ka 137 in com passie 'what a piece of work is man'
Toch raakten de natuurkundigen niet gefrustreerd bij 't nadenken over 't onkenbare. De fysicus Paul Davies heeft de vreugde beschreven die hij ervaart wanneer hij dieper ingaat op vragen die niet beantwoord kunnen worden. 'Waarom zijn we zo'n 13,7 miljard jaar geleden tijdens 'n oerknal ontstaan?
Waarom zijn de wetten v/h elektromagnetisme of de zwaartekracht zoals ze zijn? Waarom zijn deze wetten er? Wat doen wij hier? [...] Het is echt verbazingwekkend!' De filosoof Karl Popper (1902-1994) merkte op: 'We weten helemaal niets!'
Hij meende dat dit de belangrijkste filosofische waarheid is die er bestaat. Maar hij was volstrekt niet terneergeslagen door zijn gebrek aan kennis. Integendeel, hij genoot ervan: 'Één v/d vele grote bronnen van geluk is dat we hier & daar 'n glimp opvangen van een aspect v/d ongelooflijke wereld waarin we leven & v/d ongelooflijke rol die wij daarin vervullen!' Albert Einstein (1875-1955) ervoer 'n mystieke verwondering als hij over 't universum nadacht: TE WETEN DAT IETS WAT VOOR ONS ONDOORGRONDELIJK IS WERKELIJK BESTAAT, EN ZICH AAN ONS MANIFESTEERT ALS DE HOOGSTE WIJSHEID EN DE SCHITTERENDSTE SCHOONHEID DIE ONZE BOTTE VERMOGENS ALLEEN IN HUN PRIMITIEFSTE VORMEN KUNNEN BEVATTEN ~ DIE KENNIS, DAT GEVOEL RUST IN HET MIDDELPUNT VAN ALLE RELIGIOSITEIT. IN DIE ZIN, EN OOK ALLEEN IN DIE ZIN, BEN IK 'N VROOM RELIGIEUS MENS! Hij was ervan overtuigd dat 'iemand die deze emotie niet kent [...] zo goed als dood is'. Het grootste inzicht v/d religies is geweest dat de kern van iedere man & iedere vrouw (ieder mensenkind) buiten ons bevattingsvermogen valt & transcendent is. Hier ontdekken we nirwana, Brahma & wat de in Duits-land geboren protestantse theoloog Paul Tillich (1886-1965) de zin van 't bestaan noemde. We vinden 't hemels 'g dsrijk' binnen ìn ons & ontdekken dat Allah [etcetera] dìchter bij ons is dan onze halsslagader. De humanisten v/d renaissance ontwikkelden diep respect voor 't wonder v/d mens, & hun visie is prachtig verwoord door William Shakespeare (1564-1616), die de tragische held Hamlet laat uitroepen: WAT EEN MEESTERWERK IS DE MENS, HOE EDEL DOOR DE REDE, HOE ONBEGRENSD IN ZIJN VERMOGENS, IN GESTALTE EN BEWEGING HOE DOELMATIG EN WONDERBAAR, IN HOUDING HOE GELIJK AAN EEN ENGEL, IN BEGRIP HOE GELIJK AAN EEN GOD; HET SIERAAD VAN DE WERELD, HET TOONBEELD VOOR AL WAT LEEFT. Zelfs al is de mens 'n 'kwintessens van stof', 'n sterfelijk & in veel opzichten tragisch wezen, tòch is hij of zij ['het'] nog altijd 'n godgelijk wonder dat absoluut respect verdient ~~~
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende