ka176b: Dionysius' spirituele oefening ~~~~~~~~~~~
NAM DE VORM AAN VAN EEN DIALECTISCH PROCES, DAT UIT DRIE FASEN BESTOND.
EERST MOESTEN WE BEVESTIGEN WAT GOD ALLEMAAL IS: g d is een rots; g d is één; g d is goed; g d bestaat.
Maar als we nauwkeurig naar onszelf luisteren, dan vallen we stil, tot zwijgen gebracht door de absurditeit van zulke prietpraat over Gòd.
In de tweede fase ontkennen we al deze eigenschappen: maar de 'weg van ontkenning' is al nèt zó incorrect als de 'weg van bevestiging'!
OMDÀT we níet wéten wat (wie, wanneer, waar etceterara) god is, weten we óók niet wat G d níet is, dus we moeten die ontkenningen opnieuw ontkennen: Gòd is daarom niet onplaatsbaar, levenloos, geesteloos en/of niet-bestaand?
Naarmate de oefening verder vordert, leren we dat Gòd de vermogens van taal overstíjgt en dat hij 'voorbij iedere bevestiging' & óók 'vóórbíj iedere ontkènning' is.
't Is zo gezien, gehoord & gezwegen even incorrect omte zeggen dat Gòd 'bestaat' als dat hij 'niet bestaat', want wat WÍJ Gòd nóemen valt 'nòch bìnnen 't predikaat bestaan, nòch binnen 't predikaat níet-bestaan'.
Waar leidt dit toe?
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende