Individuele keuze{on}mogelijkheden {for the time
being ...
In
hoeverre gaat het
in ons myDileven hier en nu
om G*D's welwillendheid,
die van de koning(en)
en/of de regeringen,
daden van dezen & genen
als samenloop van omstandigheden, 'toeval'/'lot' of
een combinatie van al die mogelijkheden
samen {en
meer!}?
Wie
het weet
mag het zeggen!
EZRAH
is zich
van die vraag
ook scherp bewust
op ZIJN
manier?!
DAT
besef
vertegenwoordigt op zichzelf
G*D's doorslaggevende
AANWEZIGHEID
in de handeling.
In
Ezrah en
Nechemyah wordt,
anders dan in verscheidene hiervoor besproken myDiboeken,
allerminst in stilte aan G*D
voorbijgegaan?
Er
wordt vaak
naar hem verwezen;
toewijding aan hem is de drijfveer van de handelingen,
zelfs van de meest gewaagde;
en bij alle verwikkelingen
blijft hij belangrijk!?
Aan de andere kant
is zijn 'werkelijkheid' toegekend,
en lijkt ze helemaal niet op de manifeste werkelijkheid
uit vroegere lang vervlogen
myDitijden?
De diepliggende
en soms aangrijpende veranderingen
maken de boeken Ezrah en Nechemyah tot het 'derde' einde van TeNaCH!?
HIJ leeft voort, jazeker, maar de vitaliteit van de joden
overstijgt voelbaar zijn eigen
levenskracht?!
ALS
Ezrah's interpretaties betekenen
dat de manifeste macht van de Heer G*D is teruggebracht
tot een
TOEGEKENDE
macht,
dan markeert het lange gebed dat Ezrah in 9:6-15 uitspreekt
een parallelle teruggang van profetie
naar prediking.
VIA
de klassieke Israelitische profeten
spreekt de Heer tot Israel
{EN ONS?}
en roept hij het volk {en ons!} op
tot handelen
.............
In Ezrah 9:6-15 zien we
een combinatie van die twee:
Ezrah spreekt onmiskenbaar tot G*D, maar het is niet G*D, maar Israel,
dat hij tot handelen
oproept?!!
Terwijl
de teruggekeerde ballingen toekijken,
verscheurt Ezrah zijn kleren, trekt hij zich de haren uit het hoofd en belijdt hij de zware zonden van diegenen onder hen die een plaatselijke vrouw
hebben getrouwd 'zodat het heilige zaad vermengd is geraakt
met de volken van
het land' in 9:2
........
Maar als hij
op dit punt is aangekomen in zijn 'gebed',
het punt waarop een profeet G*D's straf zou hebben aangekondigd,
roept Ezrah de verzamelde menigte op met een retorische vraag,
schijnbaar aan G*D gesteld maar in feite aan de mensen
{en ons} ZELF in 9:10-14
- 'MAAR NU,
wat zullen wij hierop zeggen, onze G*D,
want wij hebben uw geboden verlaten, die u ons door uw dienstknechten,
de profeten, gegeven had
toen u zei:
- "Het land dat u op het punt staat in bezit te nemen,
is een land onrein
vanwege de onreinheid van de volken der landen,
vanwege de weerzinwekkende gebruiken
waarmee zij het in hun onreinheid hebben gevuld
van het ene einde
tot het andere ...
{o.a. incest, gewelddadigheid, aanrandingen,
verkrachtingen, slavernij,
ziekten, oorlogen, grote nood en allerlei
aanverwante ellende?}!!!
NU DAN, geef uw dochters niet ten huwelijk aan hun zonen, en
laat hun dochters uw zonen niet huwen;
bevorder zo nimmer hun welzijn en hun geluk,
DAN zult u sterk zijn en de overvloed van het land
genieten
en het voor altijd aan uw kinderen
nalaten!"
Zouden wij dan
na alles wat ons overkomen is
vanwege onze boze daden en onze grote schuld -
hoewel u, onze G*D, terughoudend was,
[ons veel] minder [hebt bestraft]
dan onze ongerechtigheid [verdiende]
door ons zo'n overblijfsel {rest}
te laten als dit - zouden wij dan opnieuw
uw geboden blijven
overtreden door gemengde huwelijken te sluiten met
deze ongelukkige volken die
er zulke weerzin-wekkende gebruiken
op nahouden?' -






















Voorwaar,
een waarlijk eeuwenoud thema:
WIJ
en de Anderen,
ogenschijnlijk gescheiden door talloze verschillen
in taal, cultuur, tradities en gewoonten, (on-)beleefdheid,
besnijdenis(sen), feestdagen, huwelijksgebruiken,
m/v-verhouding(en), kinderopvoeding
{-arbeid/misbruik}, studie(-on-)mogelijkheden,
werkgelegenheid, bestedingspatronen en
allerhande (il-)legale
bijverschijnselen
{democratische martelingen?}
.......













Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende