Hij richtte zich meestal tot zijn doelgroep, de diverse Joden, & naar goed joods gebruik & gewoonte raakte
Yesjoe voortdurend met hen in discussie over de interpretatie van de vele honderden geboden & verboden
afgeleid van de tien geboden voor 't dagelijks & jaarlijks leven, bijvoorbeeld rond de sjabbat, de zevende,
rustdag, spijswetten, rein & onrein, de houding tegenover niet-joden, de goyiem en de diverse overheden.
Dat leidde keer op keer tot heftige discussies all over the land, waarin heel verschillende zienswijzen over de wet werden geponeerd en getoetst aan de visie van deskundige grote rabbijnen uit verleden en heden.
Voor een buitenstaander lijkt dat vaak op hoogoplopende ruzies, maar de emotie laat juist zien dat in al deze interpretatiediscussies het hart van de rabbijnse traditie klopt in alle vurigheid en gebondenheid aan
het ontdekken van de waarheid. Immers, om alle geboden, die elkaar soms [al of niet schijnbaar] tegen-spraken, goed [en beter] te kunnen uitvoeren, moeten ze keer op keer heruitgelegd worden om bij de tijd
gebracht te worden, onder bepaalde omstandigheden en variaties: dat is 't juist wat 't jodendom tot 'n zo
levende traditie maakt die zo'n 3000 jaar over de gehele bewoonde wereld telkens kon overleven & door-staan. In de tijd van Yesjoe waren er twee farizees-rabbijnse hoofdstromingen: de school van Hillel en die
van Sjammai. Zij verhielden zich tot elkaar als rekkelijken en prciezen. Uitgaande van de standpunten die
Yesjoe doorgaans innam, menen toonaangevende joodse onderzoekers als Flusser, Vermes, Klausner & Pinchas Lapide & Daniel Boyarin e.d. dat hij vooral verwantschap vertoont met de opvattingen van Hillel: 't
gebruik van de parabel [gelijkenis/voorbeeld] als didactische vorm was in die tijd een beproefde methode.
Dat blijkt uit de Talmoed, de verzameling van rabbijnse commentaren, waar andere rabbijnen soms zelfs exact dezelfde voorbeeldverhalen hanteren. Volgens de historicus Sjmoeel Safrai vertoont 't optreden van
Yesjoe opmerkelijke overeenkomsten met 'n aparte stroming binnen die farizees-rabbijnse beweging: de
z.g. chassiediem, de 'vromen'. Deze vromen hadden een innige omgang met G d, en hoewel deze relatie Isreal~G d in de hele rabbijnse traditie gezien wordt als een vader-zoon relatie, wordt bij deze ondergroep
G d nog intiemer aangesproken namelijk als 'mijn vader': 'n gewoonte die we ook bij Yesjoe terugvinden!!
Verder stonden ze bekend om hun wonderen als vrucht van hun intense smeekbeden: ze genazen zieken
en dreven kwade geesten uit, van hen werd gezegd dat ze ook de natuur en het weer konden beheersen e.d. De gebruikelijke rabbijnse opvatting dat het afsmeken van een wonder een mens niet ontslaat van 't
nemen van eigen verantwoordelijkheid en het al of niet opvolgen van bepaalde stipte wetsregels werd niet
helemaal op dezelfde wijze gedeedl door al deze diverse groepen chassidiem: zij hadden een blind ver-trouwen in wonderen alleen & volgende de uiteenlopende overleveringen gebeurden die dan ook herhaal- delijk. Deze en andere afwijkende opvattingen, zoals de keuze voor armoede als weg naar G d en zijn he-melse koninkrijk, leidden vanzelfsprekend nogal eens tot aanvaringen met de farizeese hoofdstromingen.
Ook dit zijn allemaal stuk voor stuk situaties die we kunnen terugvinden bij de latere paulinisten & evan-gelisten: we struikelen zo nu en dan bijna over de wonderen die Yesjoe doet in de ogen der goedgelovige
armen, analfabeten, uitgestoten behoeftigen, hongerigen en dorstenden [niet alleen naar gerechtigheid]!
In de z.g. 'bergveldredes' & tegenover de 'rijke jongeling' ziet hij rijkdom als obstakel om nog dichter bij G d te kunnen komen. En af & toe vindt hij collega farizeeers tegenover zich die hem de maat nemen om zijn [vrijer/preciezer] interpretatie van bepaalde voorschriften om bepaalde redenen & afwijkende interpre-taties. Maar ondanks al deze [later vooral ook nog veel verder aangedikte, opgehemelde & verhevigde] verschillen was&n bleef er vooral ook 'n grote verwantschap & wederzijds respect tussen deze chassidiem
& de overige farizeeers. Helaas bestonden er in Yesjoea's tijd nog geen weblogs zoals nu: wij moeten het doen met van horen zeggen, lezen & schrijven van Sjapo twintig jaar na de kruisiging & v/d euangelisten
na hem & 't einde van de opstand, de ondergang van de Tempel & Masada {& de "Qoemraanrollen" e.d.}!