Wel is waar,
dat het den verschijndag niet uitdruklijk bepale,
maar 't is echter blijkbaar, dat het niet lang, na de verschijning aan Thomas gedaan,
moet geschiede zijn: gelijk zommigen den volgenden dag begrijpen; dat nochtans wat onbegrijplijk is,
als men de tusschenwijdte van Yeroesjalayiem tot aan de Galileesche zee, en streek van Tiberias afmeet. Want Tiberias lag ten minste, twaalf mijlen, van Ye-roesjalayiem,
en 't was morgenstond als Yehoesjoea aan den oever verscheen.
Maar 't was des avonds laat, als hy zich aan Thomas ontdekte,
zo dar 'er een dag, of meer
tusschen beide zal
gelopen zijn
...
Maar
of men dien tijd,
tot acht dagen mag verschuiven,
om dus een overkomst tusschen voorgaande,
en deeze verschijning, & daar in den dag des Heeren te vinden,
die nu tweemaal door 's Heilands verschijning
zoude verheerlijkt zijn,
lust ons niet te
betwisten.
Laat ons
de verschijnplaats wat nader beschouwen,
die Yochanan aanwijst, en noemt de zee van Tiberias,
volgens de spreek-wijze der Hebreen, die alle vergaderinge van water, zee noemden
{Yam Kinnereth oftewel de "Harpzee" naar de vorm [!]
of wellicht 't geluid van de wind?}, als
't koper waschvat van Salomons
Tempel te zien is, dat
'de kopere zee'
genaamt wierd.
Zo was de zee van Tiberias
een groot meir, daar de Yardeen doorliep,
& oorspronk aan gaf, & zich loosde in de doode zee
{Yam haMelach oftewel "Zoutzee"}! En nadien dit meir
langs de streek van Galileen, verscheidene steden en vruchtbaare landerijen bespoelde,
droeg het ook verscheidene naamen; als de zee van Galilea, de zee van Chinnereth
of Genezareth, wegens de wellustige hoven, boomgaarden, en vermaaklijk plaatzen;
de zee van Tiberias, wegens de stad van dien naam,
die ouds tijds RAKKATH geheten
wierd, en aan den eenen kant
van de zee geschuurt.
Herodes,
de Viervorst,
hadde die stad
prachtig en heerlijk langs de zee hernieuwt,
en naar den Keizer Tiberius, den naam van Tiberias gegeven:
zo dat de Joodsche Leermeesters hier, gelijk wel meer, aardig beuzelen,
als zy dien naam van 't Hebreeuwsch, en 't 'oor raah, 'schoon-gezicht', afleiden; schoon
wel te begrijpen zy, dat eene stad in zo vermaaklijke lands-douwe,
en aan de eene zijde van
een groot meir bespoeld,
een zeer bekoorlijk
gezicht vertoont
hebbe.
Vischrijk
was die zee,
en niet min vermaard
van de warme heilzaame baden, die men daar vond.
De langte dier zee word van zommigen op zestien duizend,
& de breedte op zes duizend schreden gestelt. Het water wierd
onder de stromende rivieren, & rein geacht, schoon
daar zo wel onreine, als reine visschen
in zwommen, mooglijk om
dat de Yardeen, als
gezegd is, daar
in door
liep.
De Jooden tellen die zee
onder de zeven zeeen van 't beloofde land,
en willen, dat G d die byzonder lief hadde. 'T geen zy wel ligt verdicht hebben,
om de hooge schoole van Tiberias te verheffen: maar als men ziet,
dat Yesjoea hier om streeks zo dikwijls verkeert, & de meesten
zijner Apostelen geroepen heeft, zoud men konnen
met waarheid zeggen, die zee- & land-streek
den Heere byzonder lief
is geweest.
Als
men dit
wat nader aanbind,
zal men zeggen mogen,
dat Yesjoe daar eerst zijne Discipelen verscheen,
buiten Yeroesjalayiem, daar hy ze eerst
tot zijne Discipelen geroepen,
& gemaakt
had.
Hier d
eed Mosjiach
in zijn leven verscheidene
wonderen. Hier stilde hy
den bulderenden wind,
en opgejaagde
baaren
...
Hier
spijsde hy
eenige duizenden met weinige brooden.
Hier bragt een visch den schatting-penning voor Christos en Petros.
Waar konde hy gevoeglijker
na zijn opstandinge
verschijnen dan
hier?
Waren
de H.Apostelen
JC uit Galileen gevolgd, en daarom Galileers geheten?
Nu volgt JC hen ook in Galileen, en toont hier mede, dat hy niet alleen voor de Jooden,
maar ook voor de Heidenen, gestorven, en opgewekt was.
Gelijk Galileen genaamt word,
het Galilea der Heidenen,
dat een groot licht
moest zien.
En wat
stond 'er te hopen
binnen Yeroesjalayiem,
daar men de waarheid verdooft, de logen beloont,
de Heidenen verzekerd, de gelovigen bekommerd,
den Messias gekruist, en de
genade verworven
had?
Je
kunt er
mee doen en
laten wat je wilt:
als 't maar niet TE VER
bezijden de waarheid
is & verwaterd in
bijgeloof
...
