Ik geef me over aanjou re:5-3interlandincyberspace
In
het begin
was dit myDi-heelal
niets dan het ZELF, in de vorm van het Scheppende.
Rondziende zag het niets dan zijn Zelf.
Het sprak toen:
"DIT ben ik!"
En zijn naam werd IK.
En daarom zegt tot op de huidige dag een man, die men vraagt wie hij is,
eerst: "Dit ben IK," en dan
de {nick}naam die hij
draagt.
@
MAAR
hij voelde geen vreugde.
Daarom voelt een man die eenzaam is,
geen vreugde.
Hij verlangde naar een tweede.
Hij werd zo groot als een man en een vrouw,
die elkaar omarmen.
Toen deed hij dit zijn ZELF in twee delen uiteengaan en er ontstonden
de man en zijn vrouw ...
"Ieder van ons tweeen is dus als de helft van een gespleten erwt!"
Daarom werd de leegte die bestond,
gevuld doot het vrouwelijke.
Hij omarmde haar en
er werden mensen
geboren ...
ZIJ dacht:
"Hoe kan hij mij omarmen, nadat hij mij uit zichzelf heeft doen ontstaan?
Ik zal mijzelf verbergen?"
TOEN werd zij koe en de ander werd stier, en omarmde haar, en zo
werden kalveren geboren!
Koeien en stieren.
Zij werd een merrie, hij een hengst;
zij een ezelin en hij een ezel en omarmde haar;
zo werden eenhoevige dieren
geboren.
Zij werd een geit, hij een bok;
zij werd een ooi, hij een ram,
die haar omarmde en zo
werden geiten en schapen geboren ...
@
Men moet slechts mediteren over de wereld van het myDi-Zelf.
Hij, die alleen over het Zelf mediteert,
raakt in zijn {nick}denken nimmer
uitgeput.
In den beginne was dit Zelf alleen; Een alleen.
Het begeerde:
"Er zij een vrouw voor mij,
opdat ik
vermenigvuldige ..."
@
DAAROM:
JIJ
bent de
WEG,
het stralende eindpunt,
de enige Heer.
In
JOU
sterven de wetten als rivieren in de zee.
Van al wat bestaat zijt
GIJ
de stut en het brood;
niet te bevredigen is de honger van uw liefde,
niet te lessen
uw dorst.
@
De myDi-tijden
zijn uw onverslijtbaar kleed,
de ruimte het schoeisel van uw voeten.
GIJ zijt aanwezig in de doodsstrijd van de mens,
in de schreeuw van het gewonde dier.
GIJ zijt de verheven top van de berg,
en de adelaar die neerstrijkt in
de vlakte.
@
GIJ
zijt het lied van het kindje
gedragen onder het hart van de moeder,
en het zegevierend geluid van de baby
die geboren wordt.
@
GIJ
zijt de melodie op de lippen van de minnaar,
en het blijde licht in de ogen van
de beminde.
@
GIJ
zijt in de melodieen van de zangvogels in mijn tuin die ik NU hoor,
in het trillen van een grasspriet,
in de stap van de sterke.
@
Op de drempel van de dood
zijt GIJ het leven,
leniging in de kwellingen van het kwaad.
@
GIJ zijt de hand
die vertrouwen geeft
aan wie onrustig is,
en stille afkeuring van de
hoogmoedige.
@
GIJ
melodie van de fluit,
toon van de snaar,
en trilling van de klankvolle
pauken ...
@
GIJ
zuiverheid van water
en licht van zon
en sterren.
@
GIJ
geluid dat verstilt in de stilte
en heiligheid van heilige
geschriften en
boeken.
@
GIJ
glans van schoonheid en
bekroning van wat
WAAR is.
@
JIJ
hechtheid van de werkelijkheid,
van het goede dat het kwaad overwint,
en de heiligheid die het goede
overtreft ...
@
Waar ik ook ben en wat ik ook doe:
JIJ bent bij mij ...
@
En ik geef me over
aan JOU!










Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende