ZO
MOEST HY
'T GULZIG VRUCHT-ETEN
VAN DEN VERBODEN BOOM
VERGOEDEN EN BOETEN, OM ONS
TE DOEN ETEN VAN DEN BOOM DES LEVENS,
die in 't midden van 't paradijs G ds is?
Zo veel vermag de tweede boven
den eersten
Adam!
{"In 't
midden van ons brein
groeit 't eeuwig leven als vrucht
van de boom der kennis
van G d!"}
DAAR STAAT NU
HET KRUISHOUT OPGERECHT,
EN VAST IN DEN GROND.
DE REGTE STAM VERHEFT ZICH
9 OF 10 VOETEN BOVEN DER AARDE;
IN 'T MIDDEN IS EEN SCHERP UITSTEK;
BOVEN EEN DWERS HOUT;
DAAR HET TOPPUNT VAN DEN VLOEKPAAL UITSTEEKT,
EN EEN HOUT-BORDEKEN VERTOONT,
WAAR OP MET ZWARTE LETTEREN IN DE HEBREEUWSCHE,
GRIEKSCHE, EN LATIJNSCHE TAAL GESCHREVEN STAAT:
YE{HO}SJOEA HANATSRI,
DE KONING DER JOODEN
{"INRI"}!
DAAR GRIJPEN VIER ONMEDEDOGENDE KRIJGSKNECHTEN,
ALS WOEDENDE WOLVEN,
YESJOE, HET LAM G DS,
WREEDLIJK AAN?
ZY TREKKEN HEM DE KLEEDEREN UIT:
zy beuren hem
op van der aarde:
zy drukken hem op het scherp uitstek neder:
zy rekken zijne handen uit langs het dwershout,
en zijne voeten langs den rechten paal:
zy klinken 'er, o schrik! o duldelooze smert!
zy klinken 'er scherpe nagelen door,
en spykeren den Heiland
aan het vloekhout.
DAAR HANGT HY,
DIE HEMEL EN AARDE GESCHAPEN HEEFT,
TUSSCHEN HEMEL EN AARDE,
ALS BEIDER ONWAARDIG.
DAAR DRUIPT HET BLOED
UIT ZIJNE HANDEN EN VOETEN, EN ZIJPELT VAN ZIJN HOOFD
TUSSCHEN DE DOORNEN NEDER, EN VLOEIT UIT DE GEESSEL-WONDEN,
DIE DOOR 'T UITSCHUDDEN DER KLEEDEREN
OPGESCHEURD ZIJN.
Hy,
die hemel
en aarde geschapen
heeft, die de lucht verciert met sterren,
de velden met kruiden en bloemen,
is met bloed beklad
en afschouwlijk.
Hy,
die rijk
was, is arm,
en naakt. Kan men
dieper vernedering begrijpen?
KAN MEN ZICH SMERTLIJKER DOOD VERBEELDEN?
'T is eene misdaad, zegt de Vader der Latijnsche welsprekendheid,
een Romeinsch borger te binden: 't is een schelmstuk hem te geesselen:
't is byna een Vadermoord hem te doden, wat zal ik zeggen hem aan 't kruis te hechten?
MAAR VOND CICERO GEEN WOORD, OM DE KRUISSTRAF UIT TE DRUKKEN VAN EEN BORGER,
DIE SCHULDIG ZOUDE KONNEN ZIJN: WAAR ZULLEN WY UITDRUKKINGEN VINDEN,
OM DEN KRUISDOOD VAN DEN ONSCHULDIGEN HEILAND AF TE MALEN?
Hier moet zich de ziel in heilige verwondering verliezen over d' onnaspoorlijke liefde van Yehosjoea,
en ziet door het oog des geloofs, het handschrift der zonden aan 't vloekhout vast genageld,
en door de wreede spijkers aan stukken gescheurt.
HET BLOED, DAT HY STORT, OPENT DE HEILFONTEIN, EN REINIGT ONS VAN ALLE BESMETTINGEN.
Bayom hahoe yehiyeh makor niftach leveit dawied oelyosjvei yeroesjalaiem lechatat oelnidah!
Op die dag zal er een bron ontspringen waarin de nakomelingen van David en de inwoners van Yeroesja-
layiem hun zonde en onreinheid kunnen afwassen.
ALS DIE TIJD AANBREEKT - SPREEKT DE EEUWIG KOMENDE AANWEZIGE HEER DER MACHTEN & KRACHTEN -
ZAL IK ALLE AFGODEN UIT 'T LAND LATEN VERDWIJNEN; HUN NAMEN ZULLEN NIET MEER WORDEN GENOEMD!
IK ZAL OOK DE PROFETEN UITBANNEN, EN MET HEN DE GEEST VAN ONREINHEID DIE HET LAND BEZOEDELT.
WANNEER ER DAN NOG IEMAND EEN PROFETIE UITSPREEKT,
ZULLEN ZIJN EIGEN VADER EN MOEDER, DIE HEM ZELF HEBBEB VOORTGEBRACHT, TEGEN HEM ZEGGEN:
"Jij moet sterven, want je verkondigt leugens in de naam van de Eeuwig Komende Aanwezige!"
ZE ZULLEN HEM DOORSTEKEN,
ZIJN EIGEN VADER EN MOEDER, DIE HEM ZELF HEBBEN VOORTGEBRACHT,
WANNEER HIJ EEN PROFETIE UITSPREEKT. DAN ZULLEN ZE ZELFS NIET MEER VOOR HUN VISIOENEN DURVEN UITKOMEN, DIE PROFETEN. ZE ZULLEN DE PROFETENMANTEL NIET MEER AANTREKKEN
OM DE MENSEN TE BEDRIEGEN.
ZE ZULLEN ZEGGEN:
"Ik ben helemaal geen profeet; al van jongs af aan bewerk ik als slaaf de grond!"
EN WANNEER ZO IEMAND GEVRAAGD WORDT:
"Hoe kom je dan aan die striemen op je rug?",
dan zal hij antwoorden:
"Die heb ik opgelopen
in het huis van mijn
meesters!"
{zecharya 13:1-6}