imanoe el

Waar
was Mattheus
Gargon gebleven zo'n
300 jaar geleden nog
voordat Betje Bekker Wolff was
geboren met zijn redenaties ten tijde
van onze Willem III & Michiel de Ruyter,
Johan Willem Friso, de trekschuit, de Vecht,
Willem IV, walvisvangst, Peter de Grote. Lodewijk
XIV, Spinoza & al die andere roemrijke figuren i/d z.g.
Gouden Eeuw vol van henneptouw & vlasverbouw, de aanvang
van aardappelteelt & 't drinken van koffie & thee, kruiden & specerijen,
slavernij & kolonialisme, de houten zeilschepen & windmolens, schilders & schrijvers e.d.?!
Bij zijn Christus de Gekruiste Zoon van G d, aka Yehosjoea haNatsri/haMasjiach, Gezalfde Bevrijder
& Verlosser, Redder, Heiland, Messias {e.d} die genezingen verrichtte
& zijn gelijkenissen vertelde
aan 'n ieder {?}
in zijn
tijd.

Hij
vaart voort
!

Te vooren, en
eer deeze getuigen gehoort wierden,
ondervraagde Kajafas den Heiland omtrent zijne Leerlingen, gelijk Yochanan [in 18:19~21] aanmerkt;
en dewijl zich JC beriep op allen, die hem gehoort hadden in Tempel & Synagogen, schijnen deze valse getuigen her voort gebragt; en dus verklaart de eene Schrijver den anderen.


Maar zo doldriftig als zich Kajafas betoont, zo geduldig en zachtmoedig draagt zich JC: hij zwijgt
en antwoord niets. Op de eerste vraage, na zijn leer en Leerlingen, had JC volmondig en eenvoudig geantwoord, maar was door eenen van 's Hoogenpriesters, of een anderer Heeren dienstknecht,
met eenen vuist- of kinnebak-
slag beloont.

Wat zal hij zeggen?

Zwijgt hy? hy misdoet; spreekt hy? hy word geslagen!

Zeer ligtlijk, en overtuigend had Yehosjoea konnen antwoorden, en zeggen,
dat hy niet van den zichtbaaren Tempel, maar van zijn lichaam gesproken had:
hy zoude zijn zeggen met reden, en 't gantsch Profeetisch woord, bevestigt hebben;
maar hy zweeg, om onze Voorspraak by G d te zijn.

{Zie ook Yesjayahoe 63:6 e.d.}

Hy zweeg, omdat wy schuldig waren, en G d onzer aller ongerechtigheid op hem, als den Borg,
had doen aanlopen: hy zweeg, op dat wy tot G d naderen, en met
kinderlijke vrijmoedigheid, ABBA!
Vader! roepen
zouden.

En wat zoud het antwoorden hadden konnen baten by Richters, die zijnen dood gezworen hadden?
Ook was de beschuldiging geen antwoord waardig, en bragt haar eigene wederlegging mede!

Dit zwijgen verbittert den G dloozen Hoogenpriester, die zich verder horen laat:
Ik bezweer u by den levenden G d, dat gy ons zegt, of gy zijt de Masjiach.

Hoe zeer ook de geloof leer omtrent den Messias in deezen tijd, by de Jooden mogte verdorven zijn,
is echter by Kajafas de Zoone G ds, en de Masjiach een.

En geen wonder, zo had geheel het Profeetisch woord, en inzonderheid David hem verbeeld {Psalm 2:7},
als den eigen Zoon G ds, die in 't eeuwig heden, door een onnaspoorlijke, en onuitsprekelijke gemeinschap, en mededeilinge van G dlijk wezen, is gegenereerd.

Weshalven Christus meermalen G d zijnen eigen Vader, en zich zelven G ds Zoon noemt.

Waar aan zich de Jooden telkens ergerden, en Christus dreigden als over godslastering te stenigen.
Zo weinig bezef haddenze, dat de Messias waarlijk, en wezendlijk de Zoone G ds moest zijn:
want of wel de komste van den Messias, de zoetste hope en verwachtinge van 't gantsch Joodsch volk
ware, en datze onder dien naam, dienze van de Profeeten, inzonderheid van Daniel geleert hadden,
begrepen eenen grooten Verlosser, droomden zy nochtans niet dan van aardsche en lichaamlijke voorrechten, zegepraalen, afschudding van 't juk der Romeinen, onderwerping van alle volkeren, en onder zijn rijksgebied allerhande vreugd en wellust.

Listiglijk voegt de listige Hoogepriester beide die eernamen by een.

Want zo Yesjoea maar een van beiden erkent, zal hy zich by den Raad schuldig maken.
Zegt hy, dat hy de Zoone G ds is, zy zullen hem voor eenen Godlasteraar uitkrijten,
en ter dood verwijzen: zegt hy, dat hy is de Masjiach, zy zullen hem voor den Romeinschen Landvoogd,
door wien zy hem dooden willen, voor eenen Oproermaker en Opper-majesteit-schenner aanklagen,
en doen veroordelen.

Ontkent hy 't beiden, zy zullen getuigen bybrengen, die het dikwijls uit zijnen mond gehoort hebben.
En hoe zoude hy ontkennen, het geen de waarheid was, en waar toe hy in de weereld gekomen was?

Maar op dat Christos die strikvraage door stilzwijgen liet ontgaan, en verijdelen mogte,
zo bezweert de Hoogepriester den Heiland by den levendigen G d te spreken,
en de waarheid te belijden.

Hy
noemt G d
den levendigen, om dat
alle de Heidensche Goden dooden
en afgestorvene menschen waren, en de G d
Israels alleen de waare en levendige
G d is, die het leven
in zich zelven, en
magt van dood
en leven
heeft.

Zie
Yesjayahoe 8:10:
"Smeed een plan ~ het zal verijdeld worden;
sluit een verbond ~ het zal nergens toe leiden
.
Want G d is met ons!

Imanoe El
blozen
engel
OK!
15 sep 2008 - bewerkt op 15 sep 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende