Laat de Hoere van Babel zich verzadigen met Bloed?


Hoogstmerkwaardige menselijke gedachtenconstructies doemen op uit het 'niets' & uit het 'iets'!

Geen wonder met al die rare planten & dieren, aardlagen, huidschilfers, dikhuiden & overgevoelige brainz.

Vanuit sterrenstelsels, eeuwigheden, zondvloeden & aardbevingen komen levende wezens tevoorschijn die
via ogen en oren, neusgaten & mondhoeken er flink op los epibreren tot we erbij neervallen: 't gebeurt ...

Blijkbaar vormen we als boom- & steppenbewoners, rondtrekkende nomadenstammen & onderzoekers al vele tienduizenden jaren lang nijvere volkjes die zich her en der blijven vestigen, migreren & veranderen?

We nemen niet alleen maar de dingen zoals ze zijn maar verzinnen er ook nog eens flinke einden op los
als duim- & teenzuigers, naaktlopers & totaal bedekten: legio goden & godinnen op weg naar 'het heelal'!

Maar goed, we hadden het met Mat Gargon over de nabijheid van Yehosjoea & zijn Vader/Moeder & al 'g ds' kinderen tussen eonen, eeuwen, werelden, aanvangen & voleindingen: waar komt 't vandaan en waar
dat allemaal heen moet? Wat doen we met g ds almacht & de wisselvalligheden van 't bestaan op aarde?

Mat vaart voort & zegt er 't zijne van ongeveer 300 jaar geleden op grond van 1700 jaar & meer daarvoor
met gothische letters & tientallen jaren voor 't ontstaan van Betje Wolff @ Vlissingen & Hollands dreven ...

Hoe
nadruklijk iemant
deeze zin mag toeschijnen,
wy houden de woorden dus maar ten deele voldaan,
en vatten liever

afoom, & funteleia tou aioonos,
voor het
einde der weereld;
want de woorden,

alle dagen
,
moeten ontzenuwt,
of in die ruimte genomen worden.

Ook ziet de belofte niet alleen op de H.Apostelen,
maar ook in 't algemeen op alle Kerk-leeraren, en Opzienders, en de gantsche gemeinte,
die de poorten der helle moest tarten, en niet alleen in d'Apostel-tijden, maar tot op den jongsten dag, op JC, den uitersten hoeksteen opgebouwd zijn,
en onwanklijk staan.

Zo heeft onze
Mosjiach/Christos/Verlosser
naar de Schriften & Overleveringen
van den beginne zijner hemelheerschappij
bewezen, dat hem
ALLE

macht gegeven was; zo bewijst hy 't
NOG

onophoudlijk in onze dagen; &
ZO ZAL

hy 't bewijzen, zo lang de weereld staat.

En wat wonder,
hy is de rotssteen der eeuwigheid,
wiens werk volmaakt is.

Laat de Satan woeden:
laat de stoel des Antichrists zich verheffen.
Laat de Hoere van Babel zich verzadigen met 't bloed der gelovigen.
Laat de wereld t'zamenrotten, in vloekgespan treden, list en magt paren,
"G ds Kerk" dreigen, en met de verbitterde EDOMITEN uitroepen:
REIN AF! REIN AF!

Hy,
die met ons is,
is meer dan allen,
die tegen ons zijn,
en zalze bespotten.

De weereld zal vergaan,
maar "G ds Kerk" zal in 't hemelsch
KANA'AN
overgebragt, en
eeuwig met
CHRISTOS
zijn, om daar boven over alle haare,
en zijne vyanden te heerschen.

Dus geeft de H.Euangelist Mattheus ingewikkelt te kennen,
het geen Markus & Lukas uitdruklijk geboekt hebben, dat J.C. is ten
HEMEL GEVAREN,
om dat onder de
JOODEN,
voor welken Mattheus schreef, de hemelvaard van J.C. weereldkundig was; maar den
HEIDENEN,
voor wien Lukas, en die buiten 't Joodenland woonden, voor welken Markus schreef,
was de hemelvaard onbekend, en moest
hen daarom schriftlijk
bekend gemaakt
worden.

Waar door de zwaarigheid van zommigen verstuift,
dat Markus daarom de uitrzending der Kruis-gezanten zoud voegen by de hemelvaard,
om dat J.C. hen die rijksbevelen gaf, zo als hy ten hemel voer,
daar uit Mattheus middagklaar blijkt,
dat zy dien last op den Galileeschen berg kregen,
& Lukas ons leren zal, dat JC van den
OLIJF-BERG
by
YEROESJALAYIEM
opvoer.

Mattheus, die voor de
JOODEN
schreef, gaat dan voorby het geen in 't gantsch Joodenland was doorgebroken,
en besluit met een Joodsch woord
AMEN;
als wilde de gantsche Kerke,
d'ontworpene waarheden toestemmen,
& haaren wensch by dien van den Eu-angelist voegen,
dat 's Heilands Koninkrijk voorspoedig zy, en door alle eeuwen aanwasse,
TOT DAT DE VOLHEID DER HEIDENEN INGA,
EN GANTSCH ISRAEL
ZALIG WORDE!

En
waar kan
men anders, en
beter eindigen, dan met
't einde der eeuwen, als de Kerk
niet meer lijden & strijden zal, maar verheerlijkt worden,
en met Koning YESJOEA heerschen,
in de eindelooze eeuwigheid?

Wie voegt dan zijnen hartenwensch niet by dien van de Kerke?

Wie verlangt niet na dien grooten verlossingsdag?

Wie
roept niet
uit met alle
regt-gelovigen, AMEN! KOM,
HEERE YESJOE
KOM!

In
af- &
verwachting van 'dien
grooten dag' slik ik nu
nog even m'n zeven tabletjes
& begeef mij ter bedstee met de trouwe
ochtendkrant met 't nieuws van de dag: 'n uurtje
meer of minder slenteren & sluimeren zal op & in al
die eeuwige tijden er nog wel mee door
kunnen ~ vol verwachting klopt
ons hart ~ ik kan ook
niet zoveel meer dan
"m'n best doen
t'allen
tijde"
...
engel
04 dec 2009 - bewerkt op 04 dec 2009 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende