laila tov & sayonara


"Zo
wy deezen
laten geworden, zy
zullen allen in hem
geloven, & de Romeinen zullen komen,
& wegnemen beide onze plaats & volk!
"
was de G dlooze redenkaveling deezer G dloozen,
& vuile bron van bitteren haat
.
Wat Richters zijn 't, die over den Heiland oordelen?
Zijn ze niet onrechtvaardig, & G dloos?


Doenze de wet geen geweld aan?

Zietze levendig afgemaald van David:
hoe lange zult gy lieden onrecht oordelen,
en 't aangezicht der G dloozen aannemen,
zegt G d, dat is, de Masjiach, die in 't midden der Goden
of Richters verschijnen & oordelen moest?

Ziet hun schendigen toeleg,
wanneer zal hy sterven, en zijn naam vergaan
,
zeggen de vyanden van den elendigen, en vernederden Heiland.
En wederom:
een Belials stuk kleeft hem aan, en hy, die nederlegt, zal niet opstaan.

Zo moest de Masjiach zonder oorzaak gehaat worden
?!

Yochanan 11:47 ~
Daarop riepen de hogepriesters
en de Farizeeen het Sanhedrin bijeen:
"Wat moeten we doen?
Deze man doet veel wondertekenen, en als we hem z'n gang laten gaan,
dan zal iedereen in hem gaan geloven. Straks grijpen de Romeinen in;
dan zullen ze onze Tempel en ons Volk vernietigen!
"

EEN
van hen, Kajafas, die dat jaar hogepriester was, zei tegen de anderen:
"Jullie begrijpen het niet! Besef toch dat het in jullie eigen belang is dat
EEN
man sterft voor het hele volk, zodat niet 't hele volk verloren gaat!
"

Dat zei hij niet uit zichzelf: als hogepriester in dat jaar sprak hij de profetie
dat Yehosjoea zou sterven voor het volk, en niet alleen voor het volk,
maar ook om de verstrooide kinderen van G d bijeen te brengen.
Vanaf die dag overlegden ze hoe ze hem zouden doden.
Yesjoea trad onder de Joden niet meer in het openbaar op,
maar vertrok naar de omgeving van de woestijn,
naar de stad Efrayiem.
Daar bleef hij met zijn leerlingen tot kort voor Pesach.

Tsefanya 3:1 ~

"Wee de opstandige, bezoedelde, gewelddadige stad! Ze luistert naar niemand,
neemt geen terechtwijzing aan, vertrouwt niet op de Eeuwige Heer {komende aanwezige
wordende in ons}, wendt zich niet tot haar G d. Haar leiders zijn als brullende leeuwen,
haar rechters wolven in de avond die 's ochtends niets meer te kluiven hebben.
Haar profeten zijn gewetenloze bedriegers, haar priesters ontwijden wat heilig is
en doen de wet geweld aan.
Maar de Eeuwige Heer
{de eeuwig komende aanwezige wordende in ons}
is in haar midden, hij is rechtvaardig, hij doet geen onrecht.
Iedere ochtend wanneer 't licht wordt spreekt hij recht, & nooit ontbreekt hij.
Maar wie onrecht doet, kent geen schaamte!
"

Psalm 82:1 ~
G d staat op
in de hemelse raad,
hij spreekt recht in de kring van de goden:
"Hoe lang nog oordelen jullie onrechtvaardig & kies je partij voor wie kwaad doen?
Doe recht aan weerlozen & wezen, kom op voor verdruk-ten & zwakken, bevrijd wie weerloos zijn & arm, red hen uit de greep van wie kwaad wil! Jullie tonen geen inzicht, geen begrip, en doolt in de duisternis rond, de aarde wankelt op haar grondvesten. Ooit heb ik gezegd:

"Jullie zijn goden, zonen van de Allerhoogste, allemaal!"

Toch zullen jullie sterven als mensen, ten val komen als aardse vorsten!
'

Verhef je, G d, spreek recht op aarde, alle volken behoren jou toe!

Psalm 41:1 ~
Gelukkig wie zorgt voor de armen; in kwade dagen zal G d,
de Eeuwige Heer {de komende aanwezige wordende in ons}, hen uitkomst geven,
de Eeuwige Heer zal hen beschermen en in leven houden,
men prijst hen gelukkig in het hele land.

"Lever hen niet uit aan hun vijanden!"

Op hun ziekbed zal de Eeuwige hen tot steun zijn.

"Hoe lang zij ook ziek liggen, jij keert hun lot ten goede!"

Ik zeg:
"Eeuwige, wees mij genadig, genees mij, ik heb tegen jou gezondigd!"
Mijn vijanden verwensen mij, ze zeggen:
"Wanneer sterft hij en verdwijnt zijn naam?"

Wie mij bezoekt heeft mooie woorden, maar zijn hart is vol kwade gedachten;
staat hij buiten, hij spreekt ze uit.
Wie mij haten hopen het ergste voor mij en fluisteren aan mijn bed tegen elkaar:
"Een dodelijke kwaal heeft hem geveld, wie zo ziek ligt, staat nooit meer op!"

Zelfs mijn beste vriend,
op wie ik vertrouwde, die at van mijn brood,
heeft zich tegen mij gekeerd.

Toon mij,
Eeuwige {komende aanwezige
wordend in ons}, jouw genade
en laat mij opstaan, dan zal ik
hun geven wat ze
verdienen.

Hieraan
zal ik
weten dat jij
mij liefhebt:
als mijn vijand
niet langer juicht, als
jij mij bijstaat, omdat ik
onschuldig ben, en mij
voorgoed laat wonen
in jouw
nabijheid
...

blozen

Slaap zacht,
droom zoet &
vertel ons er morgen
maar alles over als je
kunt en
wilt
...
engel
02 okt 2008 - bewerkt op 02 okt 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende