Jozua
en Richteren met de veroveraar
van land en goederen ...
Samuel:
de zorgzame vader
in den ouden
dop?
In Koningen
wordt G*D de arbiter,
scheidsrechter ...
In Jesaja
de keiharde beul en de
helende heilige ...
De kleine
profeten met vrouwelijkheid en
herderschap ...
Via
de Psalmen is hij raadgever
en dichter ...
Spreuken als borg:
is G*D {en wijsheid} eigenlijk {nog}
wel te vertrouwen?
Job met de Tegenstander,
weddenschap met satan en
duvel ...
WAT is
een mens onder
al die verschillende myDi-
verhalen?
Bijna alle commentatoren
van het boek JOB zijn van mening
dat de Heer op de een of andere manier Job praktisch tot zwijgen heeft gebracht?
Maar
wat meestal niet wordt opgemerkt is het feit
dat van het einde van het boek Job
tot het eind van TeNaCH
G*D nooit meer
spreekt ...
Zijn
redevoering uit de storm
is feitelijk zijn
testament?
JOB heeft de Heer tot zwijgen gebracht!?
De boeken der Kronieken
herhalen eerdere redevoeringen van de Heer en citeren woord voor woord
uit de boeken Samuel en
Koningen ...
In Dani'el
worden hem wonderbaarlijke staaltjes en ontsnappingen
toegeschreven; daar wordt hij, na een voorgeschiedenis van enkele duizenden jaren {?}, ver weg en zwijgend,
voor het laatst waargenomen en
wordt hij de "Oude van Dagen
genoemd .......
HOEWEL
hij in het Hooglied der Liefde en Esther {& Mordechai} helemaal niet genoemd wordt,
wordt er nog vaak genoeg naar hem verwezen in Jeremia's Klaagliederen en Prediker en wordt er zelfs zeer buitengewoon hartstochtelijk tot hem gebeden in Nechemya! Maar hij zal nooit meer {?}
{echt} spreken .......?!!!
In het laatste hoofdstuk
van JOB zegt de Heer tegen Elifaz,
zonder dat hij tegen Job zegt dat hij van plan is zijn kwelling te
be-eindigen in YoV 42:7:
"IK ben vertoornd tegen u
en tegen uw beide vrienden,
want u hebt niet de waarheid over mij gesproken
zoals mijn knecht Job!"
VERRASSEND genoeg eist de Heer dan van JOB
dat hij BIDT voor zijn drie vrienden, want, zoals de Heer vervolgt tegen Eli-faz: 'hem zal ik welgezind zijn en u [daarom] niet slecht behandelen (...)'.
JOB gehoorzaamt en de vrienden die hem zo meedogenloos
beschuldigden van wangedrag
worden gespaard!
PAS DAN herstelt de Heer Jobs gezondheid en voorspoed .......
KUNNEN
we ons voorstellen
HOE Jobs gebed geklonken zal hebben?
Of hoe hij zich gedragen heeft op dat geladen ogenblik na het gebed en
voordat zijn voorspoed
hersteld werd?
EN wat zou de Heer
tegen hem gezegd hebben nadat hij
zijn voorspoed hersteld had?
Zou hij Job verteld hebben over de weddenschap?
Eind goed, al goed?
Wat zou Job vinden
van de pijn die hem is aangedaan,
zelfs nu hij ervan
bevrijd is?
Je zou bijna zelf
de impuls hebben om {o.a.} het boek Job
voort te zetten en af te maken?
Het boek Job is een goed voorbeeld van 'negatief vermogen'
in een schrijver of een werk?
Een dichter
met negatief vermogen
is er een die 'onzekerheden, mysteries
en twijfels kan hebben zonder een irritant streven
naar feit en reden' ...
Aldus Keats, die William Shakespeare als het beste voorbeeld
van negatief vermogen beschouwde vanwege zijn onge-evenaarde gave
om zich te onderwerpen aan
zijn eigen personages ...
De personages
in een toneelstuk van Shakespeare gaan ieder
hun eigen weg,
en de schrijver heeft het negatieve vermogen om hen bij hun vertrek
zijn toneelstuk mee te
laten nemen ...
Hij brengt er niet meer samenhang in aan dan zij toestaan!
De auteur van het boek JOB
laat Job en de Heer het boek meenemen als ze weggaan,
maar wat ze ermee doen is in belangrijke mate gelijk aan wat TeNaCH
uiteindelijk met zichzelf doet ...
Zoals we al zagen
in de voorgaande myDiverhaaltjes
blijft Job zichzelf tot het allerlaatst, maar dat geldt voor de Heer ook, ondanks alles wat we gezegd hebben? De Heer be-eindigt zijn weddenschap met Satan, en prijst Job na diens weerspannigheid en vergoedt Job, maar de Heer blijft onvoorspelbaar en
