kie-bo anachnoe chayiem oemietnoaiem wekayamiem!!!

Gelovigen zien hun bestaan als 'van g d uitgaand, door g d gedragen & op g d gericht', zo verwoorden sommige mensen het, en er zijn nog tal van andere fraaie en rake omschrijvingen voor degenen die daar behoefte aan hebben: deze sluit goed aan bij een dierbaar bijbelfragment
in Handelingen 17:28 "in g d leven wij, bewegen wij en zijn wij"; deze woorden werden toegeschreven aan Sjapochapeau, een jood die Yehosjoea is gaan volgen na de Joodse christenen aanvankelijk achtervolgd en gevangen gezet te hebben en die hier, enkele jaren later een Griekse dichter citeert. Het beste uit de drie tradities - joods, christelijk & Helleens - komt samen in zo'n uitspraak als deze: het gaat erom dat je overkomt ...

G d werd hierin gezien als 'n alomtegenwoordige, geestelijke werkelijkheid, aanwezige wording, die de onze omvat: "hij/zij/het" is dus geen apart wezen dat zich ergens in of buiten ons universum laat lokaliseren, maar is volkomen verweven met de werkelijkheid als geheel zonder daarmee samen te vallen. Onze wereld bestaat uit en in g d zoals een vis in het water of, persoonlijker, zoals een kind in de buik van een moeder en deze visie verschilt enerzijds van een theïstische voorstelling waarin g d de trekken krijgt van een persoonsachtig wezen dat buiten de werke-lijkheid zou staan en daarin alleen maar zo af en toe om ondoorgrondelijke redenen als het ware bij wijze van spreken en schrijven ingrijpt ...

Zo'n 'g d' zou dus door middel van onverklaarbare wonderen veel onheil kunnen voorkomen, maar doet dat om onbekende redenen nauwelijks of helemaal niet (meer?)! Onder moderne mensen verkeert zo'n theïstisch godsbeeld in grote crisis. Anderzijds houdt deze visie afstand tot 'n ietwat meer pantheïstische beeldvorming waarin alles g d is en alle dingen dus in gelijke mate uit hem/haar/het voortkomen: dat is een eenheidsdenken waarin g d en de wereld helemaal samenvallen, en goed en kwaad eigenlijk op eenzelfde wijze van g d deel uitmaken - in 't pantheïsme is het kwaad eigenlijk geen kwaad, maar veel meer iets dat bij de voortgaande leerschool van het menselijke leven hoort als bij planten en dieren ...

Deze visie wordt ook wel panentheisme (pan-en-theïsme) genoemd: alles bestaat IN g d. In deze beeldvorming is g d tegelijk immanent & trans-cendent, dat wil zeggen dat g d alomtegenwoordig in onze werkelijkheid aanwezig is, zonder daarmee samen te vallen, want g d ontstijgt & over- stijgt haar ook & is altijd groter dan ons bestaan & g d is dus niet zomaar her & der aan te wijzen in de wereld of wanneer/waar ergens anders.

In dit verband spreken we dan ook maar liever van zijn 'verborgen aanwezigheid' die af en toe even oplicht en 'wordend aanwezig' is ook in ons.

Mensen kunne dit op heel verschillende momenten ervaren, en op die manier sporen van g d ontdekken in ons bestaan: 'zien', soms eventjes ...

Dan gaat het bijvoorbeeld om persoonlijke ervaringen van diepe geborgenheid, troostrijke nabijheid, richting gevend inzicht, nieuwe levenslust of oplaaiend protest. Maar ook kan in een gezamenlijke activiteit, bezinning of ontmoeting iets van g d oplichten en al is 't maar even 'gebeuren'?!

Zeker als daar iets op het spel staat van vrede, verzoening, gerechtigheid, waarheid en/of wijsheid, tederheid, geduld & zelfs vervolmaking ...

Vanuit zulke ervaringen kan er een persoonlijke relatie ontstaan en vertrouwen groeien tussen g d en mens: zonder dat dit g d tot een concrete gestalte maakt als een 'persoonachtig' wezen - zo'n "beeld" van 'g d' als 'persoon' roept zoveel verwarring op, dat we het voorlopig maar beter
kunnen laten rusten (het is veel te beladen), net als 'namen' & kwalificaties of eigenschappen & omschrijvingen van hemel, hel & wat al niet ...

G d is geen persoon, maar laat zich wel op persoonlijke wijze kennen en ontmoeten: zo'n relatie mag dus best wel 'persoonlijk' heten, en daarin kunnen we g d ook heel goed aanspreken als/met JIJ of GIJ, DU of THOU?! Kunnen we eigenlijk wel iets zinnigs zeggen over g d & dergelijke?

Sommige theologen vermijden zoveel mogelijk elke concrete beeldvorming, en spreken daarom meestal maar liever niet over zoiets als zijn "be- staan", want dat roept al snel de associatie op dat g d 'ergens' in de ruimte of de tijd gelokaliseerd zou kunnen worden of in tijd en plaats zou
Vast te leggen zijn op wat voor manier dan ook. Zulke beelden zouden tot verstarring leiden en gen recht doen aan het ongrijpbare en het dy- namische van g d? Daar zit wat in, maar het paradoxale is dat ook dit een bepaald godsbeeld oplevert, namelijk dat van de ongrijpbare g d,
over wie we bijna helemaal niets zouden kunnen zeggen? En ook dat godsbeeld kan weer verstarren en krijgt bovendien snel de trekken van een woordspelletje! Het maakt meestal het gesprek van gelovigen onderling en de dialoog met anderen er bepaald niet echt gemakkelijker op ...

Daarom denk ik dat een bescheidener beeldvorming rondom g d nodig en nuttig blijft, mits regelmatig benadrukt kan worden dat het altijd weer om puur menselijke voorstellingen en paradigma's gaat. Wat mij betreft gebeurt dit dus vanuit een 'pan-en-theistisch' perspectief, waarin g d zo
'gezien' kan worden als bron van royale liefde en met name ter sprake komt als "alomtegenwoordige Geest". Met meteen deze beeldcorrectie:
geest niet alleen maar in de zin van een (voort)vluchtige, mistige substantie die rondzweeft in het heelal en de eeuwigheid en daar af en toe nu en dan even te fixeren zou zijn op wat voor wijze dan ook.

G d als geest verwijst hier naar een andere, niet materiële werkelijkheid die onder en boven, achter en in de onze verborgen ligt: in die zin kan
G d gezien worden als de geestelijke werkelijkheid waarin we leven, ons bewegen en zijn ...
04 aug 2010 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende