FUNDAMENTALISTEN
ZULLEN EEN AFKEER HEBBEN
VAN DIT SCHAAMTELOOS RELATIVISME,
MAAR SOMMIGE ASPECTEN VAN JD'S OPVATTINGEN
ROEPEN OUDERE THEOLOGISCHE ZIENSWIJZEN IN HERINNERING?
Zijn theorie over deconstructie, die de mogelijkheid
om in 'n tekst één betrouwbare betekenis te vinden ontkent,
is zondermeer rabbijns waarom hij dan ook wel 'n 'negatieve' theoloog genoemd is
èn hij was ook zeer geïnteresseerd in Eckhart!
Wat HÍJ différance noemt,
is geen woord of concept maar een quasitranscendentale mogelijkheid
~ 'n 'verschil' of 'anders-zijn' ~ die zich in een woordje
of idee zoals 'God' bevindt.
Voor Eckhart was deze différance
'de Gòd voorbij Gòd', een nieuwe maar ònkènbare
metafysische basis die ònafscheidbaar was
van de mens zèlf?!
In JD's ogen echter is différance alleen quasitranscendentaal:
het is een MÓGELIJKHEID, ÍETS wat we níet KÙNNEN zíen, maar wat ons doet beseffen
dat we misschien wel ÀLLES wat we over god zeggen of ontkennen moeten [dis?]kwalificeren
of zelfs totaal herroepen!?!
JD lijkt
in z'n later werk geobsedeerd door de mogelijkheden,
aantrekkelijkheid & aanlokkelijkheid van 'n open toekomst:
HIJ bevestigt wat hij 't 'ondecon-strueerbare' noemt, wat géén vòlgende àbsolúte is,
want 't 'bestáát níet', & tòch huilen, bidden & smeken we soms erom - in zijn lezing 'De kracht v/d wet' (1989)
zette hij uiteen dat gerechtigheid 'n ondeconstrueerbaar 'iets' is
dat i/d feitelijke omstandigheden v/h dage-lijks leven NÓÓIT vòllédig verwezenlijkt wordt
maar dat wèl ten grondslag ligt aan àlle juridische bespiegelingen -
rechtvaardigheid is niet wat bestáát ~ 't ìs wat wij verlàngen
~ zij róept naar ons ~ soms lijkt zij binnen ons
te liggen, maar uiteindelijk ontglipt zij ons,
èn tòch blíjven we probéren
om haar òp te nemen ìn
ons rechtssysteem
~~~