Ik denk niet dat het er nog van komt vandaag. Naar buiten gaan, op de trein stappen met dat vrijreizenkaartje van de Nederlandse Spoorwegen
en ergens anders heengaan. Totaal geen behoefte aan. Het geluid van de regen op het dak is me genoeg samen met het mydilezen en -schrijven.
Typisch dus het leven van een verstokte kluizenaar die blijkbaar meer dan genoeg heeft aan zichzelf en alleen om de haverklap nieuwsgierig blijft
naar al wat opduikt in 't brein. Zo nu & dan wat eten & drinken, wassen & naar de wc, iets opzoeken & neerpennen, wat wil 'n mens nog meer?
Aan mij is het genot van sport en spel, arbeid die vrij maakt, uitgaan en sociale interacties, boodschappen en festiviteiten niet besteedt, geef mij maar wat boeken, tijdschriften, documentaires over geschiedenis en ontwikkelingen her en der: dat alles is lijkt het nu al meer dan voldoende ...
Het zal wel te maken hebben met hoe je geboren bent en wat je er verder mee gedaan hebt: wat leren, werken, rondzwerven en proberen om 't
allemaal nader te verteren? Hoe rustiger, des te beter! Als vanzelf komen die voorbije 65 jaar & wat daaraan vooraf ging dan ook wel naar boven.
Aldus nog een stukje trouwe verdieping van boeken en inzichten, veronderstellingen en mogelijke gevolgtrekkingen: to make sense of it all if that is possible met stukjes en beetjes van al die levenscollages vol van oorzaken en gevolgen. "Onze staat heeft Joodse wortels: hoe de bijbels-jood-se theocratie inspireerde!" Dan zit je dus al snel weer verwikkeld in de afgelopen duizenden jaren rondzwervingen via het Midden Oosten enzo ...
Vond de moderne staat echt zijn oorsprong in secularisatie & de scheiding van kerk & staat? Volgens sommigen niet! Juist het joods-theocratisch
denken, herontdekt in onze Gouden Eeuw, stond aan de wieg van onze idealenzoals tolerantie, vrijheid en zelfs de nivellering van alles en ieder?!
In het Westen denken we graag dat 'onze' moderniteit zijn oorsprong vindt in de unieke zegeningen van secularisatie en de scheiding tussen kerk
en staat. Maar een jonge historicus van Harvard probeert nu gehakt te maken van dit idee in een bondig boek over de oorsprong van 't moderne
politieke denken. En hij doet dat vanuit 'n bijzondere invalshoek, door te benadrukken hoezeer vroege verlichters schatplichtig waren aan 'n lange
traditie van joods denken over de perfecte, 'door G d gegeven' staatsvorm. Vanaf het eind van de 16de eeuw, zo laat hij zien, nam overal in Eu- ropa de bijbelstudie een hoge vlucht, waarbij steeds meer aandacht werd besteed aan lang genegeerde Hebreeuwse bronnen & rabbijnse schriften zodat er toenmaals ook een tamelijk unieke sleuterpositie in deze herontdekking van het Joodse erfgoed was weggelegd voor 't jonge Nederland!
Onze Nederlandse Republiek, waar generaties schriftgeleerden zich konden beroepen op de kennis en cultuur van een groeiende gemeenschap van joodse immigranten: we hebben het hier al eerder en vaker over gehad! DEZE kruisbestuiving leidde in het begin van de 17de eeuw tot een ware hausse in studies over de "Hebreeuwse republiek", de 'goddelijke staatsvorm' beschreven in de 5 boeken van Mosjeh meer dan 1000 jaar eerder!
De brave Eric Nelson betoogt dat dit bijbelse model ons drie belangrijke politieke lessen leerde. Ten eerste maakte de geschiedenis van de zoge- naamde Hebreeuwse republiek overduidelijk dat monarchie gelijkstaat aan heiligschennis, want geen enkele heerser verdient nu eenmal evenveel verering als "G d zelf". Dit idee had volgens E.N. verregaande consequenties, vooral in Engeland, alwaar plaatselijke republiekijnen de daad bij 't woord voegden en hun vorst Karel I op het schavot zetten! Ten tweede predikte de Hebreeuwse republiek de periodieke herverdeling van bezit - of nivellering, zoals dat in hedendaags Haegs jargon heet. Daarmee had het Joodse model veel invloed op het ontstaan van het latere socialisme.
En ten derde was het land van Mosjeh 'n ware 'theocratie', een ideaal dat, paradoxaal genoeg in moderne ogen, juist leidde tot echte tolerantie?
Want waar "G ds woord" samenvalt met de burgerlijke wet, geldt ook het tegenovergestelde: dat de burgerlijke regering het laatste woord heeft
over de publieke eredienst, en dus alle ruimte kan laten aan andersdenkenden. E.N. laat ZO zien dat niet de scheiding van kerk en staat, maar juist de absolute controle van de staat over de kerk religieuze tolerantie in eerste instantie mogelijk maakte. Terecht besteedt E.N. veel andacht aan een hele reeks bekende en onbekende Nederlamdse figuren die binnen dit denken een belangrijke rol vervulden, van de canonieke Hugo de Groot tot de volslagen vergeten geleerde Pieter van der Gun, die in 1617 een baanbrekende studie schreef over de 'Republiek der Hebreeers' ...
TOCH slaat E.N. de plank mis als hij stelt dat de anti-monarchistische consequenties van het Hebreeuwse model vooral in Engeland de kop op- staken. In de Nederlandse Republiek werd er namelijk ook toen al veel radicaler en lang niet alleen maar nog maar op bijbelse gronden geageerd tegen alle vormen van alleenheerschappij. En ook om een andere reden blijft Nelsons relaas al met al enigszins onbevredigend: als hij aan 't eind van zijn boek eenmaal uitkomt bij de daadwerkelijke grondleggers van het moderne politieke denken, Hobbes & Spinoza, dan doet hij zijn uiterste best om ook hen in het keurslijf te rijgen van zijn korset van goddelijke Hebreeuwse inspiratie? Maar heeft dat wel zin bij twee filosofen die deze bijbel openlijk als een puur historische tekst ontmaskerden waar geen enkele "God" meer bij te pas kwam! Zo valt ook E.N. uiteindelijk ten prooi aan de stelligheid van zijn eigen these: in zijn ijver om aan te tonen dat de moderniteit niet voortkomt uit secularisatie, KAN hij haast niet anders dan nu ook alles en iedereen in de 17de eeuw als niet-seculier bestempelen, OOK als het bewijs duidelijk in een andere richting wijst. Daarmede verruilt hij het ene westerse zelfbeeld voor een minstens even onwaarschijnlijk alternatief.
Met dank aan Arthur Weststeijn in Trouw van zat. 9/11 j.l. over Eric Nelson: The Hebrew Republic. Jewish Sources and the Transformation of European Political Thought. Harvard University Press. 2010. 229 blz. 29,50 euri! Moet ik TOCH nog naar 'n boekverkooper binnenkort ...?!