hij schijn te menen dat hij boven de wet staat,
ondanks alles wat
de Psalmist
beweert!
De Heer kan
de rechtvaardigen verheffen en de slechten vernederen,
maar hij kan het ook
niet doen?!
NIETS wat hij zegt
of doet hoeft meer te betekenen dan
'ik ben wie ik ben'?!
De schrijver van JOB
lijkt nauwelijks op de estheet die Keats was.
Zijn emoties waren meer ethisch dan esthetisch.
En toch hebben de toespraken van Job en G*D een zo eigen en
onduldzame schoonheid zodat elk een indrukwekkende
kracht krijgt!
SLA UW OGEN OP
NAAR DE STORM EN DE LUCHT
{Hoog Sammy: Kijk Omhoog Sammy!} naar het uitzicht op alle
werkelijkheid waarin, 'de dood een kleinigheid is', en
Jobs klachten lijken aards en
triviaal!
KIJK NAAR BENEDEN
naar Jobs zweren en de ashoop, en de grootspraak van de Heer
klinkt akelig hol!
Zoals bij alle grote kunst
brengt elke opklinkende stem de rest tot zwijgen;
en het negatieve vermogen van de schrijver van Job is zo groot dat het
bijna onmogelijk te zeggen is wie het laatste woord had,
vooral als we naar de rest van TeNaCH,
na het boek Job, kijken?
ALS we uit het zwijgen van de Heer
vanaf het einde van het boek Job tot en met het einde van TeNaCH
concluderen dat Job G*D tot zwijgen heeft gebracht, is dat dan
een overwinning voor Job?
Misschien,
maar Job wilde per slot van rekening de hele tijd dat G*D zou spreken;
zou hij dat niet nog steeds wensen nadat hij zijn voorspoed heeft
teruggekregen?
ZEKER Israel wil niet dat G*D
blijft zwijgen?
ISRAEL.
De naam alleen al
klinkt nu enigszins vreemd in de oren?
G*D's echtgenote en voornaamste menselijke antagonist heeft
enige tijd zwijgend op de achtergrond gestaan,
terwijl haar Heer wedijverde
met deze
niet-jood!
EN TOCH
kan het boek Job,
al lijkt het ge-isoleerd te zijn van de rest van TeNaCH,
ermee verbonden worden en ook met Israel als het gelezen wordt als
wat de joodse traditie later zou kennen als de haggadische misdrasj -
m.a.w. verhalend commentaar in plaats van verklarend commentaar -
op een vreemde passage
in het boek Ezechi-el ...
In Ezechi-el 20
komt een groep 'oudsten van Israel'
de Heer raadplegen en net als in het boek Job weigert de Heer
om te antwoorden!
De Heer zegt tegen de man die we eerder
de meest psychotische onder de profeten noemden in
EZ 20:3-4:
- "O sterveling,
spreek met de oudsten van Israel en zeg tot hen:
ZO sprak de Heer G*D:
'Bent u gekomen om mij iets te vragen?
Zowaar ik leef,
ik zal niet antwoorden op uw vraag!' -
maakt de Heer G*D bekend!
"BERISP, berisp hen, o sterveling!
Maak hun de weerzinwekkende daden
van hun vaderen
bekend!" ... -
In de navolgende aanklacht
beschuldigt de Heer Israel ervan niet te gehoorzamen aan
'mijn wetten en (...) mijn voorschriften door de opvolging waarvan
een mens zal leven!'
De woorden 'door de opvolging waarvan een mens zal leven'
worden later in de aanklacht herhaald,
maar vervolgens treedt er
een vreemde omkering
op in EZ 20:23-26:
- "IK zwoer hen in de woestijn dat ik hen zou verstrooien onder de volken en verspreiden over landen,
omdat zij mijn voorschriften niet nakwamen,
maar mijn wetten verwierpen,
mijn rustdagen ontheiligden, en vol verlangen uitkeken naar
de afgoden van hun vaderen!
Daarenboven gaf ik hun wetten die niet goed waren,
en voorschriften waardoor zij niet konden leven!
Wanneer zij ieder eerstgeboren kind apart stelden,
ontwijdde ik hen door hun eigen gaven -
om hen aan de verlatenheid prijs te geven,
opdat zij zouden weten dat IK de Heer ben!" -
WETTEN DIE NIET GOED WAREN?
VOORSCHRIFTEN WAARDOOR ZIJ niet
KONDEN LEVEN?
Is DIT zijn manier om te laten zien
'dat IK de Heer ben'?
KAN HET NOG
GEKKER?
Misschien wel,
maar niet NU!
Eerst de AH-pil &
dan wat eten en drinken ...
En stenen sjouwen?























{Wat
is dit
voor een vreemde wereld:
het lijkt de
ONZE
wel?!}







!





?
