hy vliegt hem aan & werpt hem neder {vrouwen~zaad}



De g dloozen rusten niet,
eer zy hunnen g dlooze voornemens hebben uitgevoert:
want nadien kwaaddoen, al hun vermaak is, & dat zy geene verlusting hebben,
dan in schenddaaden & bloed-vergieten; zo bedenken, zo bedoelen ze niets, dan geweld & G dloosheid: zy gaan in arbeid van ongerechtigheid, en zwanger van moeite,
gelijk David spreekt.

Daar toe nopen ze
malkander aan, en zeggen;
gaat met ons, laat ons loeren op bloed, ons versteken tegen den onschuldigen, zonder oorzaak,
laat ons hem levendig verslinden, als het graf, ja geheel en al,
gelijk die in den kuil
nederdalen.

Die bleek in den broeder-moorder Kajien,
die eenen onverzoenlijken haat tegen den onnozelen Abel hebbende opgevat,
alle gelegendheden waarneemt, om 't voorwerp van zijne wraakgierigheid
te vernielen.

De nijd,
die eene verrottinge der beenderen is,
maakt hem bleek en vervallen van aangezicht:
zijn boos harte staat in zijn' oogen te lezen, en de moordlust
straalt in zijn ontsteken gelaat door.

Hy spreekt met zijnen broeder,
doch niet broederlijk: het zy, dat hy, gelijk sommigen willen,
zijn onderhandeling met G d herhaalt, en tot eenen grond van grimmigheid gelegt hebben,
als of Abel daarom hatelijk en schuldig ware, om dat G d zijn geloof,
en offer had aangezien.

Het zy,
gelijk anderen willen,
en waarschijnlijker is, dat hy met vleiende woorden,
zijnen goeden broeder zocht uit te lokken, en buiten Adams huis en tegenwoordigheid der naneeven te leiden, om zijn g dloos oogmerk
uit te voeren.

Ook gaan zy t' zamen in 't veld,
niet om G ds wonderen te zien, want Kajien alle liefde tot g d,
en zijnen broeder verzaakt, en niets, dan moord en bloedvergieten
in den zin had.

Dus
gaat Abel als een lam,
Kajien als een woedende wolf;
en zo haast zy alleen, en van menschen afgescheiden zijn,
toont die g d-en liefde-looze Kajien, wat hy in zijn wraakgierig hart besloten had:
hy staat tegen zijnen broeder op, hy vliegt hem aan, hy werpt hem neder, en zonder op bloed-verwantschap te peinzen, zonder te denken, dat ze van eene moeder gedragen, en van dezelve borsten gevoed waren, slaat hy den gelovigen Abel, en eersten bloedgetuigen van 't vrouwen-zaad, moorddadig, en in koelen bloede
dood.

Als de Filistijnen,
de geslagene vyanden van het oud Israel, den onoverwinlijken held, Sjimsjon,
den dood gezworen hadden, zullen zy hem duizend listen en lagen leggen,
en niet ophouden van hem te verspieden, en te vervolgen,
tot datze hem in handen gekregen,
en om 't leven gebragt hebben.

Hy neemt
eene dochter der Filistijnen te houwlijk.
die hem ontrooft, en eenen zijner metgezellen gegeven word.
Hy bezoekt haar, doch zy word hem geweigert, waarom hy 't koorn der Filistijnen in brand steekt,
die tot wraak zijnen vrouw, en haaren vader verbranden,
waar tegen hu tot wederwraak
eene menigte Filistijnen
slacht.

Zy begeven zich
tegen Yehoedah,
en noodzaken die inwoonders,
hem gebonden over te leveren:
maar , als zy daar over juichen, en hem meinen te doden,
breekt hy de banden, en slaat hunner duizend
met een ezelskinnebakken.

Hy komt te Gaza,
en byna aan zijn einde:
want de gaziten gaan rondom in de stad, en leggen hem den gantschen nacht lagen in de poorten,
met een vast voornemen, om hem 's morgens vroeg te doden:
maar de geest der sterkte grijpt hem aan, en hy neemt de stadspoorten,
die hy met beide posten, en grendelboom op zijne schouderen laad,
en wegdraagt op den bergtop
by Hebron.

Namaals
verslingert hy op Delila,
die zo trouwloos als bekoorlijk was,
de Filistijnen verzuimen die gelegendheid niet, bewegen haar door giften en beloften,
daar zelden oemant af keerig van is, om Sjimsjons bovenmenschlijke kracht t' ontdekken:
maar de held misleid haar een- en andermaal, tot dat hy haare bedrieglijke vleierijen niet konnende wederstaan, eindlijk aanwijst, dat hy een Nazireer,
en noit geschoren wierd.

Die bedrieglijke vrouw ontbied,
gelijk te vooren, de Vorsten der Filistijnen,
en scheert de zeven hairlokken
zijns hoofds af.

De Vorsten komen op, grijpen den krachtloozen Sjimsjon,
graven hem de oogen uit, voeren hem gevangen naar Gaza,
boeien hem met twee kopere ketenen, en brengen hem op eene hunner Afgodfeesten in den Tempel,
en geven Dagon de eere deezer overwinninge;
maar hy weder van den Heere bekrachtigd, rukt de hoofd-zuil des Afgodstempel om,
en verplettert zich zelven,
en een talloos tal
Filistijnen.

Diergelijke voorbeelden van der G dloozen
vind men by heilige en onheilige Schrijvers in grooten overvloed,
die wy onnoodig achten
verder op te halen.

blozen
engel
08 nov 2008 - bewerkt op 08 nov 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende