Aan het dromen schijnt geen einde te komen, met open en gesloten ogen ontvouwen zich allerhande ge-zichten, visioenen, gevoelens, gedachten en daden die het leven bepalen, inhoud geven in vele kleuren.
i/d gloria.
goden, geesten, engelen, duivels, idols, afgoden, drogbeelden & superwomen & ~men
& jasjes.
Uit het euangelium van Thomas {21}
kan worden opgemaakt dat wie na hun aardse leven het koninkrijk binnengaan
hun lichamen [als gebruikte kleding] afleggen.
Op de vraag van 'n Miryam [waarschijnlijk "Magdalena"]:
"Op wie lijken jouw leerlingen?"
antwoordde Yesjoea dan ook:
"Ze lijken op jongetjes die verblijven op een veld dat niet van hen is.
En wanneer de eigenaars van het veld komen, dan zullen die zeggen: ruim het veld voor ons! Voor hun ogen doen zij hun kleren uit om voor hen 't veld te ruimen en het aan hun terug te geven!"
Yehosjoea's leerlingen verblijven als kinderen op de aarde,
maar die behoort aan vreemde machten en krachten toe. Wanneer die machten & krachten
hun aardse bezit komen opeisen, dan leggen die mensenkinderen hun lichamen af en laten zij de aarde weer over aan die lage machten en krachten om zelf op te kunnen stijgen naar het eeuwige koninkrijk van G d onze Vader/Moeder. Vergelijk hiermee Thomas 37:
'Zijn leerlingen zeiden tot hem:
Wanneer zul je aan ons verschijnen &
wanneer zullen wij je zien?
Yesjoea zei tot hen:
"Wanneer jullie
je kleren uitdoen zonder je te schamen en jullie je kleren oppakken
en onder je voeten leggen zoals de jongetjes doen, en jullie ze vertrappen, dan zullen jullie
de zoon van de Levende zien en jullie zullen niet [meer] bang zijn!" Een belangrijk aspect van Yehosjoea's onderricht is
dat wanneer er iemand zijn leerling wil worden,
het onderscheid met hem [vervolgens]
wegvalt. Daarom zegt hij
dan ook:
"Wie van mijn mond drinkt,
[die] zal worden zoals ik. Ikzelf zal worden tot wie hij is. En wat verborgen is,
[dat] zal [aan] hem geopenbaard worden!"
volgens Toma 108.
Iets dergelijks
is bedoeld in T 24:
Zijn leerlingen zeiden:
Toon ons de plaats waar jij bent, want het is nodig dat we die zoeken.
Hij zei hun: Er is licht in het binnenste van een verlicht mens en hij verlicht [zo] de hele wereld.
Als hij geen licht geeft, dan is hij duisternis. Dit betekent dat de ware leerling van Yehosjoea 't licht in zichzelf heeft en Yesjoea,
die volgens T 77 het licht is dat allen te boven gaat,
niet meer nodig heeft.
't Euangelium van Thomas is dus blijkbaar
in belangrijke mate gericht op het verwerven van het ware licht & inzicht in de herkomst
en bestemming van de mens en bevat eigenlijk maar heel weinig
concrete leefregels zoals die bijvoorbeeld voorkomen
in de bergveldredes?!
In tegenstelling tot de berg{veld}rede in 't euangelie van Matai
is het volgens het evangelie van Toma voor Yehosjoea's leerlingen nu niet
meer nodig om te vasten, te bidden en aalmoezen te geven;
dit werd zelfs zondig &
schadelijk genoemd!
[Zie ook T 6; 14; 104
& vgl. met Matai 6:1-18.
Dat Yesjoea in Thomas 104 ook zegt:
"Maar wanneer de bruidegom de bruidskamer uitgaat,
laten ze dan vasten & bidden", is niet van toepassing op
Yesjoea's ware leerlingen, want die dienen volgens T 75 juist de bruidskamer binnen te gaan
{vgl. ook met Marc 2:18-20 & parallellen!}?
Wel leert Yesjoe hier
'te vasten ten opzichte van de wereld'en
'sjabbat te houden t.o.v. de sjabbat',
kritiseert hij rijkdom
en prijst hij vrijgevigheid
en armoede.
{Zie ook:
Thomas 27; 54; 63; 64; 95 & 110!
In spreuk 27
duidt het 'vasten ten opzichte v/d wereld'
op het afstand houden van de materiele wereld
en het 'sjabbat houden t.o.v. de sjabbat' op het niet strikt onderhouden
van [de regels van] de joodse sjabbat; misschien is 'de sjabbat' bovendien
'n aanduiding van de G d
v/h OT?!
Yehosjoea's nadruk
op de liefde tot de naaste,
die in die drie eerste synoptische euangelies voorkomt,
wordt hier aldus verwoord:
"Heb je broeder/zuster lief als jezelf,
behoed hem/haar als je oogappel" {T 25}!
Die beperking
tot de liefde voor 'de broeder'
~ kennelijk in geestelijke zin ~
stemt overeen met het euangelium van Yochanan 13:34-35,
waar Yesjoe ook aan zijn leerlingen opdraagt om elkaar lief te hebben
['anders dan de wereld']! Volgens T 99:
"Deze mensen hier,
die de wil van mijn [hemelse] Vader doen,
zij zijn mijn broers en mijn moeder. Zij zijn het
die het koninkrijk van mijn Vader zullen
binnengaan!" Op
'n soortgelijke
wijze beveelt Yesjoea
in Thomas 48 aan,
om in vrede
met huisgenoten
{samen}
te leven:
"Als twee mensen
in dit ene huis vrede met elkaar sluiten,
dan zullen zij tot de berg zeggen:
ga weg,
en hij zal weggaan!"
Anyway:
have a nice
day & geniet er
maar van nu
het nog
kan!

