Zijn geest word vervuld met schrik-beelden, & bedwelmd door 't tegenwoordig & straks nakend kwaad. 'T Grieksche, lupeisthai, betekent zo nijpende droefheid, dat 'er traanen door uit d' oogen geperst worden: deeze herts-togt spruit uit besef van schroomlijke rampen, die ons treffen en smertelijk prangen. Zoud Yehosjoea een man van smerten, en zijnen broederen in alles gelijk zijn, uitgenomen de zonden, hy konde en moest ook deeze droef heid doorworstelen, en van de tegenwoordige smerten gevoelig zijn: en hoe zoude hy lijden, indien hy ongevoelig ware?Het ander woord, adeemonein, zegt nog meer, en dat klemmend, en meer en meer benauwend prangen, dat hart en long als toesluit, door angst en vrees voor grooter en steeds aanwassend kwaad, dat wy niet ontvlieden konnen. Zo geweldig drukt die smertlijke verbeeldinge, dat men aanmechtig en krachteloos bezwijkt, en door overmaate van smert buiten zich zelven geraakt. Het geen Markus uitdrukt door ekthambeisthai, dat verbazen, door schrik en droefheid versuffen, beven, verstijven betekent, en te kennen geeft, dat Yesjoea met overgroote smerten en angsten benepen, eenen zeer harden strijd ondergaat. Gelijk hy zelf betuigt: mijne ziel is geheel bedroefd tot 'er dood toe. Daar 't grondwoord, perilupos, dat geheel bedroefd is verduitscht, betekent eene droefheid, die van alle kanten perst en drukt: en zegt een alom prangende benauwdheid, die de ziel, werwaards men zich wende, door overalvoorkomende schrikbeelden, en gedurige voorwerpen van ontsteltenisse, meer en meer bekommerd en beklemt. Zo beangst, zo bedremd was JC. Waar hy zijne oogen en gedachten liet gaan, hy vond overal schrik en benauwdheid. Zag hy op ten hemel, daar de heldere maan blonk, en de schitterende sterren flonkerden, hy zag, als Avraham, hoe de Kerk, in getal van menschen, dat talloos getal zoude te boven gaan, maar dat hy daar toe den dood sterven, en dus in 't erfbezit der weereld komen moest.
Kommer en kwel: wie van ons komt er niet mee in aanraking?