, aangeboden?
Ook tijdens de periode van onthouding moest Mara erkennen dat er met G. geen doorsnee asceet
aan het werk was.
ALLE
normale asceten
stak hij in z'n zak, maar G. doorzag hem!
De grote verleider stelt zich nu op aan het hoofd van zijn demonische horden,
maar zijn aanval loopt stuk op de door G. in talloze levens als bodhisattva verkregen
en beoefende deugden.
DIT
is essentieel,
Mara's wapens zijn zijn ondeugden,
die van G. diens paramita's, zijn grote deugden,
waarvan de aarde zelf getuige is geweest.
En met het positieve overwint G.
het negatieve.
HAAT
dient met liefde
beantwoord te worden
en niet te worden bestreden met
haat.
TEN
EINDE RAAD
stuurt Mara zijn dochters
met hun zinnenprikkelende verleidingstechtnieken op G. af.
Maar natuurlijk tevergeefs,
iemand die vrijwillig zijn harem van duizenden vrouwen heeft verlaten,
valt natuurlijk nooit meer te strikken
met lage lusten.
DE
REST
VAN DE NACHT
brengt G. in diepe meditatie door,
dhyana,
onder de bodhiboom.
En gedurende de eerste nachtwake,
van zes tot tien, verkrijgt hij inzicht
en de kennis van al zijn eerdere levens, pubbenivasanussati-nanna.
In de middelste nachtwake, tot twee uur 's nachts, verwerft hij het 'bovenmenselijke goddelijke oog',
dibba-cakkhu, waarmee hij alle levenslopen en wedergeboortes
van alle levende wezens als in een film
kan zien ...
HIJ ZIET
hoe de wezens
in de kringloop der geboortes
na hun dood door hun slechte daden, woorden of gedachten
afdalen tot duistere sferen {naraka} waar hun slechts kwelling wacht
en hoe ze door goede gedachten, goede woorden en goede daden opstijgen
tot de lichte hemelrijken
svargaloka.
TIJDENS
het laatste deel van zijn wake,
tot zes uur 's ochtends
stuurt hij zijn denken in de richting van de kennis die aan alle verontreinigingen een eind moet maken en hij wordt zich bewust van 'de vier
edele waarheden'.
HET
LEVEN
betekent lijden,
dit lijden heeft een oorzaak,
hierdoor is het mogelijk om het lijden op te heffen
en er is maar
EEN
manier waarop
dit dient te geschieden.
DEZE
WAARHEDEN
maakten Gautama
vrij.
"Mijn geest was bevrijd
...
onwetendheid was verdreven
...
kennis kwam op
...
de duisternis week
...
het licht gloorde".
VANAF
DIT MOMENT
was hij ontstegen aan het voortdurende ronddolen,
aan samsara, de voortdurende kringloop van wedergeboorte
en had hij nirvana, de verlossing
bereikt.
...
zon
schijnt
lucht is blauw
tuin groen
bessen rood
en ik ben paars
oranje
...













~@~
Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende